1 / 32

Een piekfijn kerstengeltje

Een piekfijn kerstengeltje. Meneer Piek ligt alleen in een langwerpig doosje tussen vloeipapier. Hij is zilverkleurig en er zitten glitters op zijn buik. Bijna kerstfeest, jongens! Zegt een blauwe kerstboombal een doosje verderop.

stasia
Download Presentation

Een piekfijn kerstengeltje

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Een piekfijn kerstengeltje

  2. Meneer Piek ligt alleen in een langwerpig doosje tussen vloeipapier. Hij is zilverkleurig en er zitten glitters op zijn buik.

  3. Bijna kerstfeest, jongens! Zegt een blauwe kerstboombal een doosje verderop.

  4. Hoi, hoi, hoi! Roepen drie andere ballen. We hebben lang genoeg in het vloeipapier gelegen. Straks mogen we lekker weer in de boom hangen! Stilte! Roept meneer Piek streng. Denk aan de kerststemming! De 4 kerstballen brommen: Wij willen van de gloria in de hoge, hoge tak!

  5. In een oude plastic tas van de hema begint het te kraken. Daar klinkt het stemmetje van het kerstengeltje: Komen ze ons halen? Het is hier zo donker. Zien jullie al iets? Meneer Piek, die heel duur was en daarom bovenin de doos met versiering ligt, zegt: Nee en het maakt voor jou toch geen verschil. Jij mag dit jaar niet in de boom hangen. Zelfs niet onderaan. Jij bent te oud en te lelijk!

  6. De kerstengel kruipt op handen en voeten uit de zak: Oud? Ben ik te oud? Ben ik te lelijk? Jazeker je zou de hele boom ontsieren met je verwarde haren en je gekreukte jurk en je kromme ijzerdraadbenen

  7. Is het waar? Ben ik echt te lelijk? Vraagt het kerstengeltje aan een zilveren vogel met witte nylon staartveren. Vogels vind ik mooier, zingt het vogeltje. Vogels vind ik mooier dan engelen. Deel 2:

  8. Is het waar? Ben ik lelijk? Vraagt het kerstengeltje aan een glazen kerstklokje. Nou klingelt het kerstklokje, weet je wat het met jou is? Je klingelt niet. En wat ben je dan waard? Voor mij niets. Het kerstklokje klingelt nog een paar keer om te laten horen hoe goed hij het kan.

  9. Het kerstengeltje voelt zich heel ongelukkig. Ze strijkt met haar hand de witte jurk glad. Had ze nou maar een kammetje of een borstel. Haar ijzerdraadbenen zijn krom, dat is waar.

  10. Ze gaat naar een doos van wit karton en klopt op de deksel: Is hier iemand die sterk is? Iemand die mijn ijzerdraadbenen recht kan buigen?

  11. Heel langzaam en dreigend gaat de doos open. Er ligt een reusachtige dikke, glanzende kerstboombal in. Hij zegt niets. Het kerstengeltje kijkt naar hem en haar ogen worden groot van schrik. Want in de kerstboombal ziet ze zichzelf weerspiegeld. Wat is ze lelijk! Wat een malle bolle wangen, wat een gekke piekharen, wat een brede lelijke mond! En dan die stomme, kromme beentjes ….

  12. Snikkend gaat ze tussen de kerstlinten zitten. Nu begrijpt ze wel dat ze met Kerstmis niet in de boom zal mogen hangen. De kerstboomballen en de dennenappel en het zilveren vogeltje, het kerstklokje en natuurlijk meneer Piek zullen straks wel naar beneden worden gedragen naar de huiskamer.

  13. Waar het licht is en waar de kaarsen branden. Waar de dennenboom staat die zo heerlijk ruikt. En waar de kinderen komen zingen. Misschien gooien ze de oude kerstengel wel in de afvalbak!

  14. Ze rilt en vouwt haar vleugels dicht om zich heen. Niemand mag haar zien. Ze bederft vast de kerststemming. Attentie! Attentie! Klinkt de deftige stem van meneer Piek. Daar komen ze! Stilte in het vloeipapier alstublieft!

  15. Stil liggen de kerstspullen te wachten. Ze horen voetstappen op de zoldertrap. Iemand stoot zijn hoofd aan een balk: Auh!

  16. Ik kan de voet van de kerstversiering niet vinden. Pak jij maar vast de kerstversiering. Een jongen van zes jaar pakt de doos en schuift hem over de planken naar het zolderluik.

  17. Je hoeft niet alles mee naar beneden te nemen! Zegt zijn vader. Dan wordt de boom veel te vol! Laat de oude boel maar hier. Maar mijn kerstengeltje moet erbij zijn zegt de jongen. Hij begint in de doos te rommelen.

  18. Het kerstengeltje heeft alles gehoord en kruipt nog verder weg in het rode kerstlint.

  19. Ha … zucht de vader. Eindelijk heb ik de kerstboomvoet gevonden. Neem jij maar het belangrijkste mee. De piek, een paar ballen en wat slingers. Dat is genoeg!

  20. Zie je wel dat ik de belangrijkste ben! Fluistert meneer Piek, deftig uitgestrekt in zijn doos. Wat glimmen zijn glitters weer verrukkelijk! Hij is trots op zichzelf.

  21. Ik zie mijn engeltje niet! Jammert de jongen. Ze hoort erbij! Ik heb haar van opa gekregen. Hij steekt zijn hand diep in de doos en trekt aan de plastic zak.

  22. Hela! Voorz…. Meneer Piek kan zijn laatste woord niet afmaken. De jongen trekt het doosje ondersteboven en de piek rolt eruit! Pets! Op de zoldervloer breekt hij in duizend kleine zilveren scherven. Het was een heel deftig petsje. Maar wat heb je daaraan als je volgende plaats de afvalbak is?

  23. Ik heb haar gevonden roept de jongen . Hij houdt het kerstengeltje stralend omhoog. Ja maar je hebt de piek gebroken. Wat moet er nu op de top van de kerstboom?

  24. Vader gaat een stoffer en blik halen. Hij veegt de scherven mopperend op.

  25. Dan lopen ze samen met de dozen naar beneden. Een uur later is de kerstboom prachtig versierd.

  26. De vier kerstboomballen glimmen van plezier. De Dennenappel schommelt dromerig. Het vogeltje hangt vlakbij een kaarsje, dat hij heel mooi vindt. Maar een kaarsje is natuurlijk niet zo mooi als het vogeltje. Diep tussen de donkere naalden glinsteren de slingers. Het kerstklokje klingelt van plezier!

  27. Toch ziet de boom er kaal uit, zo zonder piek. Is mijn kerstengeltje al klaar? Vraagt de jongen.

  28. Zijn moeder knikt. Ze heeft het jurkje glad gestreken en het haar netjes gekamd. Ze ziet er weer piekfijn uit!

  29. Dat brengt het jongetje op een idee en hij roept: Dan mag het engeltje de piek zijn! Hij klimt op een stoel en zet haar op de top van de boom. De jongen kijkt met vader en moeder tevreden omhoog. Wat staat opa’s kerstengeltje daar mooi!

  30. Het engeltje lacht ondeugend, want ze denkt aan meneer Piek. Nu moet hij de kerstdagen in de afvalbak doorbrengen.

  31. Alle kerstversieringen zijn blij met het kerstengeltje op de top. Je staat daar piek- en piek- en piekfijn! Zeggen de glimmende kerstballen en ze lachen tot ze bijna barsten!

  32. Wij wensen u fijne feestdagen en een gezond 2012 toe! Team en leerlingen O.B.S. Kastanjepoort.

More Related