1 / 14

Context: RMI en RMH

De uitkeringstrekkers van de RVA toegelaten op basis van arbeidsprestaties voor de OCMW’s in toepassing van artikel 60 § 7 van de organieke wet betreffende de OCMW’s. Context: RMI en RMH. Het recht op maatschappelijke integratie (RMI) kan meerdere vormen aannemen: een leefloon

babu
Download Presentation

Context: RMI en RMH

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. De uitkeringstrekkers van de RVA toegelaten op basis van arbeidsprestaties voor de OCMW’s in toepassing van artikel 60 § 7 van de organieke wet betreffende de OCMW’s

  2. Context: RMI en RMH • Het recht op maatschappelijke integratie (RMI) kan meerdere vormen aannemen: • een leefloon • tewerkstellingsmaatregelen • een combinatie van deze maatregelen • Personen die omwille van hun nationaliteit niet voldoen aan de vereiste voorwaarden voor het recht op maatschappelijke integratie, kunnen het recht op maatschappelijke hulp (RMH) aanvragen. De belangrijkste aspecten van de maatschappelijke hulp zijn: • financiële hulpverlening • tewerkstellingsmaatregelen • medische hulp

  3. De opdracht van de OCMW’s inzake tewerkstelling • Artikel 60 § 7 van de Organieke Wet van 8 juli 1976: • Het OCMW bezorgt een baan aan iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of uitgestroomd. Het is de bedoeling om deze persoon te reïntegreren in het socialezekerheidsstelsel en de arbeidsmarkt. Een OCMW is daarbij altijd de juridische werkgever. • Artikel 61 van de Organieke Wet van 8 juli 1976: • Strikt genomen geen tewerkstellingsvorm: het OCMW werkt samen met een derde partij als werkgever om zijn tewerkstellingsopdracht t.o.v. zijn begunstigden te vervullen. Wanneer het OCMW samenwerkt met een private werkgever, ontvangt het van de federale overheid een toelage (omkaderings- en opleidingspremie). • Andere activeringsmaatregelen

  4. Relatieve belang van de verschillende vormen van tewerkstelling • De tewerkstelling op basis van art. 60 § 7 is onbetwistbaar de voornaamste vorm van tewerkstelling gebruikt door de OCMW’s, aangezien deze maatregel in 2010 90,9% van de tewerkstellingen omvat.

  5. De duur van een tewerkstelling binnen een job art. 60 § 7(nieuwkomers RVA 2010) • Voor wat de werkloosheidsverzekering betreft, komt de maximale duur van een tewerkstelling binnen een job art. 60 § 7 overeen met het aantal werkdagen dat vereist is om het recht op werkloosheidsuitkeringen te openen. • De vereiste arbeidstijd stijgt naarmate de aanvrager ouder wordt. • We observeren 3 pieken die telkens corresponderen met een minimale tewerkstellingsduur om werkloosheidsuitkering te kunnen genieten, d.i. 12, 18 of 24 maanden.

  6. De duur van een tewerkstelling binnen een job art. 60 § 7(nieuwkomers RVA 2010) • Voor 42% van de mannen registreren wij een arbeidsduur voor rekening van het OCMW van minder dan 12 maanden, terwijl die tewerkstellingsduur slechts voor 34% van de vrouwen geldt.   • Dit laat zich uitleggen door het feit dat de vrouwelijke betrokkenen vaak ouder zijn dan de mannelijke, waardoor zij een omvangrijker aantal arbeidsdagen moeten presteren.

  7. WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 - volgens leeftijd (nieuwkomers RVA 2010) • De meest vertegenwoordigde leeftijdsklasse is die van de 20- tot 25-jarigen (18% van de nieuwe uitkeringstrekkers). • De vrouwen zijn vooral vertegenwoordigd in de hogere leeftijdsklassen, meer bepaald in de klassen vanaf 40 jaar. • Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onderscheidt zich van de andere gewesten: de meest vertegenwoordigde leeftijdsklasse is die van de 30- tot 35-jarigen: 22% van de vrouwen en 18% van de mannen.

  8. Evolutie van de begunstigden van jobs art. 60 § 7 en van de op deze basis toegelaten WZ-UVW • Het aantal begunstigden van een tewerkstelling op grond van art. 60 § 7 is van 1999 t.e.m. 2010 145% gestegen. • Het aantal personen toegelaten tot een werkloosheidsuitkering op grond van zo’n job is van 1999 t.e.m. 2011 gestegen met 648%. • In vergelijking met de totale uitgaven voor WZ-UVW bedraagt het relatieve aandeel van de uitgaven voor uitkeringstrekkers toegelaten o.b.v. prestaties art. 60 § 7 voor een OCMW 0,43% van de uitgaven in 1999 en 2,8% van de uitgaven voor WZ-UVW in 2011.

  9. De evolutie van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7- volgens geslacht • Waar de vrouwen in 1999 58% van de uitkeringstrekkers vertegenwoordigden tegenover 42% mannen, ligt het aantal mannen sinds 2008 hoger dan het aantal vrouwen, die slechts nog 46% vertegenwoordigen in 2011. • In Brussel is de evolutie anders dan in de 2 andere Gewesten. Reeds in 1999 waren de Brusselse mannen met een relatief aandeel van 58% de voornaamste begunstigden van de toelating tot werkloosheidsuitkeringen op basis van prestaties voor een OCMW. Dit aandeel bereikte de 61% in 2011.

  10. De evolutie van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 - volgens Gewest • Het aantal uitkeringstrekkers toegelaten op basis van een job art. 60 § 7 is van 1999 tot en met 2011 met bijna 13 vermenigvuldigd in Brussel, met 8 in Wallonië en met 4,4 in Vlaanderen. • In 2011 vertegenwoordigt het aandeel van Vlaanderen 23,4% tegenover 44,2% voor Wallonië en 32,5% voor Brussel.

  11. De evolutie van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 - volgens gezinscategorie • In 2011 is de meerderheid (50%) van de begunstigden van werkloosheidsuitkeringen o.b.v. arbeidsprestaties art. 60 § 7 gezinshoofd. • Bij de vrouwen behoort 59% van de uitkeringstrekkers op grond van prestaties art. 60 § 7 tot de categorie gezinshoofden. • De mannelijke begunstigden verdelen zich in gelijke delen onder gezinshoofden (43%) en alleenwonenden (44%).

  12. De evolutie van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 - volgens werkloosheidsduur • We stellen vast dat de populatie zich over een steeds langere werkloosheidsduur spreidt. Dit wijst op een relatief zwakke uitstroom van deze uitkeringstrekkers. • Tussen 1999 en 2011 ging het relatieve aandeel van de minder dan één jaar werklozen van 53% naar 28%. • Het aandeel van de klassen met een werkloosheidsduur van 2 of meer jaar steeg van 23% naar 51%.

  13. De evolutie van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 - volgens nationaliteit Index, 1999=100% • Het aantal niet-EU-vreemdelingen kent de grootste stijging.

  14. Uitstroom naar werk van de WZ-UVW o.b.v. prestaties OCMW art. 60 § 7 • Het percentage van uitstroom naar werk van de personen toegelaten op basis van prestaties voor het OCMW ligt rond de 5%, ca. de helft van het gemiddelde voor alle WZ-UVW.

More Related