slide1 n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij PowerPoint Presentation
Download Presentation
In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij

Loading in 2 Seconds...

  share
play fullscreen
1 / 37
Download Presentation

In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij - PowerPoint PPT Presentation

ezhno
121 Views
Download Presentation

In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij onomstotelijk lijkt vast te staan dat de daders ervan willens en wetens tot hun gruwelijkheden zijn gekomen. Een schrijnend voorbeeld hiervan is het geval van AlyssaBustamante. In 2009 brengt deze 15-jarige Amerikaanse scholiere op gewelddadige wijze haar 9-jarige buurmeisje om het leven en begraaft haar in het bos. Ze verklaart later erg nieuwsgierig te zijn geweest naar hoe het zou voelen om iemand te vermoorden. Ze heeft de moord voorbereid door een week eerder alvast twee gaten te maken in het bos om het buurmeisje na haar dood in te begraven. Alyssa is de dochter van een moeder met alcohol- en drugsproblemen en een vader die een jarenlange gevangenisstraf heeft uitgezeten voor geweldsdelicten. Ook heeft Alyssa last van depressies en verminkt ze zichzelf, waarvoor ze met medicijnen wordt behandeld. Wanneer wordt nagedacht over de vraag of misdrijven de dader ervan wel kunnen worden aangerekend en welk rechtssysteem het meest rechtvaardig is, wordt de opvatting van ‘vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid’ gehanteerd. Een vraag die met betrekking tot bovenstaand geval kan worden gesteld is of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld. 2p 12 Beargumenteer aan de hand van de begrippen ‘stoornis’ en ‘verleiding’ waarom het ingewikkeld is om vast te stellen of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld.

  2. In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij onomstotelijk lijkt vast te staan dat de daders ervan willens en wetens tot hun gruwelijkheden zijn gekomen. Een schrijnend voorbeeld hiervan is het geval van AlyssaBustamante. In 2009 brengt deze 15-jarige Amerikaanse scholiere op gewelddadige wijze haar 9-jarige buurmeisje om het leven en begraaft haar in het bos. Ze verklaart later erg nieuwsgierig te zijn geweest naar hoe het zou voelen om iemand te vermoorden. Ze heeft de moord voorbereid door een week eerder alvast twee gaten te maken in het bos om het buurmeisje na haar dood in te begraven. Alyssa is de dochter van een moeder met alcohol- en drugsproblemen en een vader die een jarenlange gevangenisstraf heeft uitgezeten voor geweldsdelicten. Ook heeft Alyssalast van depressies en verminkt ze zichzelf, waarvoor ze met medicijnen wordt behandeld. Wanneer wordt nagedacht over de vraag of misdrijven de dader ervan wel kunnen worden aangerekend en welk rechtssysteem het meest rechtvaardig is, wordt de opvatting van ‘vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid’ gehanteerd. Een vraag die met betrekking tot bovenstaand geval kan worden gesteld is of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld. 2p 12 Beargumenteer aan de hand van de begrippen ‘stoornis’ en ‘verleiding’ waarom het ingewikkeld is om vast te stellen of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld. Waaruit blijkt de stoornis?

  3. In de loop van de geschiedenis zijn nogal wat misdrijven gepleegd waarbij onomstotelijk lijkt vast te staan dat de daders ervan willens en wetens tot hun gruwelijkheden zijn gekomen. Een schrijnend voorbeeld hiervan is het geval van AlyssaBustamante. In 2009 brengt deze 15-jarige Amerikaanse scholiere op gewelddadige wijze haar 9-jarige buurmeisje om het leven en begraaft haar in het bos. Ze verklaart later erg nieuwsgierig te zijn geweest naar hoe het zou voelen om iemand te vermoorden. Ze heeft de moord voorbereid door een week eerder alvast twee gaten te maken in het bos om het buurmeisje na haar dood in te begraven. Alyssa is de dochter van een moeder met alcohol- en drugsproblemen en een vader die een jarenlange gevangenisstraf heeft uitgezeten voor geweldsdelicten. Ook heeft Alyssa last van depressies en verminkt ze zichzelf, waarvoor ze met medicijnen wordt behandeld. Wanneer wordt nagedacht over de vraag of misdrijven de dader ervan wel kunnen worden aangerekend en welk rechtssysteem het meest rechtvaardig is, wordt de opvatting van ‘vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid’ gehanteerd. Een vraag die met betrekking tot bovenstaand geval kan worden gesteld is of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld. 2p 12 Beargumenteer aan de hand van de begrippen ‘stoornis’ en ‘verleiding’ waarom het ingewikkeld is om vast te stellen of Alyssa uit vrije wil heeft gehandeld. Waaruit blijkt de verleiding?

  4. Tiener Andrew pleegt onder invloed van serie Dexter een moord. Hij voelde daar een onweerstaanbare verleiding toe. De officier van justitie noemt de tiener “slecht”. Leg uit dat de officier van justitie zich met betrekking tot zijn opmerking over de immoraliteit van Andrew op Aristoteles zou kunnen beroepen. 1. De officier van justitie vond Andrew slecht omdat hij ervan droomde om iemand te vermoorden en het vervolgens ook deed. Volgens Aristoteles moet je je lusten in bedwang houden en verstandig wezen, je lusten volgen is slecht. 2. De klassieken denken dat de wil en de ratio een zijn. Als men weet wat goed is om te doen zal men dit ook doen. De officier kan zich wat de immoraliteit betreft beroepen op de klassieke opvatting dat men simpelweg niet beter wist. Uit de tekst komt naar voren dat hij Dexter had gezien en dus wellicht niet beter wist. 3. Aristoteles dacht dat als je wist wat goed was je dat ook zou doen, behalve als je sterke verlangens hebt. De officier kan zich beroepen op Aristoteles omdat Andrew misschien wel wist wat goed was maar hij zeker een sterk verlangen had. 4. Aristoteles: sommige mensen zijn onwetend over het goede. Ze weten niet precies wat goed is of ze weten/zien niet wanneer ze hun kennis over het goede moeten toepassen. Aristoteles zou zeggen dat het immorele handelen voortkomt uit een verkeerd beeld van het goede. Dat beeld is hem aangeleerd door het programma Dexter: “zich identificeerde met Dexter”.

  5. Weten = Willen ( = Doen) • Aristoteles • Onderzoekt akrasia (onvermogen) • Je weet de algemene regel wel • (Wees matig) • Maar je past die niet of verkeerd toe in de concrete situatie, omdat: • a. je gevoelens deden je vergeten om matig te zijn • b. je vergiste je in de situatie (wodka koppiger dan je denkt)

  6. Tiener Andrew pleegt onder invloed van serie Dexter een moord. Hij voelde daar een onweerstaanbare verleiding toe. De officier van justitie noemt de tiener “slecht”. Leg uit dat de officier van justitie zich met betrekking tot zijn opmerking over de immoraliteit van Andrew op Aristoteles zou kunnen beroepen. Aristoteles denkt dat mensen, als ze weten wat goed is, dat in principe ook willen doen. Wel kan het zijn dat ze deze kennis van het goede verkeert toepassen in een concrete situatie. Andrew zou, hoewel hij weet dat moorden slecht is, door zijn “identificatie met de seriemoordenaar Dexter” (regel 8 boven) kunnen denken dat doden in dit specifieke geval goed is, of dat het in dit geval niet echt om moord gaat.

  7. Harry Frankfurt (herhaling les 11)

  8. & Vrije Wil Determinisme • zonder UOP • zonder PAM Compatibilist

  9. Compatibilist • Zonder Principe Alternatieve Mogelijkheden • (je kunt uit vrije wil handelen, terwijl je toch geen • alternatieven had)

  10. Dr Black Meneer Jansen

  11. Ik ga de bank beroven… …daar ga ik wel voor zorgen Dr Black Meneer Jansen

  12. Ik heb de bank beroofd… Handelde hij uit vrije wil? Ja Meneer Jansen

  13. Ik heb de bank beroofd… Had hij alternatieve mogelijkheden? Meneer Jansen

  14. Had hij alternatieve mogelijkheden? Ik heb de bank beroofd… Nee! Meneer Jansen

  15. Je kunt dus blijkbaar uit vrije wil handelen, terwijl je toch geen alternatieve mogelijkheden had…

  16. …maar hoe maken we dan onderscheid tussen haar en haar PAMgeen alternatieven wel alternatieven Fischer geen besturingscontrole wel best. controle Frankfurt verschil zit in de structuur van onze verlangens

  17. Wat wil Roderick? Roderick wil dat wat hij het sterkst verlangt: een topjob met een topinkomen Hume: Wat je wilt is wat je het sterkst verlangt

  18. Wat wil Roderick? Roderick wil dat wat hij het sterkst verlangt: een topjob met een topinkomen Hume: Wat je wilt is wat je het sterkst verlangt Probleem: de onvrijwillige verslaafde: Wat hij het sterkst verlangt dat wil hij niet

  19. Blijkbaar is wat je wilt niet simpelweg je sterkste verlangen Sommige verlangens zijn echt van jou, andere niet

  20. Lees 3.4.2

  21. 1e orde verlangen een verlangen dat zich op iets richt; buiten je (een hamburger), maar soms ook binnen je (een ontspannen gevoel) 2e orde verlangen of een verlangen dat zich richt op het wel of niet hebben van een ander, 1e orde verlangen In principe kan je ook 3e orde verlangens (gericht op 2e orde) hebben of verlangens van een nog hogere orde

  22. 1e en 2e orde verlangens kunnen overeenstemmen 2e orde verlangen 1e orde verlangen

  23. maar 1e en 2e orde verlangens kunnen ook botsen en als het 1e orde verlangen dan sterker is, handelen we tegen onze wil 2e orde verlangen 1e orde verlangen

  24. Het hebben van 2e orde verlangens is een noodzakelijke voorwaarde om iets te willen: wie geen 2e orde verlangens heeft, die wil ook niets (maar verlangt hooguit iets)

  25. Om niet alleen iets te verlangen, maar het ook echt te willen, is het nodig een houding in te nemen tegenover dat verlangen.

  26. 2e orde verlangens zijn een noodzakelijke voorwaarde om dingen ook echt te willen: wie geen 2e orde verlangens heeft wil ook niet echt iets Je verlangt er naar, maar wilje het ook? Ja Nee

  27. 2e orde verlangens zijn geen voldoende voorwaarde om dingen ook echt te willen: 2e orde verlangens kunnen botsen 2e orde verlangens 1e orde verlangen

  28. 3e orde verlangens zouden het pleit kunnen beslissen 2e orde verlangens 1e orde verlangen

  29. Maar die zouden ook weer kunnen botsen… 3e orde verl. 2e orde verlangens 1e orde verlangen Kritiek: Misschien komt er nooit een einde aan die verlangens van steeds hogere orde en kan Frankfurt dus uiteindelijk niet verklaren waarom we doen wat we doen (eindterm 45)

  30. Uiteindelijk wordt je keuze bepaald door waar je van houdt: Liefde 2e orde verlangens 1e orde verlangen

  31. Wat maakt nu dat bepaalde verlangens echt van ons zijn? • Passende structuur van 1e en 2e orde verlangens • Algemeen: Liefde - de verlangens die in overeenstemming zijn met wat je liefhebt, zijn van jezelf; de verlangens die ermee in strijd zijn, zijn niet van jezelf. • Maar dat we van bepaalde dingen houden is simpelweg een feit (zelfverwerkelijking en determinisme gaan dus samen (eindterm 44)

  32. Wanneer handelen we nu uit vrije wil? Voorwaarde: We hebben 1e en 2e orde verlangens (anders geen wil) Of onze 1e en 2e orde verlangens komen overeen,

  33. Wanneer handelen we nu uit vrije wil? Voorwaarde: We hebben 1e en 2e orde verlangens (anders geen wil) Of onze 1e en 2e orde verlangens komen overeen, Of, als ze botsen, volgen we onze 2e orde verlangens

  34. Wanneer handelen we nu uit vrije wil? Voorwaarde: We hebben 1e en 2e orde verlangens (anders geen wil) Of onze 1e en 2e orde verlangens komen overeen, Of, als ze botsen, volgen we onze 2e orde verlangens Onvrijwillig handelen:

  35. …maar hoe maken we dan onderscheid tussen haar en haar alleen 1e orde verlangens 1e& 2e orde verlangens (door dementie) of 1e orde verlangens gaan tegen 2e orde verlangens in en ze volgt 1e orde

  36. Overeenkomst met Hume • Menselijk handelen is een optelsom van psychische gegevenheden zoals verlangens en behoeften • Verschil met Hume • Zelfverwerkelijking bestaat, en is een samenspel van zulke verlangens en behoeften (die dan een bepaalde structuur hebben)

  37. Overzicht hoofdstuk 3 (schema 3.1) Psychische gegevenheden zoals verlangens en behoeften Handelen optelsom van psychische gegevenheden Psyche is ongestructureerd Geen zelf dus geen zelfverwerkelijking Handelen optelsom van psychische gegevenheden Psyche is gestructureerd door karakter (Mill) of 1e en 2e orde verlangens (Frankfurt) Wel zelf dus ook zelfverwerkelijking Handelen geen optelsom van psychische gegevenheden Behalve psychische gegevenheden ook nog keuze (Sartre) of interpretatie (Taylor) Wel zelf dus ook zelfverwerkelijking (maar pas op bij Sartre) 1e positie Hume, Haidt, Gray 2e positie Mill, Frankfurt 3e positie Sartre, Taylor