Voornaamwoorden
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 34

voornaamwoorden PowerPoint PPT Presentation


  • 124 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

voornaamwoorden. 1.Persoonlijk voornaamwoord. Woorden die iets of iemand aanduiden zonder de naam daarvan te noemen. John went home. He was ill . The car broke down. It had to be fixed. Pers.vnw . komen voor als onderwerp of voorwerp. Onderwerp :

Download Presentation

voornaamwoorden

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Voornaamwoorden

voornaamwoorden


1 persoonlijk voornaamwoord

1.Persoonlijk voornaamwoord

Woorden die iets of iemand aanduiden zonder de naam daarvan te noemen.

John went home. He was ill.

The carbroke down. It had tobefixed.


Pers vnw komen voor als onderwerp of voorwerp

Pers.vnw. komen voor als onderwerp of voorwerp

Onderwerp:

Ik - I

Jij/u – you

Hij/zij/het –he.she,it

Wij – we

Jullie/u- you

Zij- they


Voornaamwoorden

voorwerp: (lijdend of meewerkend)

Mij – me

Jou/u -you

Hem/haar/het -him/her/it

Ons – us

Jullie/ u –you

Hen/ hun – them.


Voornaamwoorden

He gave him a new I-pad.

He = onderwerp

him = meewerkend voorwerp

Wesawthem at the station.

We = onderwerp

them = lijdend voorwerp


2 wederkerend voornaamwoord

2.Wederkerend voornaamwoord

Verwijst naar het onderwerp of het lijdend/meewerkend voorwerp.

Pleaseallow me to introduce myself.

Sheboughtherself a new dress.

I can do itmyself.

Theyalways talk aboutthemselves.


Voornaamwoorden

Enkelvoud:

Me/ mezelf - myself

Je/ jezelf - yourself

Zich/ zichzelf - himself/herself/itself

Meervoud:

Ons/ onszelf – ourselves

Jullie/ jezelf – yourselves

Zich/ zichzelf – themselves.

De meervoudsvormen krijgen –selves in plaats van –self.


Niet alle werkwoorden die in het n ederlands wederkerend zijn zijn dat ook in het engels

Niet alle werkwoorden die in het Nederlands wederkerend zijn, zijn dat ook in het Engels.

  • Zich aankleden – to dress

  • Zich bewegen – to move

  • Zich haasten – tohurry

  • Zich scheren – toshave

    meer voorbeelden in de reader.


3 wederker ig voornaamwoord

3.Wederkerig voornaamwoord

Dit wordt gebruikt als “elkaar” vertaald moet worden.

Er zijn twee wederkerige vnw.:

Eachotherwordt gebruikt bij twee personen:

-Jimand Julie blamedeachother

Oneanotherwordt gebruikt bij meer dan twee personen:

-My neighboursand I likeoneanother


4 bezittelijk voornaamwoord

4.Bezittelijk voornaamwoord.

Geeft bezit aan en kan op twee manieren gebruikt worden:

-met een zelfstandig nmw. erachter:

This is mycar.

-zonder een zelfstandig nmw. erachter:

Thiscar is mine.


Met een zelfstandig naamwoord bijvoeglijk gebruikt

Met een zelfstandig naamwoord (bijvoeglijkgebruikt)

  • It is mycar. (mijn auto)

  • It is your house. (jouw huis)

  • It is his/her/itsidea. (zijn/haar idee)

  • It is ourcar. (onze auto)

  • It is your house. (jullie huis)

  • It is theiridea. (hun idee)


Zonder een zelfstandig naamwoord zelfstandig gebruikt

Zonder een zelfstandig naamwoord (zelfstandig gebruikt)

  • It is mine. (van mij)

  • It is yours (van jou)

  • It is his/hers. (van hem/haar)

  • It is ours. (van ons)

  • It is yours. (van jullie)

  • It is theirs. (van hen)


Hij en zij worden vertaald met he en she als het om personen gaat

‘hij’ en ‘zij’ worden vertaald met ‘he’ en ‘she’ als het om personen gaat.

dingen en dieren vertaal je met it voor enkelvoud en they voor meervoud.

Mijn computer is nieuw. Hij is erg snel.

My computer is fast. It is veryfast.

Is deze hond van hem? Nee hij is van ons.

Is this dog his? No it is ours.


Its en it s

its en it’s

Niet verwarren!

-Its is een bezittelijk voornaamwoord.

-It’s is een afkorting van it is.


T heir en there

their en there

their is een bezittelijk voornaamwoord.

there betekent er/daar.


5 aanwijzend voornaamwoord

5.Aanwijzend voornaamwoord.

Woorden die mensen en dingen aanwijzen.

In het Engels zijn er vier:

this/ that/ these/ those


Voornaamwoorden

  • this (enkelvoud) en these (meervoud) gebruik je als iets dichtbij is.

  • that (enkelvoud) en those (meervoud)gebruik je als iets veraf is.


Voornaamwoorden

  • Thisgirl next to me (dichtbij)

  • These girls next to me.(dichtbij)

  • That boy overthere. (veraf)

  • Those boys overthere. (veraf)


6 betrekkelijk voornaamwoord

6.Betrekkelijk voornaamwoord

Verwijst naar:

-een zelfstandig naamwoord in de zin

  • een hele zin

    who/whose/whom/which/that


Who voor personen

Who (voor personen)

The boy who is walkingthere is myfriend.

Mr Brown , wholikesto talk, is mycousin.


Whose voor personen

Whose (voor personen)

Wordt gebruikt om een bezit aan te geven.

Na whose komt altijd een zelfstandig nmw.

Is that the horse whoseownerdiedyesterday?

This is the man whosewifeleft home.

whose vertaal je met wiens / van wie


Whose voor dingen

Whose (voor dingen)

Whose wordt ook gebruikt om te verwijzen naar dingen:

I have bought a computer whose processor is veryfast.


Whom voor personen

Whom (voor personen)

-wordt gebruikt in formeel Engels:

The womanwhomyouseethere is my teacher.

(de vrouw die je daar ziet)

-wordt gebruikt na een voorzetsel:

Who is the man towhomyouweretalking?

(de man met wie je sprak)


Which

Which

-wordt gebruikt voor dieren en dingen:

-The house in which we live…

(het huis waarin wij wonen)

-wordt gebruikt als het iets zegt over een hele zin:

-He has made somemistakes, which we do notunderstand.

(wat we niet begrijpen)


Voornaamwoorden

that

mag gebruikt worden i.p.v. who of which.

that verwijst dan naar personen of dingen:

-Is he the man that/who is responsibleforthis accident?

-The pizza that/which I ordered was cold.


Voornaamwoorden

that

moet gebruikt worden na een overtreffende trap:

-Thisis the best plan that we have ever seen.

-Thisis the worst film that we have ever seen.


Voornaamwoorden

that

-moet gebruikt worden na de woorden all/any/anything/everything/something/

nothing/only/first/last/single:

-Thisis allthatyoucan do.

-Thisis the last mail that I gotfrom her.


W eglaten van een betr vnw

weglaten van een betr. vnw.

Who, which en thatmogen worden weggelaten als ze worden gevolgd door een persoon die een handeling uitvoert:

-Thisis the boy (who) I spoketoyesterday.

-It was the onlything (that) we could do.


7 vragend voornaamwoord

7.Vragend voornaamwoord

wordt gebruikt om een vraag te stellen.

Wie -who/whom/ whose

Wat -what/ which

Welke -which


Who voor personen1

Who (voor personen)

wordt gebruikt als onderwerp in de zin:

Wholives in this house?

Who is that man?


Voornaamwoorden

What

Wat en welke worden gewoonlijk vertaald met what:

Wat is dat? -What is that?

Wat bedoelt u? – What do youmean?

Welke boeken heb je gelezen? – Whatbooksdidyouread?

Welke leerlingen waren te laat? – Whatpupilswere late?


Which1

which

Wat ,wie en welke worden vertaald met which als er sprake is van een beperkte keuze.

-Wat heb je het liefst, koffie of thee?

-Which do youprefer, coffee or tea?

-Wie van jullie weet het antwoord?

-Which of youknows the answer?


Whom voor personen1

Whom (voor personen)

Whommagworden gebruikt als lijdend of meewerkend voorwerp.

Who/ whomdidyou meet?

(Wie ben je tegengekomen?)

Whommoet gebruikt worden als er een voorzetsel voor staat.

Towhomdidyougive the money?

(Aan wie heb je het geld gegeven?)


  • Login