1 / 16

Gephyra, hoofdstuk 10 (p. 5)

Gephyra, hoofdstuk 10 (p. 5). M. S. L. HET MEDIUM. 10. 1 Het medium (p. 5). 1. Veel Griekse werkwoorden: actieve vormen passieve vormen schijnbaar passieve vormen met actieve betekenis = mediale vormen, medium. MEDIUM: onthoud : VIZ. V oor zich I ntensief Z ichzelf.

nantai
Download Presentation

Gephyra, hoofdstuk 10 (p. 5)

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Gephyra, hoofdstuk 10 (p. 5)

  2. M S L

  3. HET MEDIUM

  4. 10. 1 Het medium (p. 5) • 1. Veel Griekse werkwoorden: • actieve vormen • passieve vormen • schijnbaar passieve vormen met actieve betekenis • = mediale vormen, medium

  5. MEDIUM: onthoud : VIZ • Voor zich • Intensief • Zichzelf

  6. 2. Medium : gebruik • a) ond. handelt met grotere inzet • vb. jEvcetai tou: paidovV. • Hij houdt de jongen stevig vast.

  7. b) ond. handelt in zijn eigen voordeel (indirect reflexief medium) IR • vb. Sw/vzetai th;n oijkivan. • Hij redt zijn huis.

  8. c) ond. is tegelijk ook lijdend voorwerp (direct reflexief medium) DR • vb. JIstavmeqa. • We stellen ons op. • Hierbij kan uiteraard geen extra LV voorkomen. We vertalen met “zich”.

  9. vb. hij wast zichzelf

  10. 3. let op het verschil tussen Passief, Mediaal, deponent • passief:sw/vzomai uJpo: tou: patrovvV • mediaal: sw/vzomai th;n nau:n • deponent: tou:to ouj bouvlomai • Deponente wwden: hebben geen actieve vervoeging.

  11. Bestudeer oef. a p. 6 1. actief: + LV 2. mediaal: voor zich: + LV 3. mediaal: zich (geen LV) 4. passief: + handelende persoon (uJpov + gen.) 5. mediaal: + LV intensief medium

  12. oef. b p. 7 1. Ze maken zich klaar voor een grote oorlog. DR - LV direct reflexief , geen LV 2. Ze kiezen de beste leider (voor zich). IR + LV

  13. oef. b 3. We onderzochten de levende wezens voor ons / nauwkeurig. IR of intens. + LV 4. Mijn kind houdt mijn kleed stevig vast. intens. + LV

  14. oef. b 5. Deze soldaat is op zijn hoede voor de vijanden. IR (in zijn eigen voordeel) + LV 6. De vijanden laten zich nog niet zien. DR - LV

  15. oef. b 7. Ze wenden zich naar ons. DR -LV 8. Ze gaan bij de deur staan. (Lett.: ze stellen zich op bij de deur) DR - LV

  16. oef. b 9. Wij wilden onze huizen redden. IR (eigen voordeel) + LV 10. Hij grijpt mijn voeten vast. Intens. + LV

More Related