1 / 32

Overzicht

Overzicht. Kennissystemen? Projectopgave Overzicht van de verschillende concepten Uitwerking van een voorbeeld Voorbeeld van hoe een projectje uitgewerkt wordt. Uitleg v/d belangrijkste begrippen v/h boek. (Kunstmatige) Intelligentie. Moeilijk te definieren

uriel
Download Presentation

Overzicht

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Overzicht • Kennissystemen? • Projectopgave • Overzicht van de verschillende concepten • Uitwerking van een voorbeeld • Voorbeeld van hoe een projectje uitgewerkt wordt. • Uitleg v/d belangrijkste begrippen v/h boek

  2. (Kunstmatige) Intelligentie • Moeilijk te definieren • flexibel, adaptief gedrag in complexe omgeving • gebruik van symbolen en abstracties • leven in gemeenschap • zelfbesef • Gedragsmatig • eenvoudig verband sensoren  actuatoren (reactief) • zwakke modellen van de realiteit • Cognitief • kennis: modellen, verklaringen geven, verantwoording • representatie, probleemoplossen, leren, kennisoverdracht) (

  3. Kennissystemen • representeren van menselijke kennis zodat ze mechanisch kan gebruikt worden • “actief aantekeningenboekje” • feiten • algemene waarnemingen • gebruikt voor de kennis die erin ligt opgeslagen • toegang op intelligente wijze

  4. Projectopgave • Bedoeling: leerstof in de praktijk brengen • Uitwerking van een mini-kennissysteem • taakstructuur • modellen • implementatie • Probleemgebied naar keuze • Deadline: 19 januari (?)

  5. modellen methoden taken 3 niveau’s • kennisniveau: • domeinkennis = domeinmodellen + oplossingsmethoden • symboolniveau: • implementatie van modellen, taken, methoden • fysiek niveau • representatie van symboolniveau in computer

  6. Taken • taak: samenhangende reeks activiteiten • 1 hoofdtaak, meerdere deeltaken • taakopsplitsingsmethode: • opsplitsing in deeltaken, toekennen van volgorde a/d deeltaken (verdeel & heers, toenemende verfijning,…) • taakstructuur • beschrijving van de uit te voeren taken • “wat moet er gedaan worden” • specifieert geen volgorde

  7. Modellen (1) • Model = beschrijving v/e object of verzameling objecten • eigenschappen; relaties tussen objecten; history • Probleemoplossen als modelleren “modellen construeren en gebruiken  intelligentie” kennis = informatie die gebruikt wordt om voor formulering en uitbreiding van modellen • In principe: elk gebruik van waarnemingen om te reageren = modelleren • focus op 1 of enkele kenmerken • object wordt volledig in dat licht bekeken • “hoe moet het gedaan worden”

  8. Modellen (2) • Belangrijk deel van de analyse: • verkrijgen van inzicht in de soorten modellen en de datastroomrelaties tussen de verschillende modellen • modeldiagram • Grafische representatie: semantische netwerken • Soorten: aspect waarop het model zich focust • classificatiemodel:  soorten vinken • structuurmodel • causaal model: oorzaak-gevolgrelatie tussen componenten • functioneel model: welke functies worden vervuld i/h systeem

  9. Modellen (3) • casusmodel • bevat gegevens over 1 specifiek geval • vb. waargenomen symptomen: blauwe rook • domeinmodel • bevat mogelijke gegevens die alle gevallen bestrijken“verzameling casussen” • vb. opsomming van mogelijke symptomen: blauwe rook, witte rook, geen trekkracht, veel lawaai,... • procesmodel • beschrijft het redeneerproces • enkel als de probleemoplosser ook over het redeneerproces redeneert

  10. Modellen (4) • uitbreidingsmodel • uitbreiding v/e casusmodel tot het genoeg informatie bevat om mee verder te werken • extern (vb. vragen stellen)afleiding van nieuwe feiten op basis van domeinkennis • afbeeldingsmodel • afbeelden van een model op een ander • overgang van één taak naar de volgende

  11. klassen initialiseren alle kenmer- ken testen volgende klasse geslaagd alle stemmen overeen geen klassen meer 1 stemt niet overeen niet geslaagd Oplossingsmethoden (1) • procedure die de uitbreiding of consultatie van de verschillende modellen doet, om een bepaald doel te bereiken • sturende structuur (stuurdiagram), vb. lin. classificatie • implementatie: regelgebaseerde systemen • IF conditie THEN actie

  12. Oplossingsmethoden (2) • lineaire classificatie: • enkel uitbreiding van het casusmodel • statisch domeinmodel • differentiatie • zoek het meest distinctieve kenmerk van een reeks klassen • heuristische classificatie • uitputtend zoeken (exhaustive search) • initieel casusmodel wordt uitgebreid op alle mogelijke manieren • beperkingenpropagatie (constraint propagation) • c=5(f-32)/9

  13. Oplossingsmethoden (3) • Data-directed (voorwaarts redeneren) • toepasselijke regel: conditie vervuld • Goal-directed (achterwaarts rederen) • toepasselijke regel: doel vervuld; daarna testen of conditie geldt.

  14. Implementatie van modellen (1)    • Object = representatie v/e casusmodel • eigenschappen (properties) • attributen • relaties ( rol) • Type = klasse van objecten • Feiten & beschrijvingen • beschrijving moet geëvalueerd worden om waarheidswaarde te kennen • rollen • Representatie: frames • velden: naam + waarde (eig, attr, rel) vocabulaire

  15. Implementatie van modellen (2) regels (taakuitvoeringsmethoden)    • uitbreiding v/e modelafbeelding v/e model • IF x THEN y • x: conditie = feiten die aanwezig moeten zijn • y: acties • Regels worden uitgevoerd in de context van een object • object = casusmodel dat uitgebreid wordt • Verschillende toepasbare regels  conflict

  16. Implementatie in regels (2) • Structureren van regelverzamelingen • opsplitsen van regelverzamelingen • context-mechanisme: regel enkel toepasbaar in één context • Hiërarchie in KAN: • investigate

  17. Uitwerking van mini-kennissysteem • Onderwerp: analyse van motorproblemen • Concreter: “Gegeven uitwendig zichtbare symptomen, welk onderdeel is schuldig?”

  18. Fase 1 • brainstorm • gebruik de uiteindelijke functie van het kennissysteem als leidraad • Verschillende modellen enz. zullen nog niet met elkaar overeenstemmen  niet erg!

  19. Taakstructuur • Doel van het systeem: • op basis van symptomen proberen te achterhalen welke component in een automotor faalt • Eerste taakstructuur: • verzamel symptomen • classificeer symptomen om tot een diagnose te komen • zoek een remedie • Wat is het doel van elke taak?

  20. Verzamel symptomen • “Wat kan er mis gaan?” • blauwe rook uit de uitlaat • witte rook uit de uitlaat • start niet • weinig of geen trekkracht • schokkert bij het optrekken • oververhitting • Sommige symptomen: meerdere oorzaken • niet starten: batterij leeg, startmotor kapot, startslot kapot,...

  21. Modellen • Welke modellen kunnen we gebruiken? • Welke aspecten zijn relevant voor het bepalen van de falende component? • componentmodel • symptoommodel • functiemodel • symptomen  functies • functies  componenten (extra vragen nodig om na te gaan welke individuele componenten stuk zijn) • Welke niet? • ruimtelijk model (alle motoren zijn anders)

  22. motorblok cilinderkop oliepomp waterpomp krukas kleppen oliekanalen waterkanalen stroomverdeler Componentenmodel motor carburator

  23. koeling radiatie ontsteking watertransport opwekken v/ HS genereren v/e vonk smering olietransport Functiemodel • Dingen die de motor doen falen als ze niet werken brandstoftoevoer

  24. symptoom  functie model • Welk symptoom heeft invloed op welke functie? • Blauwe rook  verbranding v. olie  probleem met olie-afdichting • witte rook  verbranding v. koelmiddel  probleem met water-afdichting • weinig trekkracht  probleem met compressie • oververhitting  probleem met koeling

  25. watertransport radiatie vonkgeneratie waterpomp waterkanalen radiator bougie thermostaat opwekking HS bobijn batterij condensator contactpunten functie  component model • Welke componenten vervullen samen welke functie?

  26. Nieuwe taakstructuur • verfijning; preciezere formulering van de taken • verzamel symptomen • bepaal welke functie(s) verstoord word(t)/(en) door symptoom x? • identificeer mogelijke kapotte componenten • toegelaten om over onderdelen specifieke vragen te stellen

  27. gebruiker symptoommodel symptoom casusmodel symptoom  functiemodel functie casusmodel functie  componentmodel component casusmodel Modeldiagram

  28. Fase 2 • Beslissen welke gevallen het uiteindelijke systeem zal aankunnen • Op elkaar afstemmen van de relevante modellen gevonden tijdens de brainstorm • evt. toevoegen of weglaten van gevallen

  29. Nieuw symptoommodel • Vereenvoudiging (voorbeeld) • blauwe rook uit uitlaat • oververhitting • weinig of geen trekkracht Nieuw functiemodel • olie-afdichting • koeling • energieconversie

  30. motorblok waterpomp thermostaat waterkanalen Nieuw componentenmodel motor cilinderkop cilinderkoppakking

  31. Vertaling in regels (define (rule symptoom-rules) temperatuur-regel (if (== (>> symptomen) (temperatuur te-hoog))) (then (investigate koeling-rules))) attribuut probleemfunctie attribuut probleemcomponent motormodel symptomen koeling attribuut rook attribuut temperatuur attribuut trekkracht property waterkanalen-vrij property waterpomp-werkt property thermostaat-werkt rule rook-rule rule temperatuur-rule rule compressie-rule rule waterkanalen-rule rule waterpomp-rule rule thermostaat-rule

  32. Niet in voorbeeld • combinaties van symptomen die op een bepaalde fout wijst • Eenvoudig te implementeren: geen rechtstreekse afbeelding symptoommodel functiemodel • redeneren met probabiliteiten • …

More Related