organisatievormen l.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Organisatievormen PowerPoint Presentation
Download Presentation
Organisatievormen

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 54

Organisatievormen - PowerPoint PPT Presentation


  • 342 Views
  • Uploaded on

Organisatievormen. Instituut voor de Overheid Koen Verhoest. Inhoud. Module 1: organisatievormen Module 2: organisatievormen “kiezen” Module 3: toepassingen Praktijkgetuigenissen Cases Toepassing op eigen dienst. Organisatievormen. Per vorm: Deel I vormen Wat? (kenmerken)

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Organisatievormen' - chumani


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
organisatievormen

Organisatievormen

Instituut voor de Overheid

Koen Verhoest

inhoud
Inhoud
  • Module 1: organisatievormen
  • Module 2: organisatievormen “kiezen”
  • Module 3: toepassingen
    • Praktijkgetuigenissen
    • Cases
    • Toepassing op eigen dienst
organisatievormen3
Organisatievormen

Per vorm:

Deel I vormen

  • Wat? (kenmerken)
  • Subvormen - Voorbeelden (op verschillende overheidsniveaus)

Deel II aandachtspunten

  • Sterktes & zwaktes
  • Aansturing
  • Proces= succes en faalfactoren

Deel III: criteria

  • Criteria

Extra: resultaten

  • Resultaten
module 1

Module 1

Organisatievormen

organisatievormen5
Organisatievormen
  • Eigen beheer
  • Delegatie / budgethouderschap
  • Interne verzelfstandiging
  • Externe verzelfstandiging (pub & priv)
  • Uitbesteding
  • PPS
  • Inschakeling not-for-profit
  • Privatisering
2 analysekaders
2 analysekaders

“Wie doet wat?” Verdeling van de functies

-Planning en normering

-Productie

-Financiering/bekostiging

-Controle en evaluatie

Verzelfstandiging en privatisering als verschuiven vanverantwoordelijkheid i.v.m. functies

Inrichting van het sturingsarrangement

-Inputsturing

-Proces- of resultaatsturing

-Koppeling van bekostiging aan resultaten

-Competitie door andere aanbieders

-Beheersautonomie

*financieel management

*personeelsmanagement

Verzelfstandiging en privatisering als de verschuiving van sturing door de centrale overheid

eigen beheer8
Eigen beheer

Publieke dienstverlening wordt verzorgd door centrale overheidsadministratie

  • Afdeling, administratie of departement
  • Provinciale administratie
  • Gemeentelijke administratie (vb. Dienst bevolking, stedebouw)
  • Variant: gedeconcentreerde buitendiensten (vb. Admin. Belastingen)
eigen beheer9
Eigen beheer
  • Centrale overheidsdiensten hebben geen eigen rechtspersoonlijkheid
  • De planning, productie, financiering, controle gebeuren door centrale overheid
  • Strakke inputsturing door horizontale eenheden, processturing door hiërarchie, incrementele inputbekostiging, monopolie
  • Copernicus (federaal) en BBB (Vlaanderen): evolutie naar meer autonomie en ex post controle
delegatie budgethouderschap11
Delegatie / budgethouderschap
  • Geen organisationele vorm van verzelfstandiging
  • Wel beheersautonomie (vnl. inzake financieel management) via enveloppefinanciering voor bepaalde kostensoorten
  • Taakstellend via explicitering van doelstellingen, opvolging en evaluatie
  • Kan gekoppeld worden aan mandaatfunctie
  • OCMW + nieuw gemeentedecreet
verzelfstandiging13
Verzelfstandiging

Verzelfstandiging = divers fenomeen

  • Autonome structuren binnen kernoverheid
  • Autonome structuren afgesplitst van kernoverheid
  • In sommige gevallen rechtspersoonlijkheid
  • Uitgebreide beheersautonomie
  • Aansturing en controle
sturing van agentschappen
Sturing van agentschappen

Traditioneel

  • Formeel: ex ante gericht op inputs – beperkte beheersautonomie
  • Soms wel grote feitelijke mate van beheersautonomie / ruime mate van beleidsautonomie

Nieuw

  • Formeel: ex post gericht op resultaat via beheersovereenkomst
  • Ruime formele mate van beheersautonomie mits gelijke informatie
  • Hercentralisering van strategische beleidsautonomie
  • Feitelijk: niet altijd klaar voor resultaatsturing
subvorm 1 interne vorm
Subvorm 1: interne vorm

Publieke taak verzorgd door intern verzelfstandigd agentschap

  • Organisatie binnen centrale overheid
  • Rechtstreeks onder het hiërarchisch gezag van de politieke overste
  • Toegenomen beheersmatige autonomie: vooral financieel management - HRM autonomie afhankelijk van personeelstatuut
subvorm 1 interne vorm17
Subvorm 1: interne vorm
  • Inputsturing vermindert (geen detailsturing) en meestal ook processturing door delegatie
  • Politieke verantwoordelijkheid van minister blijft volledig, net als zijn mogelijkheden tot interventie
  • Meestal geen rechtspersoonlijkheid (invloed op juridische zelfstandigheid, eigen vermogen, in rechte optreden)
  • Minister / regering is beheerder
subvorm 1 interne vorm18
Subvorm 1: interne vorm

Federaal en Vlaanderen - voor BBB

  • DAB’s
  • Begrotingsfondsen
  • Gewoon staatsbedrijf
  • Met rechtspersoonlijkheid: openbare instelling cat. A

Vlaanderen: na BBB

  • IVA zonder rechtspersoonlijkheid
  • IVA met rechtspersoonlijkheid
  • Al dan niet met raadgevend comité

Gemeentelijk niveau

  • Voor gemeentedecreet: gewoon gemeentebedrijf (“regie”)
  • Na gemeentedecreet: budgethouderschap, interne verzelfstandiging
subvorm 1 interne vorm19
Subvorm 1: interne vorm

Begrotingsfondsen

  • inkomsten uit specifieke heffingen die geoormerkt zijn
  • beperkte autonomie inzake begroting (analiteit en universaliteit) en financieel management: overdracht van ene begrotingsjaar naar andere, Bv. Fonds Ontwikkelingssamenwerking

Diensten Afzonderlijk Beheer

  • beperkte autonomie inzake begroting, VWS na 1994

Staatsbedrijven met com., fin. of indus.kar., regies

  • beperkte autonomie inzake begroting: bv. niet-limitatieve kredieten, bv. Centrale arbeidsdienst van Bestuur van de Strafinrichtingen
subvorm 1 interne vorm20
Subvorm 1: interne vorm

Intern verzelfstandigde agentschappen

  • Meer beheersautonomie in ruil voor resultaatsturing (bv. contractmanagement)
  • minister blijft volledig verantwoordelijk, maar onthoudt zich van detailsturing tijdens contractuitvoering (gemoduleerde delegatie)
  • gewijzigde rol van centrale departementen
    • Vbn. Nederland, Verenigd Koninkrijk, Stad Antwerpen, Vlaanderen (BBB)
subvorm 1 interne vorm21
Subvorm 1: interne vorm

Openbare instellingen categorie A

  • eigen rechtspersoonlijkheid,
  • gepersonaliseerde besturen maar onder rechtstreeks hiërarchisch gezag van de regering, (vbn. OVAM, VMM, Regie der Gebouwen, BIPT, FAVV)
  • veelal papieren instellingen (bv. FBJ, VLIF, Limburgfonds)
subvorm 1 interne vorm22
Subvorm 1: interne vorm

Openbare instellingen categorie A

Wet van 16 maart 1954:

  • minister heeft de beheersbevoegdheid;
  • minister van Financiën controle op beslissingen met fin. en budg. impact
  • rol voor Inspectie van Financiën
  • personeelsformatie en -statuut door regering bepaald
  • financieel: begroting en rekeningen onder minister, goedkeuring van begrotingen door parlement; na goedkeuring, mogelijkheid van niet-limitatieve kredieten, reserveren lenen en beleggen, vrijstelling visum Rekenhof
subvorm 2 externe vorm
Subvorm 2: externe vorm

Publieke taak verzorgd door extern verzelfstandigd agentschap

  • Organisatie die niet onder het hiërarchisch gezag van de politieke overste valt
  • Eigen rechtspersoonlijkheid
  • Eigen patrimonium
  • Eigen raad van bestuur
  • Onder administratief toezicht
  • Beperkte mogelijkheid tot ministeriële interventie
  • Beperking van ministeriële verantwoordelijkheid
  • In sommige gevallen resultaatsturing
subvorm 2 externe vorm24
Subvorm 2: externe vorm

Federaal oud en Vlaanderen voor BBB

  • VOI cat. B
  • VOI cat. C
  • VOI cat. sui generis

Vlaanderen na BBB

  • EVA pub

Federaal nieuw

    • Instellingen sociale zekerheid
    • Autonome overheidsbedrijven  publiekrechtelijke NV’s  met partiële private aandeelhouders

Gemeentelijk niveau

  • Voor gemeentedecreet: autonome gemeentebedrijf
  • Na gemeentedecreet: externe verzelfstandiging als autonoom gemeentebedrijf
extern verzelfstandigde overheidsdienst
Extern verzelfstandigde overheidsdienst
  • Openbare instellingen Categorie B (C en D) en sui generis
    • historiek
    • wet van 16 maart 1954
      • beheersorganen door regering benoemd op voordracht, AG
      • adm toezicht door minister en minister van Financiën en twee regeringscommissarissen, schorsend beroep (incl. algemeen belang) en subsitutieregeling
      • personeelsformatie en -statuut door regering bepaald (uitzondering voor bepaalde sui generis instellingen)
      • financieel: begroting en rekeningen door beheersorganen en goedkeuring door ministers, bekendmaking van begrotingen door parlement; na goedkeuring, mogelijkheid van niet-limitatieve kredieten, reserveren, lenen en beleggen, verschuiven tussen limitatieve kredieten
    • Vorm: Openbare instelling, CV of NV
externe verzelfstandiging onder de wet van 1954 ervaringen
Externe verzelfstandiging onder de wet van 1954: ervaringen
  • Groot aantal instellingen (Vlaanderen: 34) met groot belang op financieel en personeelsvlak
  • Weinig heroverweging bij regionalisering
  • Grote heterogeniteit inzake
    • Rechtsvorm
    • Beheersorganen (samenstelling en taken)
    • Toezichtsregelingen
  • Wet van 1954 te strak  feitelijke uitholling van wet van 1954 zonder plaatsvervangende sturing
    • Inz. Beleidsautonomie
    • Inz. Beheersautonomie
federaal beleid inzake externe verzelfstandiging periode 1990 2006
Federaal beleid inzake externe verzelfstandiging: periode 1990-2006
  • Autonoom overheidsbedrijf
    • wet van 21 maart 1991: Post, Belgacom, NMBS
    • economisch (eenmaking europese markt), technologisch en bestuurlijke evoluties
    • responsabilisering i.p.v. privatisering
      • scheiding taken van algemeen belang en commerciële taken
      • verregaande beheersautonomie in ruil voor beheerscontract
      • beheersorganen: raad van bestuur en directiecomité, benoemt en ontslaan door de regering, college van commissarissen
      • beperkt administratief toezicht door één regeringscommissaris (geen algemeen belang)
      • autonomie inzake activiteiten, filialisering en participaties, lenen en beleggen, personeelsstatuut, onderhandelingen…
      • uitvoeringsimmuniteit voor goederen inzake taken van algemeen belang, onmogelijkheid van faillissement
federaal beleid inzake externe verzelfstandiging periode 1990 2002
Federaal beleid inzake externe verzelfstandiging: periode 1990-2002
  • Autonoom overheidsbedrijf
    • ervaringen: voortschrijdende liberalisering, moeilijkheid van herstructureringen (vakbonden), aantrekkelijkheid van NV-structuur, bestuursprivatisering, afzwakking van politiek primaat (weinig sanctiemogelijkheid)
    • Omvorming tot publiekrechtelijke NV + gedeeltelijke privatisering b.v. via beursgang (b.v. Belgacom en Post)
  • Sociale parastatalen (KB van 1997)
    • Beperkte verruiming van beheersautonomie en beheerscontract
    • Trage en onvolledige uitvoering
    • Gedrag conflicteert met contractuele relaties
federaal beleid inzake externe verzelfstandiging periode 1990 200629
Federaal beleid inzake externe verzelfstandiging: periode 1990-2006
  • Expliciet maar slechts partieel en gradueel
  • Geen duidelijke keuze voor vervanging van input- door resultaatsturing
  • Onvoldoende sturingscapaciteit in federale overheid
  • Resultaatsturing niet geoptimaliseerd
vlaams beleid inzake externe verzelfstandiging
Vlaams beleid inzake externe verzelfstandiging
  • periode ‘99-2006: expliciet, systematisch en omvattend via ontwerp kaderdecreet en sectorale screening
    • eenduidige categorisering met differentiatiemogelijkheid
    • Voorkeur IVA vs EVA, publiek vs privaat (criteria)
    • responsabilisering Raad van Bestuur
    • beheersovereenkomst en ex post toezicht & audit (quit vernietigingsrecht en dwangvoogdij ?)
    • participaties en filialisering
  • feitelijke uitvoering
    • Verdere differentiatie (bv; IVA met rechtspersoonlijkheid)
    • Splitsing beleidsvoorbereiding en -uitvoering
subvorm 2 privaatrechtelijke vorm
Subvorm 2: privaatrechtelijke vorm
  • Organisatie die niet onder het hiërarchisch gezag van de politieke overste valt
  • Met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid (vb. NV of VZW vorm)
  • Eigen patrimonium
  • Eigen raad van bestuur
  • Veelal hybride kenmerken:
  • Soms onder administratief toezicht
  • Overheidsvertegenwoordiging in raad van bestuur
  • Activa en passiva van overheid
  • Beperking van autonomie
  • In sommige gevallen resultaatsturing
subvorm 2 privaatrechtelijke vorm32
Subvorm 2: privaatrechtelijke vorm

Federaal en Vlaanderen voor BBB

  • Onoverzichtelijk geheel van vennootschappen en VZW’s die op één of andere wijze band hebben met overheid (oprichting, raad van bestuur, financiering, administratief toezicht)
  • Heterogeniteit
  • Juridische onduidelijkheid door driewegenleer  evolutie naar tweewegenleer

Vlaanderen na BBB

  • EVA privaatrechtelijk

Gemeentelijk niveau

  • Voor gemeentedecreet: gemeentelijke VZW
  • Na gemeentedecreet: externe verzelfstandiging in privaatrechtelijke vorm
publiek publieke samenwerking
Publiek-publieke samenwerking
  • Besturen werken samen om dienst aan te bieden
  • Tussen gemeenten (decreet 2001)
    • Projectgewijs
      • Interlokale vereniging (zonder rechtspersoonlijkheid en zonder overdracht)
      • Projectvereniging (rechtspersoonlijkheid, maar geen overdracht)
    • Dienstverlenende vereniging (zonder overdracht)
    • Opdrachthoudende vereniging (met beheersoverdracht)
  • Intercommunales
  • Intergemeentelijke vzw’s
uitbesteding35
Uitbesteding

Basiskenmerken

Productie en/of levering van publieke diensten door private aanbieder in opdracht van overheid

  • Overheid doet planning, controle en bekostiging
  • Beperkt zich tot één fase van de levenscyclus
  • Aanbesteding volgens overheidsopdrachtenregelgeving
uitbesteding36
Uitbesteding

Subvormen en voorbeelden:

  • Externe en interne uitbesteding
  • Evolutie: aard diensten en aard relatie
    • Van ondersteunende diensten naar externe dienstverlening
    • Evolutie naar langere en omvattender contracten
  • Voorbeelden
    • Huisvuilophaling op gemeentelijk of intercommunaal vlak
    • IT-functie in Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
uitbesteding37
Uitbesteding

Uitbestede diensten zie Kakabadse (figure 3)

verlening van concessies
Verlening van concessies
  • Concessie-overeenkomsten: Privé-sector staat in voor bestuur, productie en financiering. Overheid controleert of de bepalingen van het lastenboek zijn vervuld, of reguleert.
  • Criteria: voor produktie belangrijke infrastructuur noodzakelijk (bv. telefonie, spoorwegennet, verkeersinfrastructuur) en technologie van basisinfrastructuur weinig verandert; stabiele vraag; domeinen waar overheid belangrijke verantwoordelijkheid blijft dragen (bv. keuring van voedingswaren); waarbij exploitatie weinig concurrentie
  • Voordeel: concurrentie bij het bieden
  • Voorwaarden: eerlijke gunning (wetgeving inzake gunning van de overheidsopdrachten)
  • bvn. liefkenshoektunnel, exploitatie en distributie van openbare nutsvoorzieningen (Belgacom) en vervoer (NMBS; busconcessies, exploitatie van luchthavens BATC).
publiek private samenwerking pps
Publiek-Private Samenwerking (PPS)

Eén of meer publieke en één of meer private partijen stemmen hun activiteiten op enigerlei wijze op mekaar af – vanuit de eigen verantwoordelijkheden en kwaliteiten

Kosten, risico’s en opbrengsten worden in een onderling overeengekomen verhouding onder de betrokken partijen verdeeld

publiek private samenwerking pps41
Publiek-Private Samenwerking (PPS)

Verschillende vormen

  • Contractueel : combinaties van DFBMO
  • Structureel

Verschillende financieringstechnieken

Verschillende graden van private betrokkenheid bij publieke taak

  • ontwerp en creatie van infrastructuur
  • uitvoeren van ondersteunende taken
  • uitvoeren van (publieke) diensten

Enge en brede vormen van PPS

inschakeling non profit44
Inschakeling non profit
  • Georganiseerde initiatieven vanuit burgers, vrijwilligers en non-profit organisaties (middenveld)
  • Meestal inschakeling via een niet-competitieve uitbesteding, sterk gereguleerde markten of via overheidssubsidie
  • Evolutie naar meer en meer competitieve aanbestedingen, meer vrije marktwerking, doelgebonden subsidies en contracten
vormen
Vormen

Niet expliciet competitief

  • Subsidiëring derde sector door overheid
    • Mate van doelgebondenheid
    • Outputgerelateerde financiering versus capaciteitsfinanciering
    • Koppeling aan contractuele afspraak in de vorm van een convenant; beheersovereenkomst
    • Koppeling aan aantal/aard gebruikers

Wel expliciet competitief

  • Financiering via vouchers
  • Uitbesteding via tendering procedure

Fundamentele keuze is partnerschap versus marktrelatie, met diverse tussenvormen

vormen46
Vormen

Purchase of service contracting

  • Sociale dienstverlening: gericht op gedragsverandering en dus complex en onvoorspelbaar; arbeidsintensief; intensieve monitoring nodig; hoge mate van competitie niet altijd mogelijk of wenselijk; nood aan continuïteit en coördinatie; meestal bij non-profit organisaties
  • Competitieve variant; onderhandelde variant; cooperatieve variant
  • Scope van contract: eng – breed
  • Wanneer kiezen: competitie – keuze; actoren met goede reputatie; overheid genoeg informatie; overheid en actoren voldoende middelen voor contractproces; wettelijke beperkingen
vormen47
Vormen

Vouchers

  • Definitie: subsidie die beperkte koopkracht geeft voor keuze tussen een beperkte set van diensten
  • Subsidiëring van de vraagzijde, in plaats van de aanbodzijde
  • Beperking van diensten – beperking van aanbieders (bv. Erkenning, vergunning)
  • Incentive om gedrag van gebruiker te veranderen en door aanbieders meer competitie te laten ondergaan
  • Adverse selection als probleem: nood aan informatie
  • Doelgroepgericht, budgettair goed beheersbaar; maar nood aan regulering en nood aan gedragenheid
privatisering49
Privatisering
  • Overdracht van activiteit naar privé-markt, waarbij private aanbieder zowel planning, productie, financiering als controle waarneemt
  • Partieel en volledige privatisering
  • Liberalisering en privatisering zijn niet gelijk, maar dienen wel samen te gaan
  • Privatisering en deregulering zijn niet gelijk:
    • Overheidsregulering mogelijks noodzakelijk: kwaliteit van productie, prijsregelgeving, marktstructurering
    • Vbn.OKI’s: ASLK, gemeentekrediet, Sabena, Belgacom
privatisering50
Privatisering
  • Subvormen (OECD 2003 tabel 2.4, p. 105-106)
    • ‘Public share offerings’ op de aandelenmarkt (versterkt aandelenmarkt, nadeel: aandeelhouderschap is versplinterd)
    • ‘Trade sales’ (door onderhandeling of competitieve aanbesteding) (post- privatiserings-engagmenten mogelijk, strong governance, nadeel is mindere transparantie)
    • Gemengde verkopen
    • Buy-out door management en/of werknemers (motivatie, corporate governance versterkt, conflicten mogelijk, kleinere expert-gedreven bedrijven)
    • Verkoop van activa (meestal na liquidatie van overheidsbedrijf)
    • Massa privatisering (door vouchers aan bevolking, eerste fase van transitie economie)
slide54

Meer info

K.U.LeuvenInstituut voor de Overheid

Anneke Heylen & Inge Vermeulen E. Van Evenstraat 2aB-3000 Leuven

0032 16 32 32 70

io@soc.kuleuven.be

www.instituutvoordeoverheid.be