slide1
Download
Skip this Video
Download Presentation
Caput Biodiversiteit 2004 Philippine Vergeer Jan van Groenendael

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 66

Caput Biodiversiteit 2004 Philippine Vergeer Jan van Groenendael - PowerPoint PPT Presentation


  • 106 Views
  • Uploaded on

Caput Biodiversiteit 2004 Philippine Vergeer Jan van Groenendael. Hoorcollege 2 Wat is een soort?. Allopatrische soortvorming. Parapatrische soortvorming. Sympatrische soortvorming. Allopatrische soortvorming. Grieks: allos = apart, patria = vaderland

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about ' Caput Biodiversiteit 2004 Philippine Vergeer Jan van Groenendael ' - makayla-gavaghan


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
slide1

Caput Biodiversiteit

2004

Philippine Vergeer

Jan van Groenendael

slide2

Hoorcollege 2

Wat is een soort?

slide3

Allopatrische soortvorming

Parapatrische soortvorming

Sympatrische soortvorming

slide4

Allopatrische soortvorming

  • Grieks: allos = apart, patria = vaderland
  • Door de geografische barrières worden populaties van elkaar gescheiden in meerdere geisoleerde populaties. Doordat deze geisoleerde populaties zich apart van elkaar ontwikkelen (zowel genotypisch als fenotypisch), kan er genetische divergentie optreden, met soortvorming als gevolg
  • Wanneer de geografische barrières worden opgeheven voordat de geisoleerde populaties genetisch van elkaar verschillen, kan soortvorming voorkomen worden
slide6

Allopatrische soortsvorming:

Adaptive Radiation on Islands

Eilandengroepen: ‘regelmatig’ nieuwe soortvorming.

Door barrières leven soorten geïsoleerd. Kolonisaties (of invasies) van nieuwe soorten treden hierdoor relatief snel op. Dit kan leiden tot soortvorming.

Vermoedelijk de basis voor het ontstaan van Darwin’s Galapagos vinken.

slide7

Sympatrische soortvorming

  • Grieks: sym = samen, patria = vaderland
  • Vindt plaats zonder geografische barrières; hangt geheel af van genetische factoren
  • Reproductieve barrières ontstaan binnen een soort of populatie (bijv. door ‘assortive mating’)
  • Een weinig (?) voorkomende manier van soortvorming, wordt door sommigen nog steeds controversieel gevonden
slide8

allopatrie

sympatrie

bonte vliegenvanger

withalsvliegenvanger

slide9

bonte vliegenvanger

withalsvliegenvanger

slide10

sympatrie

bonte

allopatrie

bonte

sympatrie

withals

slide11

Parapatrische soortvorming

Parapatrische soortvorming begint vaak met de evolutie van een ‘hybrid zone’

Hybrid zone:

“Where species barriers break down to produce viable and fertile hybrids, zones of hybridisation may occur whose genotypes and phenotypes differ from both parental species”

“If an unique and discrete habitat exists to which the hybrids are better adapted than the parents, the new population may become isolated from its parental populations”

slide13

Hybride zone tussen de zwarte kraai (corvus corone) en de bonte kraai (corvus cornix) in Europa

slide14

Rana lessonae

Rana ridibunda

Rana esculenta (hybride)

slide15

I. hexagona

I. fulva

I. brevicaulis

hybridisatie

I. nelsonii

Hybridisatie in de Iris:

Iris nelsonii is ontstaan uit een hybridisatie van Iris hexagona, Iris fulva en Iris brevicaulis

slide16

Hybridisatie in de zonnebloem:

Helianthus anomalus is ontstaan uit een hybridisatie van Helianthus annuus en Helianthus petiolaris

H. petiolaris

H. annuus

H. anomalus

slide17

Als de soortbarrières worden doorbroken en hybridzones ontstaan dan versnelt dat het evolutionaire proces.

Hybrid zones vormen de kern van Gould’s idee van “Punctuated Equilibria” als verklaringsmodel voor plotse snelle radiaties in de evolutionaire geschiedenis. Dit speelt vooral een rol als er ook sterke ecologische veranderingen optreden zoals het geval bij de meteoriet inslag in de golf van Mexico

slide19

Hoorcollege 3 + 4

Hoe meten we biodiversiteit?

wat is biodiversiteit
Wat is Biodiversiteit?

= genetische diversiteit

= soortsdiversiteit

= diversiteit in habitat-/

ecosysteemtypen

  • biologische

verscheidenheid

slide21

Hoe meten we biodiversiteit?

is de soort wel de aangewezen eenheid om in te meten

als we niet weten wat een soort is

hoeveel soorten er zijn

of iedere soort even zwaar moet meetellen.

Zou het niet beter zijn om genen te tellen

of habitatdiversiteit?

slide23

Tellen we anthropogene diversiteit ook mee?Meer dan 2.000.000 varieteiten van gewassen worden wereldwijd bewaard als zaad in zaadbanken, soms ook als weefsel diepgevroren.

slide24

Genetische diversiteit

Brassica oleracea (Kool)

slide26

Tellen de soorten in tuinen mee? 25% van alle plantensoorten (80.000) worden gekweekt in botanische tuinen. Kew garden alleen heeft al 38.000 soorten waarvan 10% bedreigde soorten.

wat doen we met het aantal onbekende soorten
Wat doen we met het aantal onbekende soorten?

virussen

bekend

bacteriën

onbekend

nematoden

crustacea

\'protozoa\'

\'algae\'

vertebraten

mollusken

schimmels

spinachtige

planten

8

insecten

0

1

2

3

4

miljoen soorten

diversiteit vs dominantie

500

actual forest data

200

hurricane simulation

non-hurricane simulation

100

50

20

number of stems/ species / hectare

10

5

2

1

30

18

24

36

1

12

6

species ranking

diversiteit vs dominantie
slide32

diversiteit vs dominantie

100

Satellite species

(N=72)

10

Intermediate species

(N=35)

Core species

Number of species

1

(N=19)

0.1

0.01

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

Sites occupied (%)

Ozinga et al. (in prep.)

slide33

Preston curve

verschaft een statistische oplossing voor het schaalprobleem

soortenrijkdom en soortsdiversiteit

Gebied 1

Gebied 2

A

B

C

D

A

B

C

D

soort

Soortenrijkdom en soortsdiversiteit

gelijke soortenrijkdom

talrijkheid (%)

  • gelijkmatige verdeling
  • hoge soortsdiversiteit
  • ongelijkmatige verdeling
  • lage soortsdiversiteit
soortenrijkdom en soortsdiversiteit1
Soortenrijkdom en soortsdiversiteit

80

soortsdiversiteit (H) = -  (Pi) (ln Pi)

60

Gebied 1

Gebied 2

talrijkheid Pi (%)

40

20

A

B

C

D

A

B

C

D

soort

Shannon index

H1 = - [0.25*ln(0.25)+ 0.25*ln(0.25)+ 0.25*ln(0.25)+ 0.25*ln(0.25)]= 0.060

H2 = - [0.80*ln(0.80)+ 0.05*ln(0.05)+ 0.05*ln(0.05)+ 0.10*ln(0.10)]= 0.053

abundantie vs importantie
Abundantie vs importantie

dominante

meeste organismen

functionele groepering

nuttig

Abundantie (gewicht/oppervlakte

sleutel-

soorten

zeldzaam &

onbelangrijk

Functionele importantie

(effect op productiviteit van systeem)

risicosoorten

lokale populatie grootte

geografische verspreiding

groot klein

brede habitat specificiteit

ergens groot

58 spp

6 spp

altijd klein

2 spp

0 spp

nauwe habitat specificiteit

ergens groot

71 spp

14 spp

altijd klein

6 spp

3 spp

Risicosoorten

Rabinowitz 1981, Rabinowitz et al. 1986

vormen van zeldzaamheid
Vormen van zeldzaamheid

 bescherming verdienen vooral soorten die dubbel bedreigd worden

vormen van zeldzaamheid6
Vormen van zeldzaamheid

Muggenorchis

Brede orchis

Gevlekte orchis

slide55

Het meten van diversiteit is afhankelijk van de overlevingskansen van soorten. Deze hangt weer af van de genetische weerbaarheid van een soort

slide58

De kans op inteelt is groter in kleine populaties

Frequentie heterozygoten in overblijvende populaties met verschillende populatiegrootte na meerdere generaties na random kruisingen

slide59

Homozygoten worden doorgaans geassocieerd met slechtere overlevingskansen van individuen (inteelt depressie) en op de langere termijn kunnen door de lagere genetische variatie individuen zich bijv. moeilijker aanpassen aan veranderingen in de omgeving.

Inteelt verhoogt de kans op slechte eieren in mezen

slide60

How to reveal differences between individuals;

among each other, within groups, between groups.

slide61

3 organisatie niveaus:

  • individu
  • populatie
  • metapopulatie

HI= waargenomen heterozygositeit, gemiddeld over alle populaties van de metapopulatie

HS= de verwachte heterozygositeit per populatie (2pq), gemiddeld over alle populaties

HT= de verwachte heterozygositeit over de hele metapopulatie

slide62

F – statistieken:

Inteelt coefficient

FIS = (HS - HI)/ HS

FST = (HT - HS)/ HT

Fixatie - index

FIT = (HT - HI)/ HT

(1 - FIS) (1 - FST) = (1 - FIT)

slide63
De genetische diversiteit vermindert door isolatie met name in kleine populaties. Dit leidt tot een hoge graad van specialisatie
endemisme vs diversiteit
Endemisme vs diversiteit

rs=0.538

P<0.0001

% endemics

No. species

risicofactoren endemisme

Eiland(en)

inheems

% endemen

% bedreigde endemen

Ascension

25

44

82

Azoren

600

9

42

Galapagos

543

42

59

Hawaii

970

91

40

Juan Fernandez

147

80

79

Madeira

760

17

66

New Caledonia

3250

76

6

New Zealand

2000

81

8

Norfolk

174

28

94

Rodrigues

145

28

90

Risicofactoren  endemisme

Reid & Miller 1989

ad