1 / 25

Lijfrentebanksparen voor ondernemers

Lijfrentebanksparen voor ondernemers. Mr. Ruben Stam. Lijfrenteadvisering: vier adviesgebieden Rendement Bancaire producten versus verzekeringsproducten Fiscaaljuridische aspecten Civieljuridische aspecten. Programma. Opbouwfase: vaste of variabele rentevergoeding? winstdeling?

nalanie
Download Presentation

Lijfrentebanksparen voor ondernemers

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Lijfrentebanksparen voor ondernemers Mr. Ruben Stam

  2. Lijfrenteadvisering: vier adviesgebieden Rendement Bancaire producten versus verzekeringsproducten Fiscaaljuridische aspecten Civieljuridische aspecten Programma

  3. Opbouwfase: vaste of variabele rentevergoeding? winstdeling? Uitkeringsfase: hoe langer de uitkeringsduur des te hoger de rentevergoeding Rendement

  4. Enige conclusies Moneyview: Bankspaarproducten – zeker beleggingsgebonden – zijn niet per definitie gunstiger geprijsd Voorbeeldberekeningen o.b.v. onvergelijkbare netto rendementen Geen kosteninzichtelijkheid bankspaarproducten Rendement

  5. Bancaire producten: zijn levensonafhankelijk en sekseneutraal geen kortlevenrisico, wel langlevenrisico (bij verzekeraar v.v.) hebben geen overlijdensrisicodekking (anders dan het saldo op de rekening) kennen nooit premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kennen geen arbeidsongeschiktheidsrente Bancair versus verzekeren

  6. Verzekerde lijfrentevormen zijn ‘vertaald’ naar bancaire lijfrentevormen: levenslange oudedagslijfrente, tijdelijke oudedagslijfrente en de nabestaandenlijfrente Aanbieders: Banken; en Beleggingsinstellingen Eigen beheer niet mogelijk Fiscaaljuridische aspecten

  7. Eisen: Lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht Vast en gelijkmatig Periodiek Uitkering op beleggingsbasis mogelijk Fiscaaljuridische aspecten

  8. Er is géén bancaire tegenhanger voor: Oud regime lijfrente (pre Brede Herwaardering I) Overbruggingslijfrente Fiscaaljuridische aspecten

  9. Fiscaaljuridische aspecten • Premieaftrek bij pensioentekort: • Jaarruimte • Inhaaljaarruimte • Omzetting oudedagsreserve (FOR); en • Omzetting stakingswinst

  10. Lijfrentepremieaftrek via oudedagsreserve mogelijk hoger dan via jaarruimte Breakevenpoint: winst ≈ € 38.000 12% x Winst = 17% x (Winst -/- € 11.155) Dotatie oudedagsreserve in jaar T Berekening jaarruimte in jaar T-/-1 Fiscaaljuridischeaspecten

  11. Sparen via FOR: Jaarlijkse dotatie aan FOR (vzv mogelijk) Belastingbesparing op spaarrekening/-verzekering Bij pensionering spaartegoed/-verzekering aanwenden voor: Fiscale afrekening FOR Omzetting FOR lijfrentevoorziening Fiscaaljuridischeaspecten

  12. Stakingslijfrente kan (uiteraard) ook bij bank worden ondergebracht Ook bij overlijden ondernemer: op verzoek storting binnen 6 maanden na overlijden vermelding verzoek op regeling in overeenkomst overleden ondernemer geacht rekeninghouder te zijn Fiscaaljuridischeaspecten

  13. Switchen van uitvoerder mogelijk Bank  verzekeraar Verzekeraar  bank Eigen beheer  bank of verzekeraar Niet: bank of verzekeraar  eigen beheer Fiscaaljuridische aspecten

  14. Lijfrentevormen: Levenslange oudedagslijfrente Tijdelijke oudedagslijfrente Nabestaandenlijfrente Fiscaaljuridische aspecten

  15. Levenslange oudedagslijfrente • Bancair • Toekomen aan de rekeninghouder • Uiterlijk ingaan in het jaar waarin de rekeninghouder 70 jaar wordt • Looptijd ten minste 20 jaar + aantal jaren dat de verzekeringnemer jonger is dan 65 jaar • Termijnen lopen door na overlijden rekeninghouder • Termijnen belast met IB • Eventuele imputatie successie- vrijstelling • Daling naar 70% NIET mogelijk op verzekeringnemer • Verzekerd • Toekomen aan verzekeringnemer • Uiterlijk ingaan in het jaar waarin de verzekerde 70 jaar wordt • Uitkeringen zijn levenslang • Termijnen stoppen bij overlijden • Oplossing contraverzekering • Voordeel uitkering onbelast • Vrij van successierecht • Daling naar 70% mogelijk op verzekeringnemer

  16. Tijdelijke oudedagslijfrente • Verzekerd • Termijnen moeten toekomen aan de belastingplichtige • Uiterlijk ingaan in het jaar waarin de belastingplichtige 70 jaar wordt • Minimale ingangsdatum kalenderjaar 65 jaar • Minimum looptijd 5 jaar • Gezamenlijke bedrag maximaal €19.761 (bedrag 2008) • Geen termijnen bij overlijden • Daling naar 70% mogelijk op verzekeringnemer • Bancair • Termijnen moeten toekomen aan de rekeninghouder • Uiterlijk ingaan in het jaar waarin de belastingplichtige 70 jaar wordt • Eerste termijn na het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de leeftijd van 64 heeft bereikt • Minimum looptijd 5 jaar • Gezamenlijke bedrag maximaal €19.761 (bedrag 2008, na OFM II) • Termijnen lopen door na overlijden belastingplichtige • Daling naar 70% NIET mogelijk op rekeninghouder

  17. Nabestaandenlijfrente • Vier soorten nabestaandenlijfrente • NL die toekomt aan de belastingplichtige zelf • NL ten behoeve van bloed- of aanverwant ouder dan 30 jaar • NL ten behoeve van bloed- of aanverwant jonger dan 30 jaar • NL ten behoeve van iemand die niet is een bloed- of aanverwant (doorgaans de partner)

  18. Nabestaandenlijfrente (overlijden (gewezen) partner) • Bancair • Bij overlijden (gewezen) partner,NL komt toe aan rekeninghouder zelf • Uitkering eerste termijn binnen zes maanden na overlijden (gewezen) partner • Periode tussen eerste en laatste termijn bedraagt ten minste vijf jaar • Min. duur bancair korter bij rekeninghouder: • man: jonger dan 43 • vrouw: jonger dan 45 • Termijnen lopen door na overlijden belastingplichtige • Verzekerd • Begunstiging vrij • Termijnen moeten direct ingaan • 1% sterftekansvereiste • Min. duur korter bij begunstigde: • man: ouder dan 43 • vrouw: ouder dan 45 • Uitkeringen stoppen na overlijden

  19. NL voor bloed of aanverwant ouder dan 30 jaar • Verzekerd • Termijnen moeten direct na overlijden verzekerde ingaan • Begunstiging vrij • Levenslange uitkering • Bij overlijden geen uitkeringen meer • Bancair • Termijnen moeten direct na overlijden rekeninghouder ingaan • Termijnen komen toe aan erfgenamen • “Levenslange” lijfrente: periode tussen eerste en laatste termijn bedraagt minimaal 20 jaar. • Termijnen lopen door na overlijden bloed- of aanverwant

  20. NL voor bloed- of aanverwant jonger dan 30 jaar • Verzekerd • Termijnen gaan direct na overlijden verzekerde in • Of levenslang, of tot uiterlijk 30-jarige leeftijd • Geen 1% sterftekanscriterium vóór 30 jaar • Bij overlijden geen uitkeringen meer • Bancair • Termijnen gaan direct na overlijden rekeninghouder in • Periode tussen eerste en laatste termijn bedraagt: • of min. 5 jaar maar nooit meer dan het aantal jaren dat de bloed- of aanverwant jonger is dan 30 jaar • of minimaal 20 jaar (“levenslang”) • Termijnen lopen door na overlijdenbloed- of aanverwant

  21. NL voor niet-bloed- of aanverwanten • Verzekerd • Natuurlijk persoon • Direct ingaan na overlijden van de verzekerde • 1% sterftekansvereiste: • Bij overlijden geen uitkeringen meer • Bancair • Natuurlijk persoon • Direct ingaan na het overlijden van de rekeninghouder • Periode tussen eerste en laatste termijn bedraagt ten minste 5 jaar • Termijnen lopen door na overlijden gerechtigde

  22. Lijfrenterekening valt ‘gewoon’ in de nalatenschap tenzij sprake van (beperkte) huwelijksgoederengemeenschap Begunstiging lijfrenteverzekering ≠ erfrechtelijke verkrijging Wél fictief erfrechtelijke verkrijging voor Successiewet Civieljuridische aspecten

  23. Specifieke ‘begunstiging’ mogelijk via legaat Wet IB 2001: reeds ingegane termijnen mogen alleen toekomen aan de erfgenamen Civieljuridische aspecten

  24. Bijzonderheden: Faillissement ondernemer Faillissement bank Negatieve nalatenschap Vrijstelling lijfrenteaanspraken Successiewet Civieljuridische aspecten

  25. Bancair versus verzekeren: moeilijk vergelijkbaar Koester aanspraken uit overgangsrecht (PBH/VPL) Let op de fiscale verschillen in lijfrentevormen Let op de erfrechtelijke aspecten Conclusies

More Related