classificeren van dieren n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Classificeren van dieren PowerPoint Presentation
Download Presentation
Classificeren van dieren

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 25

Classificeren van dieren - PowerPoint PPT Presentation


  • 300 Views
  • Uploaded on

Classificeren van dieren. De stam van de chordadieren. Welke kenmerken hebben ze gemeen?. Chordadieren = dieren met een chorda. Criteria chordadieren. Kenmerken embryostadium: kieuwzakjes  verdwijnen later of worden kieuwen; gesegmenteerde staart of restant ;

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

Classificeren van dieren


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
    Presentation Transcript
    1. Classificeren van dieren De stam van de chordadieren

    2. Welke kenmerken hebben ze gemeen? Chordadieren = dieren met een chorda. Criteria chordadieren • Kenmerken embryostadium: • kieuwzakjes  verdwijnen later of worden kieuwen; • gesegmenteerde staart of restant; • zenuwstreng aan de kant van de rug; • chorda  wervelkolom. Verschillen: transport en ademhaling Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Classificeren van zoogdieren (V) Eigenschappen chordadieren

    3. Waarin verschillen gewervelde dieren van elkaar? Transport en ademhaling  gesloten bloedsomloop: hart pompt het bloed doorheen het lichaam in een kanalensysteem. Criteria chordadieren Verschillen: transport en ademhaling • Vissen: • transport: enkelvoudige bloedsomloop; • ademhaling: kieuwen. • Amfibieën: • transport: dubbele bloedsomloop  geen tussenschot tussen kamers; • ademhaling: kieuwen (larven), longen en huid (volwassene). • Reptielen, vogels en zoogdieren: • transport: dubbele bloedsomloop  tussenschot tussen kamers; • ademhaling: longen. Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Classificeren van zoogdieren (V)

    4. Waarin verschillen gewervelde dieren van elkaar? Lichaamstemperatuur  koudbloedige en warmbloedige gewervelden Criteria chordadieren Verschillen: transport en ademhaling • Warmbloedigen: • = organisme met constante lichaamstemperatuur; • bv. vogels en zoogdieren. • Koudbloedigen: • = lichaamstemperatuur afhankelijk van de omgeving; • bv. vissen, amfibieën en reptielen. Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Classificeren van zoogdieren (V) Zeeleguaan Lepelhaas

    5. Waarin verschillen gewervelde dieren van elkaar? Voortplanting  spermacellen komen bij eicel: bevruchting. Criteria chordadieren Verschillen: transport en ademhaling • Uitwendige bevruchting • = bevruchting waarbij het mannelijk dier zijn sperma uitstrooit over de eitjes van het vrouwelijk dier. Bevruchting vindt buiten het lichaam plaats; • bv. vissen en amfibieën. • Inwendige bevruchting: • = bevruchting waarbij het mannelijke dier zijn sperma in het vrouwelijk dier binnenbrengt. • Vogels + reptielen: nakomeling ontwikkelen in een ei buiten het lichaam; • zoogdieren: nakomelingen ontwikkelen in het vrouwenlichaam. Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Classificeren van zoogdieren (V)

    6. Waarin verschillen gewervelde dieren van elkaar? Huidbedekking  slijm, benige schubben, hoornachtige schubben, haren, veren. Criteria chordadieren Verschillen: transport en ademhaling • Beenvissen: • benige schubben bedekt met slijm; • functie: bescherming. • Amfibieën: • slijmachtige huid  slijmklieren, gifklieren; • functie: bescherming, optimale huidademhaling. • Reptielen: • hoornachtige schubben  hoornstof; • functie: bescherming tegen uitdroging. • Vogels: • veren  hoornstof; • functie: bescherming, vliegen. • Zoogdieren: • haren  hoornstof; • functie: bescherming. Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Classificeren van zoogdieren (V)

    7. Classificeren van zoogdieren (V) Orde: indeling van een klasse. Bv. orde van de primaten Criteria chordadieren Verschillen: transport en ademhaling Verschillen: lichaamstemperatuur Verschillen: voortplanting Verschillen: huidbedekking Ordes binnen de klasse van de zoogdieren Classificeren van zoogdieren (V) Overzicht van de orde van de primaten Situering van de mens

    8. Kieuwzakjes Chorda Zenuwstreng (rugzijde) Aanleg staart Eigenschappen chordadieren

    9. Enkelvoudige bloedsomloop: bloed stroomt eenmaal door het hart. • Kieuwen: zuurstofarm bloed wordt omgezet in zuurstofrijk bloed. •  O2 wordt opgenomen uit het water en CO2 wordt afgegeven aan het water. Bloedsomloop vissen

    10. Dubbele bloedsomloop: bloed stroomt tweemaal door het hart. • Longen + huid: zuurstofarm bloed wordt omgezet in zuurstofrijk bloed. Gemengd bloed (zuurstofrijk en zuurstofarm bloed) Bloedsomloop amfibieën

    11. Dubbele bloedsomloop: bloed stroomt tweemaal door het hart. •  Zoogdieren + vogels: volledig gescheiden bloed. • Longen: zuurstofarm bloed wordt omgezet in zuurstofrijk bloed. Gemengd bloed (zuurstofrijk en zuurstofarm bloed) Bloedsomloop reptielen Bloedsomloop vogels, zoogdieren

    12. Lepelhaas  afgeven van warmte via grote oren Koningspinguïn  Warmteverlies wordt beperkt door veren

    13. Kameleon zoekt warmte op in de zon en afkoeling op een rots. • Lichaamstemperatuur schommelt: • ideale lichaamstemperatuur (verschilt van organisme tot organisme)  organisme is actief; • lage omgevingstemperatuur  organisme is minder actief.

    14. Visschubben bedekt met slijmlaagje

    15. Naakte, slijmige huid met slijmklieren en gifklieren (pijlgifkikker)

    16. Hoornschubben van krokodil

    17. Veren van kerkuil

    18. Wolharen schaap

    19. Mannelijke kikker omklemt vrouwelijk dier om eitjes te bestrooien met sperma

    20. Krokodiljong kruipt uit ei Bij reptielen gebeurt de bevruchting inwendig, maar de verdere ontwikkeling gebeurt uitwendig in een vrucht omsloten met een kalkschaaltje (ei).

    21. Kuiken kruipt uit ei Bij vogels gebeurt de bevruchting inwendig, maar de verdere ontwikkeling gebeurt uitwendig in een vrucht omsloten met een kalkschaaltje (ei).

    22. Inwendige bevruchting bij zoogdieren

    23. Ordes binnen de klasse van de zoogdieren

    24. Overzicht van de primaten

    25. Situering van de mens binnen de classificatieniveaus