1 / 25

Zwelling in de arm

Zwelling in de arm. Mw P. 25 Jaar. Anamnese. Sinds 1 jaar een bobbel in de bovenarm Bij aanraken/stoten electrisch gevoel in de hand (alle vingers?) Kracht arm en hand normaal. Groei in de loop van de tijd. Anamnese vervolg. Verder in het lichaam geen zwellingen gevoeld / gezien.

yagil
Download Presentation

Zwelling in de arm

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Zwelling in de arm

  2. Mw P. 25 Jaar

  3. Anamnese • Sinds 1 jaar een bobbel in de bovenarm • Bij aanraken/stoten electrisch gevoel in de hand (alle vingers?) • Kracht arm en hand normaal. • Groei in de loop van de tijd

  4. Anamnese vervolg • Verder in het lichaam geen zwellingen gevoeld / gezien. • Oksels / liezen geen huidafwijkingen. • Skin tags -. • VG/ allergie, amblyopie linkeroog, neusseptumcorrectie. • Familieanamnese: negatief voor ‘zenuwafwijkingen’

  5. Neurologisch onderzoek • Langwerpige vast elastische mobiele massa op de linker bovenarm. 5 cm lengte, doorsnede 3cm. • Bij druk op deze massa: paresthesieen in de hand links. • Sensibiliteit intact. • Verder NO: ongestoord.

  6. Echo bovenarm • Aspecifiek beeld van glad en scherp begrensde tumor in verlopp van de vaat-zanuwstreng (n. radialis). Differentiaal diagnostisch kan gedacht worden aan een benigne tumor van neurogene origine.

  7. MRI bovenarm • Dorsaal van de humerus bevindt zich een 2,6 bij 2,1 cm grote scherp begrensde tumor. Craniaal en caudaal zien we uitlopers, waarschijnlijk de n. radialis. • De lesie is iets inhomogeen op T2, er is geen oedeem of botreactie. • Conclusie: meest passend bij neurofibroom.

  8. T1

  9. T2

  10. Perifere zenuwtumoren

  11. Schwannoom Neurofibroom Ganglioneuroom Haemongioom Primair – MPNST (malignant peripheral nerve sheath tumors), ganglioneuroblastoom. Secundair – Metastase, lymfoom BenigneMaligne

  12. Neurofibromen • Piekincidentie 20-30 jaar • M=V • Vormen: gelocaliseerd, diffuus, plexiform. • 60-90% sporadisch; niet in het kader van NF-1 (m.u.v plexiform neurofibroom).

  13. Neurofibroom • Gelocaliseerd - in huid, subcutis of grote zenuwen. • Diffuus – vooral bij kinderen, in huid en onderhuids vet in de nek en hoofd. • Plexiform – zo goed als pathognomonisch voor NF-1.

  14. Gelocaliseerd neurofibroom • Fusiforme afwijking. • Normale zenuw zichtbaar aan de uiteinden van de structuur. • Trage groei, beperkte neurologische verschijnselen. • MRI: T1: ongeveer gelijk aan spierweefsel, T2: hoog signaal, contrast: homogene aankleuring (1/3) inhomogene aankleuring (2/3). Vaak is er een vetring om de tumor.

  15. Schwannoom • Piekincidentie 20-50 jaar • M = V • Vooral op hoofd, nek en grote zenuwen. Met name flexorzijden. Ook lesies mogelijk in mediastinum of retroperitoneum. • Kliniek: langzaam groeiende pijnloze massa. Pijn en neurologische uitval ontstaan meestal pas bij grotere lesies.

  16. Schwannoom (vervolg) • Beeldvorming komt grotendeels overeen met de beeldvorming bij een neurofibroom. • Massa is vaak eccentrisch tov zenuw. • Heterogeniteit met degeneratie (oa verkalking) en cystevorming komen meer voor bij schwannomen dan bij neurofibromen.

  17. Schwannoom

  18. Schwannoom pathologie

  19. Malignant peripheral nerve sheet tumors • Sarcoom • Kan primair ontstaan of secundair uit neurofibroom/schwannoom. • Piekincidentie 20-50 jaar oud. • 50% van ptn met MPST heeft NF-1. • Kliniek: snelle groei, pijn, neurologische uitval.

  20. MPNST (vervolg) • Kan secundair aan radiotherapie. Latentie 10-20 jaar. • MRI: fusiform, moeilijk te onderscheiden van benigne lesies. • Microscopisch vaak necrose

  21. Split fat sign Trage groei Ronde aankleuring > 5 cm Heterogeniteit Slecht begrensd Invasie in vet Perilesionaal oedeem Veel pijn neurologische uitval. Benigne Maligne

  22. MPNST

  23. Vervolg casus • Verwezen naar neurochirurgie Heerlen (de Nie) • Expectatief beleid gezien weinig uitval en kans op peroperatieve schade. • Controle MRI volgt.

  24. Literatuur • Pilavaki et al: Imaging of peripheral nerve sheet tumors with pathologic correlation. Pictorial review. European journal of rediology 52 (2004) 229-239 • Ogose et al: Tumors of peripheral nerves: correlation of symptoms, clinical signs, imaging features and histological diagnosis. Skeletal radiology (1999) 28: 183-188 • Artica, Cervoni, Wierzbicki: Benign Neural Sheath tumours of major nerves: characteristics in 119 surgical cases.Acta neurochirurgica (1997) 139:1108-1116

More Related