slide1 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit PowerPoint Presentation
Download Presentation
H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 11

H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit - PowerPoint PPT Presentation


  • 87 Views
  • Uploaded on

H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit. Definitie : wat levert het geïnvesteerde vermogen op. Voor wie van belang? : o.a De onderneming zelf Aandeelhouders Zittende en toekomstige investeerders. Er zijn 2 soorten vermogensvormen: EV en VV.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
slide1

H 36 (Havo)/H 43 (Vwo): Rentabiliteit

Definitie: wat levert het geïnvesteerde vermogen op.

  • Voor wie van belang?: o.a
  • De onderneming zelf
  • Aandeelhouders
  • Zittende en toekomstige investeerders

Er zijn 2 soorten vermogensvormen: EV en VV.

* Wat levert het EV op?....... Winst (als het goed is)

* Wat levert het VV op?........Interest

* Wat levert dus het TV op?.........Winst + interest

De formules van rentabiliteit worden dus gevormd door bovenstaande gegevens.

slide2

Formules:

  • REV = winst x 100%
  • gemiddeld EV
  • Stel REV = 20%; de betekent dat € 100 geïnvesteerd EV € 20 winst oplevert.
  • IVV = betaalde interest x 100%
  • gemiddeld VV
  • Stel IVV = 8%; dat betekent dat je voor elke € 100 geleend geld € 8 interest betaald.
  • RTV = winst + betaalde interest x 100%
  • gemiddeld TV
  • Stel RTV = 12%; dat betekent dat elke € 100 geïnvesteerd vermogen (EV of VV) € 12 oplevert.

Waar liquiditeit en solvabiliteit momentopnamen zijn is de rentabiliteit dus een periode in de tijd.

slide4

Vragen:

1: Bereken het gemiddeld EV in 2010

2: Bereken het gemiddeld VV in 2010

3: Bereken het gemiddeld TV in 2010

4: Bereken IVV in 2010 in 2 decimalen nauwkeurig

5: Bereken REV in 2010 in 2 decimalen nauwkeurig

6: Bereken RTV in 2010 in 2 decimalen nauwkeurig

Gemakshalve gaan we er vanuit dat alle veranderingen op de balans exact halverwege het jaar plaats vinden.

Antwoorden:

1: (3.000+3.400)/2 = 3.200

(100 + 200)/2 = 150

(200 + 100)/2 = 150

(300 + 450)/2 = 375

(0 + 600)/2 = 300

€ 4.175.000

slide5

2: (600 + 450)/2 = 525

(300 + 350)/2 = 325

(100 + 100)/2 = 100

(100 + 100)/2 = 100

(300 + 350)/2 = 325

€ 1.375.000

3: 4.175.000 + 1.375.000 = € 5.550.000

4: Betaalde interest:

0,06 x 525 = 31,5

0,08 x 325 = 26

0,03 x 100 = 3

€ 60.500

IVV = (60.500/1.375.000) x 100% = 4,40%

5: REV = (600.000/4.175.000) x 100% = 14,37%

6: RTV = ((600.000 + 60.500)/5.550.000) x 100% = 11,90%

slide6

Tot nu toe gingen we er steeds vanuit dat alle veranderingen in de vermogensvormen exact halverwege het jaar plaats vonden. Dat is rekentechnisch wel handig, maar natuurlijk weinig realistisch.

  • Stel nu dat alle veranderingen niet exact halverwege het jaar plaats vinden. Wat dan?
  • Voor de liquiditeit en solvabiliteit maakt dat niet uit. Dat zijn immers momentopnamen.
  • Voor het gemiddeld EV/VV en TV maakt het wel uit en dus maakt het ook uit voor de betaalde interest.
  • Dus zijn de antwoorden van REV/IVV en RTV ook anders.
  • Hoe gaat dat dan vervolgens?
  • We maken gebruik van de eerder gegeven balans.
  • De aandelen zijn geplaatst op 1 september 2010.
  • De 6% lening is afgelost eind januari 2010.
  • De herwaardering was op 1 april 2010.
  • De 8% hypothecaire lening is uitgebreid op 30 augustus 2010.
  • De winst in 2010 is in de laatste 4 maanden van het jaar ontstaan.
  • Alle andere verandering geschieden exact halverwege 2010.

We moeten dus opnieuw het gemiddeld EV/VV en TV uitrekenen, alsmede opnieuw de betaalde interest uitrekenen.

slide8

We hebben dus 8 maanden de beschikking gehad over € 3.000.000 geplaatst aandelenkapitaal en 4 maanden over € 3.400.000.

  • Gemiddeld geeft dat 8/12 x € 3.000.000 + 4/12 x € 3.400.000 = € 3.133.333
  • De agioreserve moet dus ook op 1 september 2010 veranderd zijn….8/12 x
  • € 100.000 + 4/12 x € 200.000 = € 133.333
  • De herwaarderingsreserve bereken je dan als volgt: 3/12 x € 200.000 + 9/12 x € 100.000 = € 125.000
  • De winst ontstond in de laatste 4 maanden; dus 4/12 x € 600.000 = € 200.000
  • Het totaal gemiddeld EV wordt dus: 3.133.333 + 133.333 + 125.000 + 200.000 + 375.000 = € 3.966.666

Op een soort gelijke wijze bereken je het totaal gemiddeld VV. (1/12 x 600.000 + 11/12 x 450.00) + (8/12 x 300.000 + 4/12 x 350.000) + 100.000 + 100.000 + 325.000 = € 1.304167.

Het totaal gemiddeld TV is dus € 3.966.666 + € 1.304.667 = € 5.271.333

Als de veranderingen niet allemaal exact halverwege het jaar plaats vinden kun je dus niet meer de beide balanstotalen bij elkaar optellen en delen door 2 om het totaal gemiddeld TV te vinden!

slide9

Dit heeft ook gevolgen voor de betaalde interest:

  • (1/12 x 600.000 + 11/12 x 450.00) x 0,06 = € 27.750
  • (8/12 x 300.000 + 4/12 x 350.000) x 0,08 = € 25.333
  • 100.000 x 0,03 = € 3.000
  • Totaal betaalde interest = € 56.083

Als het totaal gemiddeld EV/VV en TV is veranderd, betekent dat ook dat de uitkomsten van REV/IVV en RTV veranderen.

slide10

Hefboomeffect: hoe komt het dat REV>RTV?

In ons voorbeeld is IVV 4,40%; dat betekent dat je voor elke € 100 geleend geld € 4,40 interest betaald. Als die € 100 geleend geld dus meer oplevert na investering dan

€ 4,40 dan kan investeren met geleend geld dus uit voor een onderneming.

RTV is in ons voorbeeld 11,90%; dat betekent dus dat € 100 geleend geld € 11,90 oplevert. Haal je daar de betaalde interest van af (€ 4,40) dan blijft er toch nog een opbrengst over van € 7,50. Dat is dus in feite de “winst” die je maakt op je VV.

Alle winsten komen toe aan de EV verschaffers; zij kregen ook al 11,90% (RTV) en zij ontvangen extra de “winst” op het geïnvesteerde VV.

Gevolg: REV > RTV

Conclusie:

slide11

Hefboomformule:

Om een en ander zichtbaar te maken van het hefboomeffect is er de zogenaamde hefboomformule.

REV = RTV + ((RTV – IVV) x VV/EV)

In ons voorbeeld:

REV = 11,90 + ( (11,90 -4,40) x 1.375.000/4.175.000) = 14,37%