1 / 36

‘de kust’ sommen

‘de kust’ sommen. Het zwemmen met de dolfijnen kost E3,- voor een half uur. Je wil graag anderhalf uur met de dolfijnen zwemmen. Hoeveel euro kost dat? ______euro. i n de emmer met water voor de zeeleeuwen zit 20 liter water. J e hebt 1 dop afwasmiddel nodig voor 2 liter water.

levana
Download Presentation

‘de kust’ sommen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. ‘de kust’ sommen

  2. Het zwemmen met de dolfijnen kost E3,- voor een half uur. Je wil graag anderhalf uur met de dolfijnen zwemmen. Hoeveel euro kost dat? ______euro

  3. in de emmer met water voor de zeeleeuwen zit 20 liter water. • Je hebt 1 dop afwasmiddel nodig voor 2 liter water. • Hoeveel doppen afwasmiddel moet in 20 liter water? _______doppen

  4. De strandvoetballer springt 603 cm ver. Dat is net iets meer dan _____ m.

  5. Er zijn 136 tickets verkocht voor een standvoorstelling. Deze worden in bakken van 10 gestopt. • Hoeveel bakken zijn er vol? _____bakken

  6. in de strandtent passen 300 mensen. er zijn nu 52 tickets verkocht. hoeveel tickets zijn er nog te koop? ___tickets

  7. de kinderen van groep 5 lopen om het veld van strandvolleybal heen. 60m Hoeveel meter is dat? _____ 40m

  8. De familie Visser rijdt naar het strand. als ze vertrekken dan staat de km stand op 668. • Als ze aankomen dan staat de km stand op 698 • Hoeveel km heeft de familie gereden? _____km

  9. De baas van het strand krijgt thuis 4 'eters'. • Hij maakt lasagne met gehakt. hij heeft nodig: • -100 gram boter • - 1 kilo gehakt • - 1 zakje kruiden • - 600 gram boontjes • Uiteindelijk komen er maar 2 eters. Hoeveel boter heeft hij nodig? _______g / kg boter

  10. De strandtent heeft in de kassa 20 briefjes van E20,-. De baas wil de briefjes wisselen voor E100,-. • Hoeveel briefjes van E100,- krijgt hij? ______briefjes

  11. De strandvolleyballer is 180 centimeter lang. • Dat is ____ m en _____ cm

  12. De voorstelling over de zee duurt 95 minuten. Dat is 1 uur en ____ minuten

  13. Een ticket voor de strandvolleybalwedstrijd kost E32,-. • Je spaart per week E4,-. • Hoeveel weken moet je sparen? ______weken

  14. Een foto van het strand kost 70 eurocent. • Je koopt 7 foto's. • Hoeveel eurocent betaal je? ______eurocent

  15. Er gaan 241 kinderen, 16 juffen en meester en 18 ouders naar het strand. • Hoeveel mensen zijn dat in totaal? ______mensen

  16. Het meisje wil een suikerspin kopen van E3,60. • Ze heeft alleen maar munten van 20 eurocent. • Hoeveel munten van 20 eurocent moet je betalen? _____ munten van 20 eurocent

  17. De meester heeft 28 ijsjes nodig. • Hij koopt 5 pakken. • In elk pak zitten 6 ijsjes Hoeveel ijsjes houdt hij over? _____ijsjes

  18. Aan de speurtocht doen 48 kinderen mee, ze worden in 6 groepjes verdeeld. • Hoeveel kinderen zitten er in elk groepje? _____kinderen

  19. De meester betaalt E13,65. Hij geeft een briefje van 10 euro, een munt van 2 euro, een munt van 1 euro en een munt van 5 eurocent. verder geeft hij alleen munten van 20 eurocent. Hoeveel munten van 20 eurocent geeft hij? _______ munten

  20. Strandsommen

  21. De jongen wilt bij de strandtent 1 kg snoep afwegen. • 450 gram zit er al in. Hoeveel gram moet er nog bij? ______gram

  22. In het strandalbum passen 450 plaatjes. • Er zitten al 298 plaatjes in. • Hoeveel plaatjes kunnen er nog in? ______plaatjes

  23. De acrobaat wilt vanaf een hoge duikplank in zee springen. Het is daar 3 meter diep. • Hoeveel cm is 3 meter? _____cm

  24. In het strandrestaurant zitten 56 kinderen. • Er worden groepjes gemaakt. • In elk groepje komen 7 kinderen. • Hoeveel groepjes worden er gemaakt? ______groepjes

  25. Je hebt een puzzel van het strand gekocht, maar die is nog niet helemaal af. Hoeveel stukjes heeft de hele puzzel? ______stukjes

  26. Badpak= E349,- Zwempak= E180,- Je wilt een badpak en zwempakkopen. Hoeveel moet je betalen? _______euro

  27. Je wilt graag wat eten en drinken kopen op het strand. • Een broodje kost E1,80 en iets te drinken kost E0,90. Je neemt het broodje en het drinken. Hoeveel moet je betalen? ______eurocent

  28. Het strandalbum kost 3 euro. Je betaalt met een briefje van 5 euro. • Je krijgt allemaal munten van 50 eurocent terug. • Hoeveel munten van 50 eurocent krijg je terug? • _____munten

  29. Er is een speciaal circus dat optreedt op het strand, 2 weken lang. • De helft van de dagen is het circus op het strand van Den Haag. Hoeveel dagen is het circus in Den Haag? _____dagen

  30. Het surfboard kost E450,- • Je levert je oude surfboard in en krijgt E175,- terug. Hoeveel moet je nog bijbetalen? E_____,-

  31. De jongleur heeft 72 strandballen. • Na zijn oefening stopt hij 6 ballen in een speciaal zakje. • Hoeveel zakjes heeft hij gevuld? _____zakjes

  32. De voorstelling over de kust begint om kwart voor 2. • De show duurt 40 minuten. Hoe laat is de show afgelopen? _______

  33. De strandpaal is 4 meter. Hier wordt 250 cm vanaf gehaald. • Hoeveel cm blijft over? _______cm

  34. Op het strand is een gewichtheffer. De gewichtheffer tilt 6 gewichten van 15 kilo en 4 gewichten van 5 kilo. Hoeveel is dat samen? _______kg

  35. Koffie op het strand. In een volle kan zit koffie voor 60 bekertjes. Voor hoeveel bekertjes zit nu nog koffie in de kan? ______bekertjes

  36. Klaar? • Maak in het rode werkschrift werk af uit blok 5 dat nog niet af is. • Als dat af is, kijk je naar werk van blok 4, 3, 2 en 1 dat nog niet af is.

More Related