Optica
Download
1 / 87

OPTICA - PowerPoint PPT Presentation


  • 262 Views
  • Uploaded on

OPTICA. OPTICA. Optica is het deel van de fysica: dat eigenschappen van het licht beschrijft, en zich bezighoudt met de verschijnselen die zich voordoen als licht invalt op voorwerpen Maar wat is licht?. Wat is licht?. Zonlicht duwt gas weg uit de komeetkop.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about ' OPTICA' - kellsie


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

Optica1
OPTICA

  • Optica is het deel van de fysica:

    • dat eigenschappen van het licht beschrijft,

    • en zich bezighoudt met de verschijnselen die zich voordoen als licht invalt op voorwerpen

  • Maar wat is licht?


Wat is licht
Wat is licht?

Zonlicht duwt gas weg uit de komeetkop

Zonlicht wordt omgezet in elektrische energie

Licht is een vorm van energie !

Licht doet molentje draaien



Wat is licht1
Wat is licht ?

Proef:

  • a) Bladgroenverrichting of fotosynthese(cfr. biologie)

  • b) Radiometer van Crookes

  • c) Een brandende kaars

  • d) Een brandende gloeilamp

    Waarneming:

  • a) In het blad van de plant worden glucose en zuurstof gevormd. In het blad afgeschermd van de lichtbron door aluminiumfolie gebeurt geen fotosynthese

  • b) Het molentje draait van zodra het wordt beschenen.

    Wanneer het licht wordt gedoofd, stopt de beweging van het molentje

  • c) Een brandende kaars geeft licht

  • d) Een brandende gloeilamp geeft licht


Wat is licht2
Wat is licht ?

Besluit:

  • a) Fotosynthese ( = produceren o.i.v. licht ) gaat slechts door indien er voldoende licht aanwezig is.

    • Licht wordt omgezet in chemische energie

  • b) Om het molentje te laten draaien is er licht nodig

    • Licht wordt omgezet in bewegingsenergie

  • c) Door verbranding van het kaarsvet wordt licht geproduceerd

    • Chemische energie wordt omgezet in licht

  • d) Elektriciteit wordt in de lamp omgezet in licht

    • Elektrische energie wordt omgezet in licht


Wat is licht3
Wat is licht ?

Algemene conclusie

  • Licht heeft verschillende uitwerkingen.

    • Het kande bewegingstoestand van voorwerpen veranderen,

    • de aard van de stof veranderen.

  • Daarom is licht een vorm van energie, we spreken van stralingsenergie.



Lichtbronnen
Lichtbronnen

Voorwerpen die zelf licht produceren, noemt men lichtbronnen.


Donkere voorwerpen
Donkere voorwerpen

bakstenen

spiegel

koffiekan

bloemen

vaas…


Donkere voorwerpen1
Donkere voorwerpen

Voorwerpen die geen licht produceren, noemt men donkere voorwerpen.


Doorzichtig doorschijnend ondoorschijnend
Doorzichtig, doorschijnend, ondoorschijnend

Dit deksel is …

doorschijnend

cd en cd-doosje zijn …

ondoorschijnend

doorzichtig

Dit deksel is …


Lichtbronnen en donkere lichamen1
Lichtbronnen en donkere lichamen

Proef:

  • a)Een gloeilamp laten branden.

  • b)Een TL- lamp laten branden

    Waarneming:

  • a)Het dun metalen draadje gloeit op en zendt licht uit.

  • b) Het gas gloeit op en zendt licht uit.

    Besluit:

  • De stoffen produceren zelf licht-> Het zijn lichtbronnen

  • De gloeilamp en de TL-lamp zijn lichtbronnen.

    Algemene Conclusie

  • Voorwerpen die zelf licht produceren, noemt men lichtbronnen.

  • Een lichtbron zet een energievorm om in licht.

  • Voor de aarde is de zon de grootste lichtbron.


Lichtbronnen en donkere lichamen2
Lichtbronnen en donkere lichamen

Proef:

  • a) Laat licht invallen op een metalen scherm.

  • b) Herhaal met een matglazen scherm.

  • c) Herhaal met een glazen scherm.

    Controleer de hoeveelheid licht dat door het scherm dringt

    Waarneming:

  • a) het metalen scherm laat geenlicht door.

  • b) het matglazen scherm laat een klein deel licht door.

  • c) het glazen scherm laat bijna alle licht door.

    Besluit

  • Voorwerpen die zelf geen licht produceren, noemt men donkere voorwerpen. Ze zijn pas zichtbaar wanneer de lichtstralen afkomstig van een lichtbron worden teruggekaatst en ons oog treffen.

  • De hoeveelheid doorgelaten licht hangt af van:

    • dediktevan de laag en van de aard van de stof


Lichtbronnen en donkere lichamen3
Lichtbronnen en donkere lichamen

Algemene conclusie

  • Een lichtbron is een voorwerp die zelf licht uitstraalt.

  • Een donker lichaam of donker voorwerp is een voorwerp die het licht enkel weerkaatst naar ons oog,we onderscheiden 3 soorten donkere lichamen

    • ondoorschijnende lichamen: zij laten geen licht door;

    • doorschijnende lichamen: zij laten het licht gedeeltelijk door;

    • doorzichtige lichamen: ze laten bijna al het licht door.

  • Licht dat niet-doorgelaten wordt, wordt geabsorbeerd en/of teruggekaatst


Voortplanting van het licht
Voortplanting van het licht

  • Proef: Kijk door een soepele rubberen darm naar een kaarsvlam.

  • Waarneming:

  • Om de vlam te kunnen waarnemen moet men de darm gestrekt houden

  • Conclusie

  • In een doorzichtige middenstof plant licht zich rechtlijnig voort.



Voortplanting van het licht2
Voortplanting van het licht

  • Licht plant zich rechtlijnig voort zoals je kan waarnemen op de foto.

  • Ook als de zon achter de wolken schuilgaat en er hier en daar lichtbundels door het wolkendek doorgelaten worden, plant het licht zich rechtlijnig voort

Foto lucht

conclusie


Rechtlijnige voortplanting van het licht
Rechtlijnige voortplanting van het licht

Volkomen rechtlijnige laserstralen

In een homogene optische middenstof plant het licht zich rechtlijnig voort


De laser
De LASER

Miniatuur laserapparaat uit CD-speler

Laseropstelling in lab

Laser: lichtbron die zeer bijzondere lichtgolven voortbrengt.

Laserlicht loopt slechts in één bepaalde richting, het blijft evenwijdig.

Het is licht van slechts één kleur : alle golven zijn identiek aan elkaar.



Lichtstraal en lichtbundel1
Lichtstraal en lichtbundel

Kun je lichtstralen zien?

  • Als je in een verduisterd lokaal een lamp laat schijnen op een wit scherm, zie je de lamp en een witte vlek op het scherm. Maar zie je nu ook de lichtstralen?

  • Lichtstralen zijn dus onzichtbaar.

  • Je kan de stralengang enkel zichtbaar maken door kleine reflecterende deeltjes in de bundel aante brengen.

    Foto getrokken van op de maan overdag van de aarde Demaan heeft geen atmosfeer, geen deeltjes die het licht terugkaatsen. Je ziet GEEN licht, alleen een zwarte hemel en de zon als lichtbron.

    De aarde heeft wel een atmosfeer met deeltjes die het licht terugkaatsen


Lichtstraal en lichtbundel2
Lichtstraal en lichtbundel

Kun je lichtstralen zien?

  • Lichtstralen zijn dus onzichtbaar.

  • Omdat licht zich in principe rechtlijnig voortplant, stellen we ons licht voor als bestaande uit lichtstralen.

  • In werkelijkheid bestaat licht NIET uit stralen, maar kan licht beschreven worden als elektromagnetische golvenof als deeltjes die men fotonen noemt.

    • Het blijkt echter heel handig om de werking van bijvoorbeeld spiegels en telescopen uit te leggen door gebruik te maken van een model waarin licht als stralen wordt opgevat.

  • Een lichtbron zendt lichtstralen uit, die we gezamenlijk als lichtbundel aanduiden.

  • De stralen in een lichtbundel kunnen ten opzichte van elkaar verschillende richtingen hebben.


Lichtstraal en lichtbundel3
Lichtstraal en lichtbundel

Proef:

  • a) : een laserstraal richten op de muur

  • b) : een lamp richten op de muur. Krijtstof uitstrooien voor de lichtbron.

    Waarneming:

  • Zowel bij de laser als bij de lamp wordt een lichtbundel zichtbaar.

  • De lichtbundel is begrensd door rechte lijnen.

    Conclusie

  • Een lichtstraal is de baan van een foton.

  • Een lichtbundel is een verzameling lichtstralen.

  • Een lichtbundel is zichtbaar doordat stofdeeltjes of waterdruppels in de lucht het licht terugkaatsen naar het oog.

  • Voorstelling van een lichtstraal:

  •  Lichtsnelheid: 300.000 km /s OF 7,5 maal de omtrek van de aarde / s


Soorten lichtbundels
Soorten lichtbundels

Bolle lens

Divergerende bundel

Convergerendebundel

Evenwijdige bundel


Lichtstraal en lichtbundel4
Lichtstraal en lichtbundel

Proef:

  • Plaats een bolle lens op verschillende afstanden voor een lichtbron.

  • Voorzie de lichtbron van een plaatje met een horizontale gleuven.

  • Breng een scherm evenwijdig aan de stralengang.

    Waarneming:

  • In een evenwijdige lichtbundel lopen de lichtstralen evenwijdig

  • In een convergerende (naar elkaar toe) lichtbundel lopen de lichtstralen samen

  • In een divergerende ( uit elkaar) lichtbundel lopen lichtstralen uit elkaar



Lichttheorie n
Lichttheorieën

Lichtstralen zijn golven

Huygens 1629-1695

Een lichtstraal is een stroom van deeltjes

Newton 1642-1727


Lichttheorie n1
Lichttheorieën

Planck 1858-1947

Lichtstraal = Stroom van fotonen Een foton is tegelijk deeltje en golf

Einstein 1879-1955


Lichttheorie1
Lichttheorie

  • Reeds in de 17de eeuw ontdekte Christiaan Huygens dat licht zich net zo gedroeg als een golf op een wateroppervlak. Enkele jaren later beweerde Isaac Newton echter dat licht bestaat uit deeltjes. Met beide theorieën kan je een deel van de eigenschappen van het licht verklaren.

  • Door de eigenschappen van het licht te bestuderen, zijn veel toepassingen ontstaan.

  • Met de golftheorie waarbij een lichtbron lichtgolven uitstuurt die ons oog treffen , kunnen we niet alle lichtverschijnselen verklaren

    • Christiaan Huygens ( 1678) : licht gedraagt zich als een golf.

  • De lichtbron zendt deze deeltjes rechtlijnig in alle richtingen uit. Deze deeltjestheorie verklaart ook niet alle lichtverschijnselen.

    • Isaac Newton ( 1704) : licht bestaat uit een stroom van lichtdeeltjes die ons oog treffen.

  • Elk foton bezit een bepaalde hoeveelheid energie

    • Max Planck en Albert Einstein (20 ste eeuw) : licht bestaat uit een stroom van lichtdeeltjes of fotonen

  •  Sommige lichtverschijnselen zijn te verklaren met de fotonen-theorie, andere met de golftheorie.Daarom combineert men nu de 2 theorieën:

    • men vat het licht op als stroom van fotonen die zich volgens het golfverschijnsel verplaatsen


Gevolgen van de rechtlijnige voortplanting van het licht schaduwvorming
Gevolgen van de rechtlijnige voortplanting van het licht : “Schaduwvorming”

Handboek p. 130-134, cursus optica pag 5


Hoe ontstaat een schaduw
Hoe ontstaat een schaduw? “Schaduwvorming

  • Je weet al dat licht zich voortplant volgens rechte lijnen.

  • Als je nu een ondoorschijnend voorwerp in een lichtbundel brengt, dan zijn er lichtstralen die door het voorwerp worden tegengehouden:

    • Op een scherm of op de muur ontstaan zo schaduwen.

  • Het soort schaduw dat gevormd wordt, is afhankelijk van de grootte van de lichtbron


Schaduwvorming
Schaduwvorming “Schaduwvorming

Proef: Hou je hand tussen een lichtbron en een scherm

Waarneming:

  • Op het scherm ontstaat een schaduwbeeld want je hand houdt de lichtstralen tegen.

  • Omdat het licht zich rechtlijnig voortplant is er achter je hand een gebied waar GEEN LICHT komt.

  • Er ontstaat een donkere ruimte of een schaduw.

    Conclusie 

  • Het gebied waar geen licht komt noemen we schaduw.

  • Waar de schaduw op een scherm terechtkomt ontstaat een schaduwbeeld.

  • De aard van de schaduw wordt hoofdzakelijk bepaald door de gebruikte lichtbron


Puntvormige lichtbron
Puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

kernschaduw


Kernschaduw
Kernschaduw “Schaduwvorming

Scherp begrensde kernschaduw


Schaduw bij puntvormige lichtbron
Schaduw bij puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

kernschaduw


Schaduwbeeld gevormd door een puntvormige lichtbron
Schaduwbeeld gevormd door een puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

Proef: Plaats tussen een puntvormige lichtbron ( L ) en een scherm een ondoorschijnend voorwerp.

Waarneming:

  • Tussen het voorwerp en het scherm is er een gebied zonderlicht

  • Op het scherm ontstaat een scherpafgelijnd schaduwgebied

    Conclusie

  • Een puntvormige lichtbron vormt van een ondoorschijnend donker voorwerp een scherpen donker schaduwbeeld

  • Er ontstaat achter het voorwerp een kernschaduw.

  • Kernschaduw is een gebied waar totaal geen licht komt


Schaduwbeeld gevormd door een puntvormige lichtbron1
Schaduwbeeld gevormd door een puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

  • Puntvormige lichtbronnen leveren altijd een scherpe, donkere schaduw op: een kernschaduw of slagschaduw.


Uitgebreide lichtbron
Uitgebreide lichtbron “Schaduwvorming

bijschaduw

kernschaduw

bijschaduw


Kernschaduw en bijschaduw
Kernschaduw en bijschaduw “Schaduwvorming

Onscherp begrensde kernschaduw


Schaduw bij uitgebreide lichtbron
Schaduw bij uitgebreide lichtbron “Schaduwvorming

kernschaduw

bijschaduw


Schaduwbeeld gevormd door een niet puntvormige lichtbron
Schaduwbeeld gevormd door een NIET- puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

Proef: Plaats tussen een grote lichtbron en een scherm een ondoorschijnend voorwerp.

Waarneming:

  • Tussen het voorwerp en het scherm ontstaan 3 gebieden:

    • Een gebied dat volledig belicht is

    • Een gebied waar geen licht komt: “ kernschaduw”

    • Een gebied dat slechts door een deel van de lichtbron verlicht wordt: de “halfschaduw”

  • Op het scherm ontstaat een onscherp schaduwbeeld

    Conclusie

  • Een NIET-puntvormige lichtbron vormt van een ondoorschijnend donker voorwerp een onscherpschaduwbeeld

  • Er ontstaat achter het voorwerp een kernschaduw en een halfschaduw.

  • Een halfschaduw is het gebied waar het licht komt van een deel van de lichtbron


Schaduwbeeld gevormd door een niet puntvormige lichtbron1
Schaduwbeeld gevormd door een NIET- puntvormige lichtbron “Schaduwvorming

  • Bij een kleine lichtbron vormt zicht op het scherm een scherp afgelijnde schaduw. De schaduw wordt begrensd door de lichtstralen die rakelings langs het ondoorschijnende voorwerp gaan. Deze schaduw noemen we de kernschaduw.

  • Bij een grote lichtbron vormt zich op het scherm een grotere wazige schaduw. De schaduw bestaat uit een donker centraal gedeelte, de kernschaduw, en daarrond een half donker gedeelte, de halfschaduw.

  • De halfschaduw varieert van zeer donker nabij de kernschaduw tot vrij helder aan de buitenste rand.



Schijngestalten van de maan
Schijngestalten van de maan “Schaduwvorming


De schijngestalten van de maan
De schijngestalten van de Maan “Schaduwvorming

  • De maan draait om de aarde. De lichtstralen van de zon verlichten altijd slechts het halve oppervlak van de maan.

  • Afhankelijk van de stand van de maan, is hetgedeelte van het maanoppervlak dat we vanaf aarde zien geheel verlicht (vollemaan), gedeeltelijk verlicht of onverlicht (nieuwe maan).

  • Omdat we enkel het verlichte deel van de maan kunnen zien lijkt het alsof de maan van vorm verandert.

  • Dit noemen we de schijngestalten van de maan, deze zijn afhankelijk van de zon , de aarde en de maan


Schijngestalten van de maan1
Schijngestalten van de maan “Schaduwvorming

nieuwe maan (1)

eerste kwartier (2)

halve maan (3 + 7)

volle maan (5)

laatste kwartier (8)


Zonsverduistering cursus pag 9
Zonsverduistering – “Schaduwvormingcursus pag 9

  • Een zonsverduistering is een fenomeen, waarbij het licht van de zon de aarde niet bereikt, omdat de maan in de weg van het licht zit.

  • Eigenlijk is het niet dezon, maar een gedeelte van de aarde, dat verduisterd wordt.

  • De zon wordt door de maan bedekt en lijkt daardoor vanaf de aarde verduisterd te zijn

  • Wanneer de schaduw van de Maan op de aarde valt, ziet men vanuit het schaduwgebied een zonsverduistering.


Zonsverduistering
Zonsverduistering “Schaduwvorming

1 = kernschaduw

2 = bijschaduw


Zonsverduistering cursus pag 91
Zonsverduistering – “Schaduwvormingcursus pag 9

Voorwaarden :

  • Nieuwe maan

  • Aarde , Zon en Maan op één as


Zonsverduistering1
Zonsverduistering “Schaduwvorming

Zonsverduistering 1999, gezien vanuit Mir


Zonsverduistering2
Zonsverduistering “Schaduwvorming

Zon: van diamantring tot corona

Maanschaduw beweegt over de aarde


Zonsverduisteringen op saturnus
Zonsverduisteringen op Saturnus “Schaduwvorming

De ringen van Saturnus werpen een schaduw op Saturnus. In die schaduw is het zonsverduistering.

Deze maan van Saturnus werpt een schaduw op Saturnus. In die schaduw is het zonsverduistering

De ringen en de manen van Saturnus doen zonsverduisteringen ontstaan


Maansverduistering cursus pag 9
Maansverduistering – “Schaduwvormingcursus pag 9

  • Een maansverduistering doet zich voor wanneer de aarde precies tussen de zon en de maan staat.

  • Normaal weerkaatst de maan het licht van de zon naar deaarde, maar tijdens een maansverduistering staat de aarde in de weg en ontvangt de maan geen zonlicht; de maan bevindt zich in de schaduw van deaarde.

  • Een maansverduistering kan enkel plaatsvinden bij volle maan.

  • Wanneer de Maan door de slagschaduwkegel van de Aarde trekt , doet zich maansverduistering voor.


Maansverduistering
Maansverduistering “Schaduwvorming

Vul de schets in de cursus pag 9 zelf aan

bijschaduw

kernschaduw


Maansverduistering cursus pag 91
Maansverduistering – “Schaduwvormingcursus pag 9

Voorwaarden :

  • Volle maan

  • Aarde, Zon en Maan op 1as


Maansverduistering1
Maansverduistering “Schaduwvorming

Videoclip van maansverduistering


Toepassing van schaduwvorming schimmenspel
Toepassing van schaduwvorming: “SchaduwvormingSchimmenspel

Een afschuwelijke operatie…

Schimmenspel in Indonesië


Camera obscura of donkere kamer
Camera obscura of donkere kamer “Schaduwvorming

Link donkere kamer

Een camera obscura is een gesloten doos met een kleine opening: het diafragma.

Elk voorwerpspunt kaatst lichtstralen terug doorheen het diafragma. Op het scherm ontstaan dan lichtvlekjes die samen een afbeelding van het voorwerp vormen: een reëel beeld. Dit beeld staat omgekeerd.

Een reëel beeld is een afbeelding die men kan opvangen op een scherm.


Camera obscura of donkere kamer1
Camera obscura of donkere kamer “Schaduwvorming

De beroemde “camera obscura” in het Schotse Edinburg

Met een draaibare spiegel kunnen beelden vanuit elke richting naar binnen geprojecteerd worden.

Beelden van de stad worden in het donkere zaaltje onder de koepel geprojecteerd op een witte tafel.


Leerstof verwerken
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

zonlicht wordt omgezet in energie

in

kennis

elektrische

een zonnecel (fotovoltaïsche cel)

p135


Leerstof verwerken1
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

zonlicht wordt omgezet in energie

in

kennis

bewegings-

de radiometer van Crookes

Bij belichting door de zon of warmtestraling van bijvoorbeeld een hand warmt de zwarte, niet-reflecterende zijde van de vaantjes op. Aan de randen van de vaantjes botsen de moleculen aan de warme kant van de rand net iets harder dan aan de koele kant, waardoor er een netto kracht ontstaat.


Leerstof verwerken2
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

2.

kennis

zon

maan

sterren

reflector op je fiets

kaars

spiegel

koplamp van auto

petroleumlamp

bliksem

vuurwerk

laser

p135


Leerstof verwerken3
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

3.

kennis

dun blad papier

karton

plastic folie

serreglas

marmeren plaat

vensterglas

lucht

ballon

computerscherm

petfles

blikje

mist

water (afh. dikte laag)

olie (afh. dikte laag)

p135


Leerstof verwerken4
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

4.

kennis

evenwijdige lichtbundel

divergerende lichtbundel

divergerende

convergerende

lichtbundel

p135


Leerstof verwerken5
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

5.

kennis

7 schaduw

2 donker

voorwerp

1 lichtbron

3 en 4 lichtbundel

5 en 6 lichtstraal

8 schaduwbeeld

p135


Leerstof verwerken6
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

6.

kennis

UITWENDIGE STRALEN

INWENDIGE STRALEN

Zonsverduistering

6.

AARDE

ZON

zon, maan, aarde op 1 lijn

de maan tussen de zon en de aarde

p135


Leerstof verwerken7
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

6.

kennis

Maansverduistering

6.

UITWENDIGE STRALEN

ZON

AARDE

INWENDIGE STRALEN

zon, aarde, maan op 1 lijn

de aarde tussen de zon en de maan

p135


Leerstof verwerken8
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

7.

Inzicht

  • fout, de maan is een donker voorwerp die het

  • licht van de zon terugkaatst

b. juist

c. fout, het licht gaat in alle richtingen,

divergerend vanuit de zon

d. fout, de bijschaduw bevindt zich rond de schijf,

achter de schijf bevindt zich de kernschaduw

p136


Leerstof verwerken9
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

8.

Inzicht

c. licht terugkaatsen

a. fout, het beeld bij een donkere kamer is helder

9.

b. fout, hoe kleiner de diameter van de openeing,

hoe scherper het beeld

c. juist

d. juist

p136


Leerstof verwerken10
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

10.

Inzicht

De maan heeft geen atmosfeer, er is geen materie,

geen deeltjes die het licht terugkaatsen, je ziet geen

licht alleen een zwarte hemel en de zon als lichtbron,

als een schijf aan de hemel.

De aarde heeft een atmosfeer met deeltjes die het

licht terugkaatsen (overwegend het blauwe licht)

p136


Leerstof verwerken11
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

11.

Inzicht

a. linkerkant

b. Het schaduwbeeld van de maan op de aarde

c. zonsverduistering

d. bij dag

e. Nieuwe maan

p136


Leerstof verwerken12
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

12.

Toepassen

p137


Leerstof verwerken13
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

13.

Toepassen

S1

S2

p137


Leerstof verwerken14
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

14.

Toepassen

O1

O2

O3

p137


Leerstof verwerken15
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

14.

Toepassen

O1

O2

O3

p137


Leerstof verwerken16
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

14.

Toepassen

O1

O2

O3

p137


Leerstof verwerken17
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

15.

Toepassen

 10 m

1,5 m

0,90 m

6m

p137


Leerstof verwerken18
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

16.

Toepassen

Afgeven als taak.

Nauwkeurig tekenen!

Berekeningen laten zien!(denk aan verhoudingen en evenredigheden!)

p138


Leerstof verwerken19
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

17.

zelftest

Warmtestraling of infrarood

p138


Leerstof verwerken20
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

17.

zelftest

Ultraviolet- of UV-straling

p138


Leerstof verwerken21
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

17.

zelftest

X-stralen of Röntgenstraling

23 januari 1896

p138


Leerstof verwerken22
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

17.

zelftest

Radar en radiogolven

p138


Leerstof verwerken23
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

18.

zelftest

Het licht kaatst terug op de fijne waterdruppeltjes in de mist

p138


Leerstof verwerken24
Leerstof verwerken “Schaduwvorming

19.

zelftest

Glazen deuren zijn doorzichtig en gevaarlijk.

Je loopt er tegenaan…

p138


20. “Schaduwvorming

a. fout

zelftest

b. juist (vaas zonder bloem)fout

c. fout

p138


ad