Eenmanszaak h1 rode kees
Sponsored Links
This presentation is the property of its rightful owner.
1 / 25

Eenmanszaak H1 Rode Kees PowerPoint PPT Presentation


  • 112 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Eenmanszaak H1 Rode Kees. Rente/interest = de vergoeding die je betaalt voor een lening Rente/ interest zijn de kosten voor een lening Met het betalen van rente wordt d schuld niet kleiner Door aflossen neemt de schuld wel af oorspronkelijk geleende bedrag – aflossingen = schuldrest

Download Presentation

Eenmanszaak H1 Rode Kees

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Eenmanszaak H1 Rode Kees

Rente/interest = de vergoeding die je betaalt voor een lening

Rente/ interest zijn de kosten voor een lening

Met het betalen van rente wordt d schuld niet kleiner

Door aflossen neemt de schuld wel af

oorspronkelijk geleende bedrag – aflossingen = schuldrest

Annuïteit = een periodiek gelijkblijvend bedrag

= rente + aflossing


Eenmanszaak H1.2/3 Soorten leningen

  • Persoonlijke lening =lening aan consumenten voor de aanschaf van duurzame productiemiddelen.

  • eisen: meerderjarig, inkomen

  • omvang lening afhankelijk van inkomen

  • rente over de hele lening

  • start direct met aflossen lening

  • Doorlopend krediet =consumptief krediet

  • alleen rente betalen over opgenomen bedrag

  • aflossen wanneer je wilt

  • kredietlimiet = maximaal te lenen bedrag


Eenmanszaak H1.4 Soorten leningen

  • Huurkoop/ koop op afbetaling:

  • Krediet voor aanschaf duurzame productiemiddelen

  • Vooral bij impulsaankopen

  • Duurdere vorm van krediet

  • Nadeel: consument zit vast aan de koop van een bepaald goed

  • Koop op afbetaling:

  • koper is direct eigenaar

  • Huurkoop:

  • Pas eigendom als van het product als laatste termijn is betaald


Eenmanszaak H1.5 Hypothecaire lening

  • Hypothecaire lening:

  • Lening met als onderpand onroerend goed

  • Hypotheek = zakelijk zekerheidsrecht op het onroerend goed van iemand anders.

  • Hypotheek is een gedekt krediet: het heeft onroerend goed als onderpand

  • Hypotheek bestaat uit 2 zaken: hypotheekrecht en geldlening.

  • Eigenaar onroerend goed geeft hypotheekrecht aan bank:

    • eigenaar = hypotheekgever

    • bank = hypotheeknemer

  • Bank geeft hypothecaire lening aan de eigenaar:

    • bank = geldgever

    • eigenaar = geldnemer

  • Executiewaarde= opbrengst onroerend op bv. veiling (lager dan bij vrijwillige verkoop)

  • Hoogte lening bepaald door 75 tot 90% van de executiewaarde.

  • Vervroegd aflossen lening: boete


  • Eenmanszaak H1.5 Drie hypotheekvormen

    Lineaire hypotheek

    Spaarhypotheek

    Annuïteitenhypotheek

    • Lineaire hypotheek

    • Elk jaar een vast bedrag aflossen

    • rente betalen over niet- afgeloste deel

    • lasten lening = rente + aflossing (dit totale bedrag wordt steeds kleiner)


    Eenmanszaak H1.5 Drie hypotheekvormen

    • Spaarhypotheek

    • Gedurende de looptijd geen aflossing; alleen rente

    • Hypotheekrente is aftrekbaar voor de belasting

    • Maandelijks premie betalen voor verzekering:

      • Spaarpremie: kapitaal sparen om aan einde looptijd de lening in één keer te kunnen aflossen

      • Premie voor overlijdensrisicoverzekering: bij eerder overlijden geldlener kan de hypotheek toch worden afgelost.


    Eenmanszaak H1.5 Drie hypotheekvormen

    Annuïteitenhypotheek

    • Totale bedrag aan rente + aflossing is gelijk

    • Vaste maandlasten


    1.6 Enkelvoudige en samengestelde interest

    Enkelvoudig : alleen rente over de hoofdsom.

    Burger: bruto lasten = aflossing + rente

    Bedrijf: bruto lasten = alleen rente

    Netto lasten = bruto lasten - belastingvoordeel

    (Hypotheek)rente is aftrekbaar de rente mag je in mindering brengen op je inkomen; minder belasting betalen.

    Lening is meestal enkelvoudige rente eind periode de interest meteen betalen, interest wordt niet toegevoegd aan schuld .


    Enkelvoudige en samengestelde interest

    Samengesteld:rente wordt berekend over kapitaal + de al eerder gevormde rente.

    Formule Eindwaarde:

    Kn = K0 ( 1 + p/100)ⁿ

    Kn = eindwaarde kapitaal

    Ko = beginwaarde kapitaal

    n = aantal perioden

    p = rentepercentage

    Let op de perioden!


    Enkelvoudige en samengestelde interest

    De Eindwaarde en Contante waarde van een……..

    RENTE (VERVALLEN) !!!!!!!!!!


    Enkelvoudige en samengestelde interest

    Samengesteld:rente wordt berekend over kapitaal + de al eerder gevormde rente.

    Formule Contante Waarde:

    K0 = Kn/( 1 + p/100)ⁿ

    Kn = eindwaarde kapitaal

    Ko = beginwaarde kapitaal

    n = aantal perioden

    p = rentepercentage

    Let op de perioden!


    H2 de Oprichting van de kast

    Starten van een onderneming

    • Diploma’s

    • Vestigingsvergunning

    • Vergunningen bij de gemeente

    • Inschrijven KvK


    H2 de Oprichting van de kast

    • Administratie

    • Vestigingsplaats

    • Investeringsbegroting

    • Resultatenbegroting

    • Liquiditeitsbegroting


    H2 de Oprichting van de kast

    • Rechtsvorm

    • Verzekeringen

    • Financiering

    • Diversen


    H2 de Oprichting van de kast

    BTW =

    • Belasting op de Toegevoegde Waarde

    • Omzetbelasting

    • Geen kosten voor de onderneming

    • Betalen aan fiscus over de goederen/diensten die de onderneming verkoopt

      Drie tarieven:

    • 6%

    • 19%

    • 0%

      Verkoopprijs excl. Btw=100%

      + btw=19%

      = Verkoopprijs incl. btw=119%


    H2 de Oprichting van de kast

    Investeringsbegroting in drie posten:

    • Vaste Activa

    • Vlottende Activa

    • Liquide middelen


    H2 de Oprichting van de kast

    Financiering

    Eigen Vermogen = Eigen geld = permanent vermogen

    Vreemd Vermogen = geleend geld

    Vaste Activa financieren met EV of LVV

    Vlottende Activa financieren met KVV (of EV, LVV)

    LVV (Lang Vreemd Vermogen)

    • Hypothecaire lening

    • Onderhandse lening


    H2 de Oprichting van de kast

    Financiering

    KVV (Kort Vreemd Vermogen)

    • r/c krediet

    • Te ontvangen leverancierskrediet/ crediteuren

    • Te ontvangen afnemerskrediet

    • Vooruit ontvangen bedragen

    • Nog te betalen bedragen

    • Te betalen BTW


    H4 de Categorale kostenindeling

    Omzet (= verkoopopbrengst van de verkochte goederen)

    • Inkoopwaarde van de goederen

      =Brutowinst (= brutoverkoopresultaat)

    • Overige kosten

      =Nettowinst (Nettoresultaat)

      +/-Privé storting/opname

      =Verandering van het Eigen Vermogen

      Eigen Vermogen kan op 2 manieren veranderen:

    • Opbrengsten verhogen EV; Kosten verlagen EV

    • Eigenaar stort geld, verhoogt EV; eigenaar neem t geld op uit de onderneming, verlaagt EV.


    H4 de Categorale kostenindeling

    Wat zijn kosten?

    • De geldwaarde van alle productiemiddelen die je nodig hebt voor het produceren van goederen en diensten.

      De berekening van kosten heeft 3 functies:

    • Berekening van de kostprijs:

      • om de verkoopprijs te kunnen bepalen

      • Planning en beheersing van het productieproces

    • Hulpmiddel bij de balanswaardering en de bepaling van het resultaat

    • Hulpmiddel bij het nemen van beslissingen

      • Investeren?

      • Nieuwe machine?

      • Welk product ga je produceren?

        Indeling van de kosten:

    • Naar soort

    • Naar functie in het productieproces (EMZ2)

    • Constant/ variabel (EMZ2)


    H4 de Categorale kostenindeling

    Betaling = een tijdstipgrootheid

    Kosten= een periodegrootheid

    Permanentie= opnemen van een resultatenoverzicht van de kosten en opbrengsten die ook daadwerkelijk toebehoren aan de periode waarover het resultatenoverzicht verslag doet.

    Overlopende posten

    Kostensoorten

    • De kosten van vermogen


    H4 de Categorale kostenindeling

    • Het aantrekken van vermogen kost geld : vermogenskosten

      Vb interestkosten

      provisiekosten

      notariskosten

    • De kosten van grond: vb pacht

    • De kosten van arbeid

      Loonkosten:

    • Brutoloon

    • Werkgeversaandeel in premies werknemersverzekeringen

    • Werkgeversaandeel in pensioenpremie

      Sociale verzekeringen bestaan uit:

    • Volksverzekeringen: AOW, ANW, AKW, AWBZ

    • Werknemersverzekeringen: WW, WIA ,ZVW

      Loonheffing (loonbelasting + sociale premies werknemersaandeel)


    H4 de Categorale kostenindeling

    • Kosten van diensten van derden

    • De inkoopwaarde van de omzet ( ≠ inkopen); wat is de waarde van dat gedeelte van de voorraad wat is verkocht.

      Matching- beginsel = de kosten dienen altijd te worden toegerekend aan de producten die in een bepaalde periode worden verkocht. Het tijdstip van betaling is dus niet van belang.

    • Kosten van duurzame productiemiddelen.

    • Technische/economische levensduur

    • Restwaarde/residuwaarde

    • Boekwaarde

    • Kostprijsverhogende belastingen

      Vb: motorrijtuigenbelasting, onroerendzaakbelasting, invoerrechten, milieuheffingen.


    H5 De Begroting

    Liquiditeitsbegroting = een overzicht van alle ontvangsten en uitgaven van een onderneming in een toekomstige periode.

    • Meestal per kwartaal/ jaar

    • Geeft aan hoeveel liquide middelen een onderneming overhoudt/tekort komt in een bepaalde periode.

    • Gaat om verwachte ontvangsten en uitgaven en niet om kosten en opbrengsten.

      Verschil tussen kosten en uitgaven:

      Kosten hebben betrekking op een periode en uitgaven vinden altijd plaats op een bepaald tijdstip.

      Vb. opgave 101 blz. 100


    H5 De Begroting

    Resultatenbegroting = een overzicht van alle opbrengsten en kosten van een onderneming in een toekomstige periode.

    • Meestal per kwartaal/ jaar

    • Geeft aan of een onderneming in de toekomst winst of verlies zal maken

      Opgave 104 blz. 104 en 105

      Verbanden tussen balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting:

      Opgave 106, 107 en 108


  • Login