1 / 16

Jaar 1 – Blok P3

Jaar 1 – Blok P3. Wat beïnvloedt elkaar??. Toegevoegde waarde (=Productie). Inkomen. Bestedingen. De economische kringloop (m.u.v. sparen). export. import. 3. 4. Vpb. uitkeringen. 2. 1. Overheidsbe- stedingen. IB. 5. 6. lonen. 9. 9. consumptie. investeringen. 7. 8.

omar-owen
Download Presentation

Jaar 1 – Blok P3

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Jaar 1 – Blok P3

  2. Wat beïnvloedt elkaar?? Toegevoegdewaarde (=Productie) Inkomen Bestedingen

  3. De economische kringloop (m.u.v. sparen) export import 3 4 Vpb uitkeringen 2 1 Overheidsbe- stedingen IB 5 6 lonen 9 9 consumptie investeringen 7 8

  4. Is er sprake geweest van deflatie? Wat is deflatie? Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie. Bij deflatie ‘wordt het geld meer waard’: de prijzen dalen. Deflatie is zeldzaam, we zijn gewend aan inflatie met stijgende prijzen. De laatste keer dat er sprake was van deflatie was in 1987. Toen daalden de prijzen gemiddeld met 0,7%. Hoe erg is deflatie? Zolang je inkomen gelijk blijft of stijgt en de prijzen dalen heb je voordeel bij deflatie. Je kunt immers meer kopen van je geld. Als je weet dat prijzen gaan dalen ga je langer wachten met een aankoop: volgend jaar is die auto misschien nòg goedkoper geworden. Bedrijven verkopen op den duur steeds minder. Lonen gaan omlaag en banen worden geschrapt. Het is een neerwaartse spiraal. Geld wordt meer waard: je schulden worden dus ook ‘duurder’. Dat is voor veel mensen geen goed nieuws. Inflatie 2005-2010 (www.cbs.nl)

  5. Collectieve sector Overheid Sociale fondsen Rijksoverheid Provincies Gemeenten

  6. Inkomens(her)verdeling en de Lorenz-curve 3 Welke Lorenz-curve hoort bij de bruto-inkomens en welke bij de netto-inkomens. Bij welke curve is sprake van een ‘egalitaire’ inkomensverdeling? Leg uit!!!

  7. H9: Conjunctuur en overheidsbeleid Conjunctuurverloop

  8. Breng de begrippen ‘welvaart’ en ‘welzijn’ in verband met de behoeftenhiërarchie van Maslow.

  9. Terugblik week 4 Bezettings- graad Inkomen Rente Rente Consumptie Investeringen Vermogen Inflatie Winst Afzet Verwachtingen Consumenten Vertrouwen Producenten Vertrouwen GezinsconsumptieInvesteringen OverheidsuitgavenExport/Import • Overheidsconsumptie • Overheidsinvesteringen • Overdrachtsuitgaven • Wordt beïnvloed door o.a. Wisselkoers, • conjunctuur,hoogte lonen etc • Belangrijk begrip  concurrentiepositie!

  10. Instroom in perspectief Missie Strategie Personeelsmanagement personeelsplanning werving beloning Arbeidsmarkt prestatie selectie beoordeling ontslag exit-gesprek introductie ontwikkeling outplacement gezondheidsbeleid Instromende medewerker Medewerker in de organisatie: doorstroom Uitstromende medewerker Personeelsmanagement P3 Instroom

  11. Het nut van selectie Onterecht niet door: 2 Terecht door: 10 Succesgrens Terecht niet door: 5 Onterecht door: 5 Aftestgrens Criteria Selectie Personeelsmanagement P3 Instroom

  12. STAR(R) Methodiek Laat een kandidaat de aanwezigheid van zijn/haar competenties illustreren/toelichten door te vragen naar: • Situatie • Taak • Actie • Resultaat • (Reflectie) (Paragraaf 9.2.3 extra materiaal) Personeelsmanagement P3 Instroom

  13. Keuning

  14. Groeimodel Greiner

  15. Veranderingsmodel van Lewin

  16. Veranderen en weerstand: acceptatie(model van Ezerman, 2007)

More Related