1 / 8

havo A 5.1 Stijgen en dalen

havo A 5.1 Stijgen en dalen. ≤  [  ● <  ‹  ○. Intervallen. ●. ○. a -8 ≤ x < 3 [ -8 , 3 › b 4 < x ≤ 4½ ‹ 4 , 4½ ] c 5,1 ≤ x ≤ 7,3 [ 5,1 ; 7,3 ] d 3 < x ≤ π ‹ 3 , π ]. l. l. -8. 3. ○. ●. l. l. 4. 4 ½. ●. ●. l.

Download Presentation

havo A 5.1 Stijgen en dalen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. havo A 5.1 Stijgen en dalen

  2. ≤  [  ● <  ‹  ○ Intervallen ● ○ a -8 ≤ x < 3 [ -8 , 3 › b 4 < x ≤ 4½ ‹ 4 , 4½ ] c 5,1 ≤ x ≤ 7,3 [ 5,1 ; 7,3 ] d 3 < x ≤ π ‹ 3 , π ] l l -8 3 ○ ● l l 4 4½ ● ● l l 5,1 7,3 ○ ● l l 3 π

  3. Oneindige intervallen a x ≤ 4½ ‹  , 4½ ] b x > -8 ● l ‹ -8 , › 4½ ○ l -8

  4. Stijgen en dalen constante stijging toenemende stijging afnemende stijging constante daling toenemende daling afnemende daling

  5. voorbeeld toenemend stijgend op < -4 , -2 > toenemend dalend op < 1 , 3 > afnemend dalend op < -6 , -4 > 5 -6 -4 -2 toenemend stijgend op < 5 ,  > 1 3 afnemend dalend op < 3 , 5 > afnemend stijgend op < -2 , 1 >

  6. 1850  1920 opgave 9 1850  1900 inwoners x miljoen a b 10 9,4 8 3,5 milj  5,5 milj ∆n = 2 x 50 : 70 ∆n = 1,43 in 1850  3,5 milj. dus in 1900 3,5 + 1,43 = 4,93 milj. 6 ● 4 ● ● 2 0 1750 1850 1920 1950 2050 jaar 1920  constante stijging tot 5,5 miljoen 1750  1,5 miljoen 1850  toenemende stijging tot 3,5 miljoen

  7. voorbeeld y1 = -x³ - 1,5x² + 36x + 25 optie max. en min. geven de toppen max. is f(3) = 92,5 ● (3; 92,5) min. is f(-4) = -79 ● (-4, -79)

  8. opgave 13 tijdvereffening = ware – middelbare zonnetijd a tijdvereffening = 0  op 4 dagen april, juni, september en december babs.max. = 17 min. op 3 november abs.min. = -14 min. op 11 februari c horizontale lijn op hoogte 12 minuten snijpunt bij 1 oktober en 30 november dus tussen 1 oktober en 30 november d tijdvereffening = -17 minuten -17 min = 12.00 uur – horlogetijd horlogetijd = 11.43 uur e tijdvereffening = -14 minuten -14 min = 12.00 uur – horlogetijd horlogetijd = 12.14 uur f op 13 juni staat bij de zomertijd de zon om 13.00 uur in de hoogste stand ware zonnetijd = 12.00 uur  middelbare zonnetijd = 13.00 uur tijdvereffening = 12 – 13 = -1 uur de grafiek schuift dus 60 minuten naar beneden ● ● ● ● ● 30 1 ● 1 t/m 31 jan.

More Related