Werkwoorden
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 8

Werkwoorden PowerPoint PPT Presentation


  • 151 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Werkwoorden. Werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Omcirkel het onderwerp en onderlijn de persoonsvorm. Schrijf na de zin de infinitief en de stam. plaatsen. plaats. Mijn buurman plaatst deze zomer zonnepanelen. Heel wat mensen besteden veel geld aan ICT.

Download Presentation

Werkwoorden

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Werkwoorden

Werkwoorden

Werkwoorden in de tegenwoordige tijd


Omcirkel het onderwerp en onderlijn de persoonsvorm schrijf na de zin de infinitief en de stam

Omcirkel het onderwerp en onderlijn de persoonsvorm.Schrijf na de zin de infinitief en de stam.

plaatsen

plaats

  • Mijn buurman plaatst deze zomer zonnepanelen.

  • Heel wat mensen besteden veel geld aan ICT.

  • Mijn broer fietst elke dag drie kilometer naar school.

  • Volgende zomer trekt mijn oom met zijn fiets naar Spanje.

  • Elke dag beantwoordt de directeur meer dan veertig mails.

  • Het verkeer eist elk jaar veel te veel slachtoffers.

  • Mijn overgrootvader wordt volgende maand honderd jaar.

  • Draagt iedereen van de klas zijn fluojas op weg naar school?

  • Ik houd ervan om eens lekker lang te slapen op zondag!

  • We maken er dit schooljaar een supertof jaar van!

besteden

besteed

fietsen

fiets

trekken

trek

beantwoorden

beantwoord

eisen

eis

worden

word

dragen

draag

houd

houden

maak

maken


Vul in v t of t t

Vul in: v.t. of T.t.

t.t.

t.t.

  • Dit is meneer Stevens. Dit is mevrouw Stevens. En meneer en mevrouw Stevens hebben een zoontje dat Jacques Stevens heet. Hij wordt Sjakie genoemd. Dit is Sjakie. Dag, hoe gaat ‘t? Hoe gaat ‘t met jou? Allemaal goed? Hij vindt het leuk om kennis te maken. De hele familie woont samen in een pieterklein huisje aan de rand van de stad. Dat huisje was natuurlijk niet groot genoeg voor zoveel mensen. Ze hadden dan ook een heel moeilijk leven. Er waren maar twee kamers in het hele huisje. Er stond maar één bed in. Het bed hadden aan de vier grootouders gegeven omdat die zo oud en moe waren . Ze waren zelfs heel moe. Ze kwamen nooit uit hun bed. Opa Jakob en opoe Jakoba lagen aan de ene kant en grootvader Willem en grootmoeder Willemina aan de andere kant. Meneer en mevrouw Stevens met de kleine Sjakie sliepen in de andere kamer, zomaar op matrassen op de grond. ‘s Zomers ging dat nog wel. ‘s Winters blies er een ijskoude wind de hele nacht over de vloer. Dat was verschrikkelijk. En er was geen denken aan om een beter huis te kopen, of een bed. Daar waren ze te arm voor.

t.t.

t.t.

t.t.

t.t.

t.t.

t.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.

v.t.


Werkwoorden

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Als het werkwoord een persoonsvorm is, schrijf je het in de tegenwoordige tijd.

wint

is

schijnt

is

kunnen

realiseren

moeten

worden

uitgerust

wordt

omgezet

verwarmde

zijn

zijn

verkeren

verbonden

worden

toegepast


Omcirkel de juiste tijd schrijf de infinitief op

Omcirkel de juiste tijd. Schrijf de infinitief op.

eten

gaan

interviewen

raden

razen

slaan

bellen


Schrijf de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd

Schrijf de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.

botst

botste

vond

vindt

brengt

bracht

regent

regende

leiden

leidden

praatte

praat

slaap

sliep


Zeer goed gewerkt

Zeer goed gewerkt!

Tot de volgende keer!


  • Login