tabellen
Download
Skip this Video
Download Presentation
Tabellen

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 35

Tabellen - PowerPoint PPT Presentation


  • 129 Views
  • Uploaded on

Tabellen. een grote hoeveelheid cijfermateriaal kun je op een overzichtelijke manier presenteren in tabellen. werkschema : een tabel maken 1 denk aan een opschrift 2 licht elke kolom en rij duidelijk toe 3 verklaar moeilijke begrippen apart onder de tabel. 2.1. Sponsorloop WB.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about ' Tabellen' - kina


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
tabellen
Tabellen

een grote hoeveelheid cijfermateriaal kun je op een overzichtelijke manier

presenteren in tabellen.

werkschema : een tabel maken

1 denk aan een opschrift

2 licht elke kolom en rij duidelijk toe

3 verklaar moeilijke begrippen apart onder de tabel

2.1

slide2

Sponsorloop WB

Bron: CBS

Meervoudige tabel

Bron: sectie LO WB

Enkelvoudige tabel

absolute en relatieve veranderingen
Absolute en relatieve veranderingen

absolute verandering is een verandering in aantallen

relatieve verandering is een verandering in procenten

relatieve verandering = x 100%

Of

nieuw / oud x 100 - 100

NIEUW – OUD

OUD

2.2

opgave 10
opgave 10

a 1993  2003 het aantal overnachtingen van de Belgen in %

1993  350.000

2003  820.000

toename = 820.000 – 350.000 = 470.000 (absolute toename)

toename = x 100% ≈ 134% (relatieve toename)

b

Gr-Britt  1,56 miljoen

470 350

c

2840 - 2080

760 : 2080 x 100

België  134%

procentberekeningen
Procentberekeningen

18 51

x 100% ≈ 35,3%

80 - 60

x 100% ≈ 33,3%

60

60 - 80

x 100% = -25%

60

100x80:118 ≈ 67,8

100x60:82 ≈ 73,2

2.2

vuistregels bij procentrekeningen
Vuistregels bij procentrekeningen

geef je antwoord in het gevraagde aantal decimalen.

kleine geldbedragen geef je in centen nauwkeurig.

geef antwoorden in één decimaal nauwkeuriger dan het

gegeven aantal decimalen uit de vraag.

Bij tussen berekeningen neem dan twee decimalen meer dan

waar je uiteindelijk op af moet ronden of maak gebruik van de

Ans toets op je rekenmachine. Bij meerdere tussen antwoorden

gebruik je de geheugen functie van je reken machine.

Voorbeeld:

Bereken 5/11 + 3/13 op 3 decimalen nauwkeurig

5/11 = .4545454545 STO (ALPHA) A .455

3/13 = .2307692308 STO (ALPHA) B .231

(ALPHA) A + (ALPHA) B = .685315

= .685 .686

2.2

de constante factor
De constante factor

herhaalde toename met hetzelfde percentage

neemt een bedrag gedurende 6 jaar elk jaar met 4,3% toe, dan is

NIEUW = OUD x 1,043 x 1,043 x … x 1,043

( 6 factoren 1,043 )

gebruik hierbij de constante factor op de GR of gebruik

NIEUW = OUD x 1,0436

100% + 4,3% = 104,3%

104,3%  g = 1,043

NIEUW = OUD x gt

2.2

opgave 20
opgave 20

Niels zet op 1 jan 2002 een bedrag van €530 op een spaarrekening

tegen een vaste rente van 4,1% per jaar.

a Welk bedrag staat er op 1 jan 2006 op zijn spaarrekening?

1 jan 2006  t = 4

100% + 4,1% = 104,1%  g = 1,041

B = 530 x 1,041t

B = 530 x 1,0414 ≈ €622,41

b Met hoeveel procent neemt het bedrag toe in de periode 2002 – 2016?2002  € 530,-

2016  t = 14

B = 530 x 1,04114 ≈ € 930,22

toename = 930,22 – 530 = € 400,22

toename in procenten = x 100% ≈ 75,5%

400,22 930,22

grafieken tekenen
Grafieken tekenen

bij de opdracht ‘zet het bedrag uit tegen de tijd’ moet je de tijd op de horizontale as zetten en het bedrag op de verticale as.

Als er staat teken de grafiek van R en S probeer dan uit te vinden wat OORZAAK (horizontaal) is en wat GEVOLG (verticaal)

hierbij moet je :

Een titel boven de grafiek

Voldoende informatie bij de assen zetten

De eenheden langs de assen duidelijk aangeven

bij het aflezen uit grafieken moet je goed opletten op de informatie bij de assen en op de gebruikte eenheden

2.3

soorten grafieken
Soorten grafieken

vloeiende kromme

lengte van een kind uitgezet tegen de tijd

losse lijnstukken

prijs uitgezet tegen het gewicht van een postpakketje

losse punten

het aantal bezoekers per dag in een pretpark

globale grafiek

wanneer het alleen om het verloop gaat en niet om de precieze waarden

lengte

aantal

prijs

hoogte

.

150

150

150

150

.

.

.

.

.

.

75

75

75

75

.

0

5

10

0

50

100

0

5

10

0

5

10

tijd

gewicht

dag

afgelegde weg

2.3

slide14

Opgave 23 b

h

h

h

h

h

t

t

t

t

t

twee verticale assen
Twee verticale assen

de grafieken van 2 verschijnselen kun je in één figuur verwerken door met 2 verticale assen te werken

het snijpunt van de grafieken heeft geen betekenis

grafiekenbundels
Grafiekenbundels

in een grafiekenbundel kun je zien hoe een verschijnsel zich onder verschillende omstandigheden gedraagt.

zo’n grafiekenbundel bestaat uit een aantal grafieken die inéén figuur zijn samengebracht

opgave 32a
opgave 32a

op een dag is het 30°C en het voelt heet

de luchtvochtigheid is tussen 30% en 70%

opgave 32b
opgave 32b

27°

24°

op een dag is de luchtvochtigheid 60% en het voelt erg warm

de temperatuur ligt tussen 24°C en 27°C

opgave 32c
opgave 32c

45%

op een dag is het 25°C en de luchtvochtigheid is 80% en het voelt warm

de luchtvochtigheid moet afnemen tot 45%

opgave 32d
opgave 32d

26°

23°

op een dag is de luchtvochtigheid 80%, de temperatuur daalt 5°C en voelt erg warm

de oorspronkelijke temperatuur ligt tussen 23°C + 5°C = 28°C en 26°C + 5°C = 31°C

opgave 32e
opgave 32e

60

gevoelstemperatuur in °C

50

40

30

0

20

40

60

80

100

luchtvochtigheid in %

opgave 33a
opgave 33a

de gemiddelde lengte van een uitgegroeid meisje is 170 cm

opgave 33b
opgave 33b

een meisje is uitgegroeid als ze ongeveer 17 jaar is

opgave 33c
opgave 33c

de rode lijn ligt hoger dan de blauwe lijn

tussen 9 en 13 jaar zijn de meisjes gemiddeld langer dan de jongens

opgave 33d
opgave 33d

100% - 98,8% = 1,2%

de helft hiervan is langer dan 2 meter

dus 0,6%

0,6%  0,006

0,006 x 120.000 = 720jongens

opties van de gr
Opties van de GR

op de GR kun je formules invoeren en vervolgens de grafieken plotten

de GR bezit opties om :

bij een gegeven x de y-waarde te berekenen

de coördinaten van snijpunten te berekenen

de coördinaten van toppen te berekenen

de coördinaten van de snijpunten van een grafiek met de x-as te berekenen

bovendien kun je de GR bij een formule een tabel laten maken

2.4

opgave 36
opgave 36

kaars 1 : L = 18 – 1,51t

kaars 2 : L = 20 – 1,98t

t = 0  20.00 uur

a voer de formules in

b plot de grafieken

c 20.30 uur  t = 0,5

Lkaars1 ≈ 17,2 cm.

21.50 uur  t = 1⅚

Lkaars1 ≈ 15,2 cm.

d 22.00 uur  t = 2

Lkaars2 ≈ 16,0 cm.

23.40 uur  t = 3⅔

Lkaars2 ≈ 12,7 cm.

e optie intersect

x = 4,3 en y = 11,6

dus na 4,3 uur branden

zijn de kaarsen 11,6 cm.

f optie zero (of ROOT)

kaars 2  x = 10,1

dus na 10,1 uur is kaars 2 opgebrand

kaars 1  2,7 cm.

g t = 2,5  lengten 14,22cm.

en 15,05 cm.

dus het lengteverschil is

0,83cm ≈ 0,8cm.

20

 lengte in cm

16

12

11,6

8

4

2,7

0

2

4

6

8

10

4,3

12

 tijd in uren

opgave 38
opgave 38

Marleen  R = 3q + 80

Esther  R = 3,80q

a voer de formules in

b plot de grafieken

Xmax = 150 en Ymax = 600

c week 18  105

q = 105  R = 395

week 19  135

q = 135  R = 485

485 – 395 = 90

90/395 x 100% ≈ 22,8%

d optie intersect

x = 100 en y = 380

dus bij minder dan 100 afspraken verdient Marleen meer dan Esther

 R

500

400

380

300

200

100

0

25

50

75

100

100

125

150

 q

afspraak
Afspraak

Hoe schrijf je de uitwerking op bij gebruik van de GR ?

1 noteer de formules die je invoert, dus schrijf op y1 = … en y2 = …

2 noteer de optie die je gebruikt en geef het resultaat

3 beantwoord de gestelde vraag

2.4

opgave 40
opgave 40

300

B = 100 ∙ 1,05t

a 1,05  105%

105 – 100 = 5% rente

b voer in y1 = 100 × 1,05x

c t = 8  B = 147,75 euro

d voer in y2 = 180

optie intersect

x ≈ 12,0 dus na 12 jaar

e voer in y2 = 200

optie intersect

x ≈ 14,2 dus na 14,2 jaar

 B

180

0

12,0

20

 t