1 / 8

Economie

Economie . Paragraaf 4.1 + 4.2. Programma. Cijfers teruggeven Stencil H4 + werkwijze uitdelen Uitleg paragraaf 4.1 + 4.2 Zelfstandig werken opgave 4, 5, 6, 8. Betaalwijzen . Giraal  Geld op een bankrekening waarmee je direct kunt betalen. (dus NIET je spaarrekening)

zariel
Download Presentation

Economie

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Economie Paragraaf 4.1 + 4.2

  2. Programma Cijfers teruggeven Stencil H4 + werkwijze uitdelen Uitleg paragraaf 4.1 + 4.2 Zelfstandig werken opgave 4, 5, 6, 8

  3. Betaalwijzen • Giraal  Geld op een bankrekening waarmee je direct kunt betalen. (dus NIET je spaarrekening) Voorbeelden: pinnen, chippen, geld, overschrijven, creditcard • Chartaal  Contant betalen met munten en bankbiljetten.

  4. Consumeren Het kopen van goederen en diensten door gezinnen  het bevredigen van je behoeften Directe ruil = goederen/diensten ruilen tegen goederen/diensten Indirecte ruil = goederen/diensten ruilen tegen een algemeen geaccepteerd ruilmiddel (nu: geld, vroeger: o.a. schelpen en zout)

  5. Goederen en diensten Goederen zijn tastbaar, je kunt ze vastpakken. Voorbeelden: iPhone, tafel, drinken Diensten zijn niet tastbaar, je kunt ze niet vastpakken. Voorbeeld: deze les economie

  6. Goederen Primaire goederen  Goederen die noodzakelijk zijn om te leven (eerste levensbehoeften). Luxe goederen  Goederen die niet noodzakelijk zijn om te leven. Naarmate je inkomen toeneemt, neemt de vraag naar luxe goederen toe.

  7. Waarde van geld Intrinsieke waarde = De waarde van het materiaal van het geld. Nominale waarde = De waarde die op het geld staat.

  8. Zelfstandig werken • Opdrachten: • Huiswerk voor 25 februari 4, 5, 6, 8 • Huiswerk voor 1 april13, 14, 15, 19, 20, 22

More Related