1 / 20

Een navolging van Sappho (Carmen 51. p. 73)

Een navolging van Sappho (Carmen 51. p. 73). Sappho Griekse dichteres, ca. 600 v. Chr., afkomstig van het eiland Lesbos. Sappho schreef vnl. lyrische poëzie (= bedoeld om door lier te worden begeleid). Begon met tijdgenoten als eerste te dichten over persoonlijke belevingswereld.

tanith
Download Presentation

Een navolging van Sappho (Carmen 51. p. 73)

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Een navolging van Sappho (Carmen 51. p. 73)

  2. SapphoGriekse dichteres, ca. 600 v. Chr., afkomstig van het eiland Lesbos. • Sappho schreef vnl. lyrische poëzie (= bedoeld om door lier te worden begeleid). • Begon met tijdgenoten als eerste te dichten • over persoonlijke belevingswereld. • Depoetaenoviin Rome volgden dit na. • In haar latere leven zou ze een soort school voor aristocratische meisjes hebben geleid,  reputatie van de ‘vrouwenliefde’ te houden (blijkt niet uit haar werk).

  3. Ille mi par esse deo videtur, 1ille, si fas est, superare divos, • 2 ille – Hierbij staat geen werkwoord. Wat vul je aan? • Het werkwoord van de vorige zin: (mihi) videtur • Van welk werkwoord komt videtur ? • Van videri – (deponens) schijnen • Welke aanvulling past hierbij? • een infinitivus: - esse • - superare

  4. Ille mi par esse deo videtur, 1ille, si fas est, superare divos,Hij schijnt mij gelijk aan een god te zijn.Hij [schijnt mij], als het geoorloofd is, de goden te overtreffen, • 1 ille = de man die in het gezelschap van Lesbia is en niet onder de indruk lijkt. • 1-2 Stijlfiguren. Wat zie je? • - anafora / repetitio: ille … ille • - ellips van videtur in zin 2 • 2 Bij welk(e) woord(en) is si fas est een aanvulling? • Bij superare divos. Je mag niet zomaar zeggen dat iemand beter is dan de goden! Daar zouden ze boos om kunnen worden en je straffen.

  5. qui sedens adversus identidem te 3          spectat et auditdulce ridentem, 5 • 5 ridentem – welke naamval? • acc. • Waar congrueert het dus mee? • te

  6. qui sedens adversus identidem te 3          spectat et auditdulce ridentem, 5die, zittend tegenover jou telkens weer naar je kijkt en luistert, terwijl je zacht / lief lacht, • 3 te – dient zowel als aanvulling bij het voorzetsel adversus als als lijdend voorwerp bij spectat et audit.

  7. misero quod omnis 5eripit sensus mihi: • 5 misero – congrueert met …?

  8. misero quod omnis 5eripit sensus mihi: • 5 misero – congrueert met …? • mihi • omnis (=omnes) congrueert met …?

  9. misero quod omnis 5eripit sensusmihi: • 5 misero – congrueert met …? • mihi • omnis (=omnes) congrueert met …? • sensus (acc mv!) • Als bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig • naamwoord gescheiden zijn, dan heet die • stijlfiguur ….? • hyperbaton

  10. misero quod omnis 5eripit sensusmihi:wat mij, ongelukkige, van al mijn zinnen berooft: • 5. Waarnaar verwijst quod? • of: - dulce ridentem • of: - qui sedens adversus identidem te spectat et audit

  11. nam simul te, 6Lesbia, adspexi, nihil est super mi          • • • •want zodra ik jou, Lesbia, heb gezien, is er niets over bij mij  • • • • • 8 Bij regel 8 was de tekst beschadigd. Wat zou er kunnen hebben gestaan? • iets als: is er niets over van mijn stem (gezien het vervolg).

  12. lingua sed torpet, tenuis sub artus 9flamma demanat, sonitu suoptetintinant aures, gemina teguntur 11          lumina nocte. • 9 tenuis congrueert met …? • 11 gemina congrueert met …?

  13. lingua sed torpet, tenuis sub artus 9flamma demanat, sonitu suoptetintinant aures, gemina teguntur 11          lumina nocte. • 9 tenuis congrueert met … flamma • 11 gemina congrueert met … nocte (2x hyperbaton)

  14. lingua sed torpet, tenuis sub artus 9flamma demanat, sonitu suoptetintinant aures, gemina teguntur 11          lumina nocte.Maar mijn tong is verlamd, een fijn vuur stroomt door mijn ledematen, door hun eigen geluid suizen m’n oren en m’n ogen worden door eendubbeleduisternis bedekt. • 10 flamme – vaak een metafoor voor liefde • 11-12 gemina hoort grammaticaal bij nocte, maar inhoudelijk zou het logischer zijn, als het bij lumina hoorde (mijn beide ogen worden door duisternis bedekt). Dit noemt men een enallage (van Gr. ‘verwisselen’). • 9-11 wat gebeurt er dus met Catullus, als hij • bij Lesbia in de buurt is? • Hij is buiten zinnen, kan niets meer • zeggen, zien of horen, het zweet breekt • hem uit etc.

  15. Otium, Catulle, tibi molestum est: 13otio exsultas nimiumque gestis. • 13 Catulle – welke naamval? • vocativus

  16. Otium, Catulle, tibi molestum est: 13otio exsultas nimiumque gestis.Nietsdoen, Catullus, is voor jou funest:door nietsdoen raak je overmoedig en al te uitgelaten. • 13-14 Welke stijlfiguur valt je op? • - anafora / repetitio: otium, otio, otium • Nietsdoen is niet goed. Wat zou Catullus dan wél kunnen doen? • Actie ondernemen met de gevoelens • die hij heeft: haar aanspreken, • cadeautjes geven of: dit gedichtje • schrijven en voordragen

  17. otium et reges prius et beatas 15          perdidit urbes. Nietsdoen heeft vroeger ook koningen en welvarende steden te gronde gericht. • 15-16 Catullus gebruikt hier een a fortiori-redenering • (a fortiori = des te sterker): als koningen en steden te gronde werden gericht door geen actie te ondernemen, dan zal jou dat zeker gebeuren.

  18. Sappho’s origineel (in vertaling) • (1-4) Die man schijnt me de gelijke van de goden te zijn, die tegenover jou zit en van nabij luistert terwijl je zacht spreekt en(5-8) lief lacht; voorwaar, dat deed mijn hart in mijn borst bonzen. Want als ik een ogenblik naar je kijk, dan is het me niet meer mogelijk ook maar één geluid uit te brengen, • (9-12) maar mijn tong zit vast in stilte, een fijn vuur loopt onmiddellijk onder mijn huid, met mijn ogen zie ik niets meer, mijn oren suizen, • (13-16) koud zweet bedekt me, een siddering doorloopt mijn hele lichaam, ik ben valer dan gras, ik denk dat ik weinig tekort kom om te sterven.

  19. Translatio, imitatio, aemulatioCatullus’ gedicht lijkt wel heel veel op dat van Sappho. Plagiaat? Voor de Romeinen niet:Romeinen oefenden al jong met het imiteren van beroemde voorgangers. Zo leerden ze technieken en werden beter. • Het nadoen van een voorganger was ook een soort eerbetoon. • Wel waren er 3 stadia in waardering: • Translatio – letterlijk vertalen van een tekst of gedicht in het Latijn • Imitatio – een tekst of gedicht schrijven in de stijl van • een beroemde voorganger • Aemulatio - een tekst of gedicht schrijven in de stijl • van een beroemde voorganger, maar er duidelijk een • eigen element / iets origineels aan toevoegen.

  20. VraagIn welk opzicht is er bij Catullus sprake van - translatio- imitatio- aemulatio? • Strofe 1-3: translatio / imitatio • Strofe 4: aemulatio. Dit stuk vinden we helemaal niet bij Sappho, bij wie het volledige gedicht gaat over de gevoelens die ze heeft, als ze tegenover haar geliefde zit.

More Related