bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie? - PowerPoint PPT Presentation

ewan
bijwoordelijke bepaling waar wanneer hoe hoelang waarom met wie n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie? PowerPoint Presentation
Download Presentation
bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie?

play fullscreen
1 / 12
Download Presentation
bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie?
243 Views
Download Presentation

bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie?

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. bijwoordelijke bepaling waar, wanneer, hoe, hoelang, waarom, met wie?

  2. een bijwoordelijke bepaling ….. …… geeft antwoord vragen, zoals • waar ? • wanneer ? • hoe ? • hoe lang ? • waarvandaan ? • waarom? iets gebeurt/ iemand iets doet.

  3. hoe ziet een bijwoordelijke bepaling eruit? • één woord Marcus ibiservumvidet. Marcus valdelaetus est. Marcus subitoridet. Marcus saepestudet. Nunc Marcus tacet. Let op: je kunt de bijwoordelijke bepaling weglaten!

  4. óf een woordgroep • een accusativus Aemiliamultas horasambulat. • een voorzetsel met een accusativus Aemiliapervicos latos ambulat. ( per + acc.) Homo inclarumtemplumcurrit. ( in + acc.) nieuw : Aemiliasinematrevenit. (sine + ??)

  5. voorzetselgroep ( én een nieuwe naamval) Marcusservum pro templovidet. ( pro + ablativus)

  6. twee soorten voorzetsels • met accusativus per + acc. = door ad + acc. = naar inter + acc. = tussen in * + acc. = naar (binnen) • met ablativus sine + abl. = zonder pro + abl. = voor a/ab + abl. = van(af) in* + abl. = in, op *) let hierbij dus op de naamval van het zelfstandig naamwoord voor de betekenis!

  7. vergelijk: Marcus in templumcurrit. Simulacrumin templostat.

  8. verbuiging van het zelfstandig naamwoord:

  9. en het bijvoeglijk naamwoord? congrueert met het zelfstandig naamwoord in: geslacht m/v/o getal ev/mv én ook in: naamval nom./acc./abl.

  10. verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord

  11. een paar voorbeelden: Marcusservumin temploaltovidet. Aemiliasineamicislaetis[per viaslatas] ambulat. Aemiliaa ForoRomanovenit. Patercum senatoreclarothermasintrat.

  12. had je ze goed? Marcus servumin temploaltovidet. Marcus ziet de slaaf in de hoge tempel. Aemiliasineamicislaetis[per viaslatas] ambulat. Aemilia wandelt zonder haar vrolijke vriendinnen [door de brede straten]. Aemiliaa ForoRomanovenit. Aemilia komt van de Romeinse markt/het Forum Romanum. Pater cum senatoreclarothermasintrat. Vader komt met de beroemde senator het badhuis binnen.