1 / 41

Schoolkeuzeonderzoek schooljaar 14-15

Schoolkeuzeonderzoek schooljaar 14-15. Introductie. Zomaar wat vragen. Waarom schoolkeuzeonderzoek? Welke vormen van voortgezet onderwijs zijn er? Wie bepaalt de keuze? Waar bestaat het onderzoek uit? Wat gebeurt er met de uitslag?. Waarom Schoolkeuzeonderzoek?.

yank
Download Presentation

Schoolkeuzeonderzoek schooljaar 14-15

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Schoolkeuzeonderzoekschooljaar 14-15

  2. Introductie

  3. Zomaar wat vragen Waarom schoolkeuzeonderzoek? Welke vormen van voortgezet onderwijs zijn er? Wie bepaalt de keuze? Waar bestaat het onderzoek uit? Wat gebeurt er met de uitslag?

  4. Waarom Schoolkeuzeonderzoek? advies van de basisschool is verplicht ondersteuning bij het kiezen van de juiste vorm van Voortgezet Onderwijs het Voortgezet Onderwijs vraagt de gegevens bij toelating

  5. Juiste keuze garantie voor schoolsucces? Succes is mede afhankelijk van: Hoe ervaart uw kind de overgang van onze school naar het VO Puberteit Overige omstandigheden

  6. Vervolgonderwijs na basisschool

  7. Uitstroom leerlingen De meeste leerlingen stromen door naar: Praktijk Onderwijs VMBO (met Leerwegondersteuning) Enkele leerlingen stromen door naar: MAVO (Theoretische Leerweg) HAVO Overige scholen (voorheen Cluster-scholen)

  8. Uitstroom schooljaar 13-14

  9. Aanmelding bij de voormalige REC-scholen: Verloopt via Commissies Voorheen Cluster 2: Taal- en communicatieproblemen (VSO Hendrik Mol Schagen) Voorheen Cluster 3: Zeer Moeilijk Lerende Kinderen (VSO ZMLK Linie College) Voorheen Cluster 4: Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen (VSO de Spinaker)

  10. Wie bepaalt de keuze? De directeur van de school geeft advies Advies is gebaseerd op de toetsuitslagen van de aanleg en schoolvorderingen samen met de ervaringen van de leerkrachten (gedrag, motivatie, etc.) Het kind samen met de ouders kiezen de school

  11. Procedure November Afname tests Bespreken resultaten December Formuleren van het advies Januari/februari Bezoek open dagen Februari Bespreken van het advies met de ouders Ouders tekenen voor ontvangst Ouders tekenen voor bespreking in PCL Januari/februari Bezoek open dagen Maart/juni Aanmelden op het VO

  12. Wat wordt getoetst bij het schoolkeuzeonderzoek Didactische vorderingen Intelligentie Sociaal-emotioneel functioneren

  13. Didactisch onderzoek Onderzoek met groepsgewijsafte nemen test: Drempelonderzoek Begrijpend lezen Woordenschat Spelling Technisch lezen Rekenen

  14. Wat doet onze school voor het onderzoek? De school toetst de leervorderingen van de leerlingen De leervorderingen worden omgezet in Dle-scores

  15. Onderscheid DL - Dle DL staat voor Didactische Leeftijd De didactische leeftijd geeft aan hoeveel maanden een leerling les kreeg sinds het begin van groep 3 Een schooljaar telt 10 onderwijsmaanden Aan het eind van groep 3 is de Didactische Leeftijd 10 Aan het eind van groep 8 is de Didactische leeftijd 60

  16. DLE staat voor Didactische Leeftijd Equivalent De dle-score is een getal dat aangeeft na hoeveel lesmaanden de gemiddelde basisschoolleerling een bepaalde prestatie bereikt …een voorbeeld …

  17. … stel het is juni in groep 4 Een leerling wordt getoetst De Didactische leeftijd (DL) is dan 20 Op het onderdeel Rekenen behaalt de leerling een Dle-score 15 Deze score wordt doorgaans behaald in januari groep 4 De leerling heeft dus een achterstand van 5 maanden

  18. Waarom gebruiken wij Dle’s? Aan de hand van het behaalde Dle kunnen we zien hoe groot het leerrendement (of leerachterstand) is Het behaalde leerrendement bepaalt mede voor welk vervolgonderwijs de leerling in aanmerking komt

  19. Wie neemt de toetsen af? Alle onderdelen van het onderzoek worden afgenomen door een ervaren testassistent van Bureau School & Onderwijs Service De afname vindt plaats in de eigen klas De groepsleerkracht is daarbij niet aanwezig

  20. Verwerking resultaten Resultaten worden centraal verwerkt De toetsresultaten van elk kind worden op een grafiek in beeld gebracht Deze grafiek geeft inzicht in het passende vervolgonderwijs

  21. Waarom niet de Cito toets? Het Drempelonderzoek is aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker voor onze kinderen De gegevens kunnen centraal verwerkt worden en de mogelijkheden voor vervolgonderwijs worden direct in kaart gebracht De scholen voor vervolgonderwijs gebruiken deze toets ook, zodat de gegevens gemakkelijk overdraagbaar zijn

  22. Uitleg intelligentieonderzoek

  23. Waarom een nieuw intelligentieonderzoek? In de meeste gevallen: een ‘bevestiging’ Bij ongeveer een kwart van de kinderen: een aanvulling of een verrassing Daarnaast dient het als ’hulp’ bij schoolkeuze, voor: Ouders en kind (wensen, (on)mogelijkheden, ideeën, ervaringen) Leerkracht – school (ideeën – ervaringen) Van belang voor het voortgezet onderwijs

  24. Wat is intelligentie? Het vermogen om tot leerresultaten te komen ofwel het verstandelijke vermogen Aan de schoolresultaten kan je meestal de aanleg zien

  25. Het testen zelf Hoe zien de tests er uit? Opbouw en voorbeelden van de tests NIO

  26. Toetsafname De kinderen zitten in toetsopstelling Duur: minimaal twee uur Voor elk onderdeel worden altijd enkele oefenopgaven gemaakt Er wordt gecontroleerd of alle kinderen de opdracht hebben begrepen Tussendoor is er een pauze

  27. NIO – Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau Verbale factor Intelligentie-index Symbolische factor

  28. NIO bestaat uit 6 subtests Taalkundig inzicht: Synoniemen (1), Analogieën (3) en Categorieën (6) Rekenkundig/ruimtelijk inzicht: Getallen (2), Rekenen (4) en Uitslagen (5)

  29. Synoniemen onderzoektde kennis en betekenis van woorden voorbeeld: Dapper 1. licht 2. koud 3. vrees 4. moedig 5. nieuw score: het aantal goed gemaakte items (30)

  30. Analogieën onderzoekt het ontdekken van relaties tussen door woorden aangeduide concrete zaken, of abstracties, en het kunnen toepassen van die gevonden relaties in nieuwe situaties. (a : b = c : ?) voorbeeld: huizen - stad | bomen - ….. 1. takken 2. gras 3. bos 4. weg 5. stam score: het aantal goed gemaakte items (25)

  31. Categorieën onderzoekt het kunnen vinden van een meer of minder logische relatie tussen begrippen, t.w.: gelijk, tegengesteld, soort, deel, oorzaak en middel. voorbeeld: regen - nat 1. gelijk 2. tegengesteld 3. soort 4. deel 5. oorzaak 6. middel score: het aantal goed gemaakte items (30)

  32. Getallen onderzoekt het logisch kunnen toepassen van rekenregels en rekenoperatoren op een rij getallen. voorbeeld: Welk getal moet er in deze rij op het laatste getal volgen? 2 4 6 8 10 12 .... [10 11 12 13 14] score: het aantal goed gemaakte items (25)

  33. Rekenen onderzoekt het kunnen ontdekken welke hoofdbewerkingen van toepassing zijn op de genoemde getallen Voorbeeld 1: 8 .. 2 = 10 [ x : + - ] Voorbeeld 2: 1 .. 3 = 8 .. 2 [ x : + - ] [ x : + - ] score: het aantal volledig goed gemaakte items (20)

  34. Uitslagen Onderzoekt het vermogen zich driedimensionale figuren tweedimensionaal te kunnen voorstellen en omgekeerd. Met andere woorden, het in de voorstelling kunnen vouwen van een figuur in het platte vlak tot een object in de ruimte en omgekeerd. score het aantal juist aangestreepte alternatieven (max 20) minus het aantal onjuiste alternatieven (40) Voorbeeld:

  35. NIO antwoordformulier

  36. NIO levert volgende scores Verbale factorscore (VIQ) Symbolische factorscore (SIQ) NIO-totaalscore (IQ) geven een score per onderwijsniveau aan

  37. Een IQ-score geeft aan hoe een leerling op een intelligentietest presteert, in vergelijking met kinderen van dezelfde leeftijd • Gemiddeld IQ = 90 - 100 Betekenis IQ

  38. Sociaal-emotioneel functioneren Het sociaal-emotioneel functioneren wordt in kaart gebracht met behulp van de LeerMotivatieTest (LMT)

  39. LeerMotivatieTest Leermotivatie: mate waarin leerling gemotiveerd is om op school te presteren Zelfvertrouwen: mate waarin leerling overweg kan met situaties die spanning oproepen Doorzettingsvermogen: heeft leerling een bepaalde spanning nodig om tot prestaties te komen Sociale Wenselijkheid

  40. Nog vragen?

More Related