1 / 17

3.3 zaadplanten 3.3.2 bedektzadigen 3.3.2.2 planten Bergerbos project 2.

1 Lieve-vrouwe-bedstro Kleefkruid Dagkoekoeksbloem Fluitenkruid Witte kastanje Stinkende gouwe Brandnetel Robertskruid Paardenbloem Postelein Daslook Beuk. 3.3 zaadplanten 3.3.2 bedektzadigen 3.3.2.2 planten Bergerbos project 2.

taya
Download Presentation

3.3 zaadplanten 3.3.2 bedektzadigen 3.3.2.2 planten Bergerbos project 2.

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. 1 Lieve-vrouwe-bedstro Kleefkruid Dagkoekoeksbloem Fluitenkruid Witte kastanje Stinkende gouwe Brandnetel Robertskruid Paardenbloem Postelein Daslook Beuk 3.3 zaadplanten3.3.2 bedektzadigen3.3.2.2 planten Bergerbos project 2.

  2. Lieve-vrouwe-bedstro is een overblijvende, winterharde, kruidachtige plant uit de familie van de sterbladigen. In gedroogde toestand zijn het de bladeren die naar gemaaid hooi ruiken. Komt in Bergen vooral voor in de buurt van beuken. In vroeger eeuwen werd lievevrouwebedstro voor vele doeleinden gebruikt, onder andere om kleding geurig te maken en wijn smaak te geven. Hierna nog drie korte stukjes over deze plant. Lieve-vrouwe-bedstro

  3. Legende betreffende de kleur van de bloemen In die tijd dat Maria zou baren, had zij de kribbe reeds klaarstaan, gedekt met kruiden en wat hooi. Nadat Jezus geboren was, werd hij in doeken gewikkeld en in de kribbe gelegd. Bij de eerste kreten van het pasgeboren kind begon het bedstro meteen te bloeien. Als dank hiervoor mocht het zijn verdere leven gouden (witte) bloemen dragen. In een Middelnederlands woordenboek vinden we als uitleg: gulden cruut = gedroogd geurig kruid.

  4. Legende over de naamgeving Over het ontstaan van de naam lieve-vrouwe-bedstro doet de volgende legende de ronde. De Heilige Anna (moeder van Maria) had een groot probleem: haar dochter kon de slaap maar niet vatten. Hoe ze ook haar best deed, niets mocht baten, de kleine Maria bleef wakker. Diep hierover nadenkend liep Anna door de velden en zag plots een bedstro-plantje staan. Ze plukte de bloempjes en stak ze in een zak. Na een tijdje waren deze verwelkt en begonnen heerlijk te geuren. Moeder Anna legde de zak als een matrasje onder haar baby en vanaf toen sliep deze als een roos. Als dank mocht het plantje vanaf dat ogenblik lieve-vrouwe-bedstro heten.

  5. Legende over het bewaren van de jeugd Er was eens een koning die zijn lijfartsen rijkelijk betaalde om hem van middeltjes te voorzien die hem voor de dood behoedden. Op een dag kreeg de koning een beker Walstro, hét middel, volgens zijn artsen. Nu was er in het paleis een knecht die ook wel heel lang wilde leven en er stiekem een flinke teug uit nam. De dief werd spoedig gegrepen en ter dood veroordeeld. Nu sprak de knecht: “Als u mij doodt dan sterf ik jong en dan weet u dat uw artsen u voor de gek houden”. De koning dacht diep na en vond uiteindelijk dat hij dit risico niet kon nemen. Hij liet aldus de knecht vrij. Beiden stierven toch, maar op hoge leeftijd. Sindsdien ontstond het spreekwoord ‘Tegen de dood is geen kruid gewassen’.

  6. Kleefkruid is een plant uit de familie van de sterbladigen. De bloeiperiode van kleefkruid is van mei tot oktober. Kleefkruid wordt dus verspreid door harige dieren. De plant dankt zijn naam aan het feit dat vast blijft zitten aan alles wat er langs strijkt. Dat komt door de vele haakjes die aan de stengel en de vruchten van kleefkruid zitten. Kleefkruid

  7. De dagkoekoeksbloem is een tweejarige, vast plant uit de anjerfamilie. De tot bijna een meter hoge plant heeft van mei tot september roze bloemen. De plant groeit op vochtige plaatsen op voedselrijke zandgrond. De naam dagkoekoeksbloem komt van de overdag openstaande bloemen, dit in tegenstelling tot de avondkoekoeksbloem en de nachtkoekoeksbloem. Dagkoekoeksbloem

  8. Deze plant komt in Nederland algemeen voor, vooral op plaatsen die met gras begroeid zijn. Veel in wegbermen die hierdoor wit gekleurd worden (Zuidlaan). De schermen zijn samengesteld uit witte bloempjes die tamelijk vroeg bloeien. De plant is behaard en kan 1,5 m. hoog worden. Het fluitenkruid dankt zijn naam aan het feit dat van de stengel fluitjes gemaakt kunnen worden. Fluitenkruid

  9. Voor mensen niet eetbaar, voor dieren wel, o.a. voor ree (4.8.4) Veel kastanjebomen gaan de laatste jaren dood door een ziekte. In Bergen o.a. rond het Hertenkamp en bij het Oude Hof. Een volkswijsheid: een kastanje in de linkerbroekzak gedragen, helpt reuma te voorkomen. Witte kastanje

  10. De stinkende gouwe is een algemeen voorkomende vaste plant uit de papaverfamilie. De plant heeft kleine, gele bloemen en enigszins op eikenblad gelijkende bladeren. De stinkende gouwe bevat oranje-geel melksap en groeit vooral langs heggen en op ruige plaatsen. Het gele sap uit de stengel werd vroeger gebruikt om wratten weg te krijgen. Stinkende gouwe

  11. De brandnetel komt voor op humusrijke grond en vaak op halfbeschaduwde plaatsen. Op de brandnetel komen ongeveer 50 vlindersoorten voor die op de plant de eitjes leggen. Jonge brandnetelstengels van de grote brandnetel kunnen als een soort spinazie gegeten worden. Brandnetelgier is een middel dat gebruikt kan worden ter bestrijding van allerlei soorten luis en rupsen. Brandnetel

  12. Dit is een plant uit de ooievaarsbekfamilie. De plant bloeit van april tot november. Bij uitdroging van de rijpe vrucht breekt de ‘snavel’ open en worden de zaden in vijf richtingen geschoten, tot zes m. ver. De naam komt van Robert of Ruprecht, aartsbisschop, die in de 17e eeuw dit kruid als geneesmiddel aanbeval. Vers geplukte en fijngewreven bladeren hebben een speciale geur. Wanneer deze op het lichaam gesmeerd worden, zou ze muggen afstoten. Robertskruid

  13. De paardenbloem is een soort uit de composietenfamilie. Paardenbloemen zijn heel algemeen, in april kunnen ze hele weilanden geel kleuren. Het bloemhoofdje lijkt één bloem, maar is feitelijk een hele verzameling kleine bloemetjes. Van de bloemen kan op eenvoudige wijze een honingachtige siroop worden gekookt, dit kan als honing gegeten worden. Paardenbloem

  14. Deze plant behoort tot de posteleinfamilie. Postelein wordt 5 tot 50 cm. hoog en heeft verspreid staande, vlezige bladeren. De plant bloeit in Nederland in het wild van juni tot de herfst met gele 1,2 cm. grote bloemen. Postelein • Postelein bevat van de bladgroenten de meeste omega-3 vetzuren.

  15. Een plant uit de lookfamilie. Vrij zeldzaam in Nederland, behalve in Bergen waar de plant op veel plaatsen te vinden is, vooral in loofbossen. De soort is in Nederland wettelijk beschermd. De bladeren van daslook ruiken bij het verwrijven naar knoflook. Het gevaar van verwarring bestaat wel met de bladeren van andere planten (met name lelietje-van-dalen, herfsttijloos en de gevlekte aronskelk) die giftig kunnen zijn. De drie giftige soorten staan op de volgende dia. Daslook

  16. Drie soorten planten die veel lijken op Daslook maar i.t.t. deze plant giftig zijn! Herfsttijloos rechts, gevlekte aronskelk onder, lelietje-van-dalen rechts onder.

  17. Kan tot 300 jaar oud worden. De beukenootjes zijn eetbaar. Kan enorm breed uitgroeien als daar de ruimte voor is. Wordt gebruikt als boom naast wegen/paden. O.a. in het Oude Hof veel geplaatst. Beuk

More Related