Studie v/d structuur v/d subjectieve ervaring
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 3

Principes 1) Vooronderstellingen Overtuiging bepaalt gedrag, en overtuiging is een keuze. PowerPoint PPT Presentation


  • 53 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Studie v/d structuur v/d subjectieve ervaring Communicatie technieken Modelleren van Excellentie. Overtuigingen. Interne Weergave (denken). Extern Gedrag (doen). Interne toestand (voelen). Criteria Waarden. Context. Structuur van de Subjectieve ervaring. Vc Ac K. Vr Ar Ad.

Download Presentation

Principes 1) Vooronderstellingen Overtuiging bepaalt gedrag, en overtuiging is een keuze.

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Principes 1 vooronderstellingen overtuiging bepaalt gedrag en overtuiging is een keuze

Studie v/d structuur v/d subjectieve ervaring

Communicatie technieken

Modelleren van Excellentie

Overtuigingen

Interne

Weergave

(denken)

Extern

Gedrag

(doen)

Interne

toestand

(voelen)

Criteria

Waarden

Context

Structuur van de

Subjectieve ervaring

Vc

Ac

K

Vr

Ar

Ad

Doel

Hindernis (b)

Doel

toestand

Hulpbron (a)

Huidige

toestand

Oorzaak (c)

(d)

Hulpbronnen oproepen

1)Fysiologie

2)Referentie-ervaringen(wat heb je nodig, wanneer had je dat)

3)Oudere zelf

4)Contrasteren(wanneer heb je meegemaakt dat het wel goed ging)

5)Polariteit(wat is het tegenovergestelde gevoel)

6)Provocatieve polariteit

7)Rolvoorbeeld

TOTE

Doelgericht handelen

Ik

Jij

TEST

EXIT

1e positie

(associatie)

2e positie

(associatie)

INPUT

Observator

OPERATE

3e positie

(dissociatie / Metapositie)

NLP

  • Principes

  • 1) Vooronderstellingen

    • Overtuiging bepaalt gedrag, en overtuiging is een keuze.

  • 2) Rapport

    • Afstemmen tot je rapport hebt, dan pas gaan leiden.

  • 3) Doelen

    • Het brein heeft een doel nodig.

  • 4) Hindernissen

    • Wat je tegenhoudt, bepaalt wat je nodig hebt.

  • 5) Hulpbronnen

    • Je latente vermogens inzetbaar maken.

  • 6) Ecologie

    • Positief voor totale mens, lange termijn/ grote geheel

  • 7) (V/K) Associatie en dissociatie

    • Associatie geeft gevoel, dissociatie geeft ruimte

  • 8) Lichaamstaal

    • Het lichaam geeft als eerste antwoord

  • 9) Metamodel

    • Wat is de beleving achter de woorden?

  • 10) Submodaliteiten

    • Hoe je het weergeeft bepaalt wat het je doet.

  • 11) Innerlijke strategieën

    • Een vermogen is een patroon van denkstappen.

  • 12) Gedeelten

    • Parallelle doelen scheppen gedeelten.

  • 13) Betekenis-reframing.

    • De feiten kunnen alles betekenen.

  • 14) Ankers

    • Gelijktijdige belevingen raken gekoppeld.

Logische niveaus

  • Vooronderstellingen

  • De kaart is niet het gebied. Beperkingen liggen in je wereldmodel.

    • De werkelijkheid wordt geschapen in je eigen beleving. Het gebied is meer dan elke kaart

  • Lichaam en geest zijn een cybernetische eenheid.

  • Het onbewuste is minstens even belangrijk als het bewuste denken.

  • De betekenis van je communicatie is de reactie die je oproept.

  • In communicatie bestaat geen mislukking, alleen feedback.

  • Mensen hebben positieve hulpbronnen beschikbaar voor positieve verandering.

  • Als iemand iets kan, kan ik het leren (en omgekeerd)

  • Ieder gedrag heeft een positieve bedoeling. Ieder gedrag was ooit iemands best keuze

Modaliteiten en submodaliteiten

  • Speelveld / relationeel kader (contract)

  • alles wat gebeurt waardeer ik positief

  • Overtuiging bepaalt gedrag en overtuiging is een keuze

Rapportcirkel

Omgaan als met een goede vriend

Eerst afstemmen dan pas leiden

 rapport variabelen

Het wereldbeeld van de cliënt

Rapport variabelen

Criteria (!!!)

Stemtoon

Spreekvolume / -ritme

Sleutelwoorden

Predikaten

Ademhaling

Lichaamshouding

Bewegingsritme

Gebaren

Emotionele toestand

Cultuur

Huidige toestand

Ecologie test

Ecologie test

  • White box:

  • Wat heb je nodig

  • Wat houdt je tegen

  • Hoe komt het

  • Wat is het verschil

  • Technieken

  • Referentie, Contrast, Rolvoorbeeld

  • Rapport stijl

  • Het NLP-gesprek

  • Ankers integreren

  • Change personal history

  • Six-step reframing

  • Visual Swish

  • Onderhandelen tussen 2 delen

  • Circle of excellence

  • Submodaliteiten overbrengen

  • IJken / Calibration classic

  • Probleemoplossen via metaforen

  • Probleem-strategie modelleren

  • Metamodel

  • Reframing

  • Binnen-buiten model

  • Persoonlijke tijdlijn

  • Sociaal panorama

Hindernissen

Future pace

Metamodel

1)Ik moet X

Wat als je X niet doet

2)Ik kan niet X

Wat weerhoudt je X te doen

3)Vaag zelfstandig naamw. X

Welke X met name

4)Vaag werkwoord X

X-en, hoe precies

5)Weglating

Ontbrekende deel vragen

6)Halve vergelijking

Andere helft vragen

7)Nominalisatie (proces ding)

Hoe gaat dat proces precies

8)Alles-of-niets uitspraak

Geen enkele uitzondering

9)Oorzaak-gevolg stelling

Hoe veroorzaakt ‘t een ‘t ander

10)Gedachten lezen

Hoe weet je dat

11)Eeuwige waarheid

Wie beweert dat

  • Doelen (Speer)

  • 1)Specifiek/context waarin

  • 2)Positief geformuleerd

  • 3)Eigen controle

  • 4)Ecologisch/ethisch

  • Resultaat toets-/meetbaar

  • Functies van doelen

  • 1) Betere emotionele toestand

  • 2) Doorbreken van fixaties

  • 3) Richting gevend bij het zoeken naar hulpbronnen

  • 4)Opsporen van belemmeringen

  • 5)Versterken van de motivatie

  • Basis voor een contract

  • Voorwaarden

  • 1) Geloofwaardig

  • 2) Alternatief / nieuw

  • 3) Vertaalbaar / relevant

  • 4) Definitief probleemoplossend

  • Doelen verdiepen

  • Hierarchie van doelen

  • Doel achter het doel achter het doel …

Waarnemingsposities

Jezelf / de ander bezien vanuit

Ankeren

Ervaringen onder de knop

1)Te ankeren ervaring

2)Associeer in de referentie-ervaring (stap er in)

3)Vestig het anker

(observeer, breng aan)

4)Onderbreek de toestand

5)Test het anker

(activeer en observeer)


Principes 1 vooronderstellingen overtuiging bepaalt gedrag en overtuiging is een keuze

  • Modelleren

  • Doelvermogen kiezen, eigen ecologie- en motivatietest

  • Experts zoeken, observeren, met jezelf contrasteren, coderen in patronen

  • Neem vermogen over, verwerk hindernissen

  • Observeer andere experts en tegenvoorbeelden

  • Maak NLP-techniek;

    • doelen, criteria duidelijk, volgorde en iedere stap functioneel en duidelijk

  • Leer het doelvermogen;

    • patronen overdragen

  • Hulpbron toevoegen

  • Onderzoek de probleemsituatie

  • Zoek de trigger voor deze situatie

  • Zoek een hulpbron en anker

  • Koppel de hulpbron aan de trigger

  • Check of ‘t zonder anker ook werkt

Metapositie

Stap 2 + 5

Reframe

Zelf

Positieve

intentie

Ander

  • Ankers integreren

  • Collapsing anchors

  • Interne weergave v/h negatieve gevoel (geassocieerd)

  • Anker dit gevoel (negatieve anker)

  • Interne weergave v/h tegenovergestelde gevoel (geassocieerd)

  • Anker dit gevoel (positieve anker)

  • Activeer beide ankers

  • Test zonder ankers

  • Future pace + ecologie

“jij zegt dat <feit> betekent <betekenis>, maar je zou net zo goed kunnen zeggen dat <feit> betekent <nieuwe betekenis>”

Probleem

ruimte

stap1 + 6

Hulpbron

Ruimte

Stap 3 + 4

  • Bij uitspraak die:

  • Belemmerend is

  • Erg abstract is

  • Moeilijk verifieerbaar is

Stap 4

Irritant

gedrag

Irritant

gedrag

Stap 5

  • Doorvragen naar :

  • Feit: wat leid je daar uit af

  • Betekenis: hoe weet je dat

  • Criterium: wat vindt je belangrijk

  • Bateson strategie

  • Kruisbestuiving

  • voor

  • vastgelopen

  • processen

  • Plaats het probleem in de probleemruimte (Pr)

    • Anker, associeer, stel vast hoe het verloopt

  • Schep een metapositie

    • Anker, kies iets dat je goed kunt

  • Maak hulpbronruimte (Hr) met hulpbronervaring

    • Anker, associeer, stel vast hoe dit loopt

  • Vertaal het probleem naar de Hr ruimte toe

    • Als dat wat er in de Pr gebeurt, als zoiets in de Hr zou gebeuren, wat is dat dan. Hoe los je dat hier op?

  • Ga naar de metapositie

    • Vertaal de oplossing naar de probleemruimte

  • Stap in de probleemruimte

    • Associeer met de oplossing

  • Future pace

  • (een vermogen berust op een patroon van denkstappen)

  • Change personal history

  • Overleg waar de lijn loopt, waar heden is

  • Veranker het belemmerende gevoel

    • Voel hoe je je toen voelde

  • Ga met dit zoekanker terug in de tijd

    • Wanneer dit gevoel eerder gehad

    • Geef ieder keer een codenaam

    • Ga tot de vroegste herinnering

  • Welke hulpbron ontbrak toen?

  • Zoek 1 á 2 hulpbron bij die eerste ervaring

    • Welke (nu beschikbare) hulpbron was nodig

    • Anker die hulpbron(nen)

  • Ga vlak voor de eerste ervaring staan

  • Test ecologie en effectiviteit van de hulpbron

    • Ok? / bezwaren?

    • (meer hulpbronnen nodig? Zie 3)

  • Gebruik de hulpbron bij de volgende situaties

    • Loop alle situaties na, verander wat nodig is

  • Future pace

    • Ook ok voor de toekomst

  • Stap de toekomst in op de lijn

    • Ontbreekt er nog iets?

Doel

toestand

  • Visual swish (zwiep)

  • Definieer de hindernis in het NLP-gesprek

    • Voel en zie het probleem (P)

  • Toekomstig zelfbeeld als hulpbron.

    • Zie jezelf in toekomst als je terugdenkt aan dit probleem. Hulpbron-beeld (H). Maak dit beeld groot en helder . Welk geluid hoort er bij.

  • Maak beeld (H) klein en weer groot (5x)

    • Van groot tot een puntje en weer groot

  • Probleem (P) uitwisselen met hulpbronbeeld (H)

    • Denk aan de hindernis met gevoel en beeld. Kijk en voel probleembeeld (P). Plaats ‘t puntje van (H) midden in (P) en laat dit puntje snel uitgroeien tot (H) en probleembeeld (P) overdekken.

  • Doe dit een aantal keren (5x)

    • Met iedere keer een break

  • Future pace en ecologietest.

  • Disney strategie

  • Denkstijlen

  • A) Criticus (Ad)

    • Positief, constructief, normerend, criteria

  • B) Dromer (Vc)

    • Creatief, ongeremd, fantaseren

  • C) Realist (K)

    • Vertaal ideeën naar concrete plannen

  • Stappen

  • Veranker denkstijlen

    • (Criticus, Dromer, Realist)

  • Bepaal doel

  • Stap in Criticus

  • Stap in Dromer

  • Stap in Realist

  • Evalueer plan (Criticus)

    • TOTE: niet goed? Terug naar 3

  • Future pace en ecologie

META

Huidige

toestand

Hulpbron

Jezelf in een nieuwe

identiteit zien

Doel

Exit

Criticus

Dromer

Realist

  • Circle of excellence

  • Kies drie hulpbronnen

    • Algemene hulpbronnen, emoties, vermogens, ...

  • Maak een lichtende cirkel

    • Op de vloer, hard, glad, kleur, ...

  • Roep de herinnering aan de hulpbron op

    • Heel sterk, alle zintuigen, zoek trefwoord

  • Laad de cirkel op

    • Versterk het gevoel, laat de situatie achter, stap in de cirkel

  • >>Herhaal dit voor alle hulpbronnen

  • Combineer de hulpbron in de cirkel

    • Stap in de cirkel, stapel de hulpbron, noem een trefwoord, voel je houding, maak gebaar, ademhaling

  • Leg de cirkel in de toekomst

    • Denk aan de toekomst, ga goed staan, maak het gebaar, voel de hulpbronnen

  • Ervaar de nieuwe mogelijkheden.

Herinnering 1

Hulpbron 1

Naast

de lijn

Naast

de lijn

Op

de lijn

Op

de lijn

Op

de lijn

X

Y

Herinnering 2

Positieve

Intentie

Positieve

Intentie

Hulpbron 1

Intentie X

Gedrag A

  • De WIP WAP

  • Er is een innerlijk conflict

    • Tussen X en Y

  • Ga met X mee, overdrijf

    • Associeer met X, tot partner omgaat

  • Ga met Y mee, overdrijf

    • Associeer met Y, tot partner omgaat

  • Enzovoort

    • Ga door tot client zelf

  • Integreert.

    • “raar dat ik dit als tegenstelling zie”

Waardering

Waardering

Herinnering 3

Hulpbron 1

Intentie X

Gedrag B

Gezamenlijke hogere positieve intentie

  • Six step reframing

  • Stel het ongewenste gedrag vast: A

    • Wat doe je dat je niet wilt,

    • Wat doe je niet wat je wel wilt

    • Benoem het gedeelte (X)

    • Vraag een positieve naam, anders renamen

  • Leg contact met X

    • Vraag om ‘n signaal (sterker: ja, zwakker: nee)

  • Zoek de positieve intentie

    • Stem in met de positieve intentie

    • Leg het probleem uit

  • Roep een creatief gedeelte te hulp

    • Vraag instemming, activeer creatief deel en

    • vraag alternatieven voor A: B, C, D

  • Vraag deel X alternatieven te gebruiken

    • Deel X raakt niets kwijt. Vraag om (een proef periode) met gedrag B, C, D te werken

  • Test ecologie

    • Zijn er nog andere delen die bezwaar hebben?

Gewenste

Gedrags-

verandering

Gewenste

Gedrags-

verandering

  • Binnen buiten model

  • Storend gedrag van een ander

    • Wat is het dat je irriteert

  • Zoek eigen corresponderende deel

    • Dat net zo denkt of voelt

  • Zoek positieve intentie

    • Wat probeert dit (jouw) deel te bereiken

  • Zoek alternatieven

    • Hoe dit op een andere manier te bereiken

  • Vertalen in gedrag / future pace

    • Hoe de nieuwe hulpbron toe te passen in contact met de ander. Wat anders doen

  • Test ecologie

    • Andere delen die bezwaar hebben tegen nieuw manier van omgaan met de ander.

Feit

Bete-

kenis

Over te nemen

hulpbron

Over te nemen

hulpbron

Criterium

VAKO/G

Gewenst

Ongewenst

  • Overbrengen van submodaliteiten

  • IJk gewenste en minder gewenste toestand

  • Identificeer van beide de kritische submodaliteiten

  • Definieer de verschillen

  • Anker submodaliteiten van gewenste toestand

  • Breng submodaliteiten van gewenste toestand over naar minder gewenste toestand

Samenwerking

Integratie

Nieuw gedrag

Future pace en ecologie

NLP technieken

  • Als-of-kader (1)

  • Stel dat je je doel hebt bereikt over X periode

    • Hoe ben je daar in geslaagd?

  • Verdeel de periode X in drieën

    • Wat deed je vlak voor je X had (3e deel)

    • Hoe begon je (1e deel)

  • Verdeel tussenliggende stuk (2e) in drieën.

    • Etc tot het tussenstuk eruit valt omdat

    • ervoor en erna gelijk zijn.

Als-of-kader (2)

Stel dat je gaat slapen en er gebeurt een wonder...

Waar merk je aan dat er een wonder gebeurd is?

Zeer gedetailleerd doorvragen

  • Onderhandelen tussen twee delen

  • Benoem deel X en Y afzonderlijk

    • Rapport, ijk beide nonverbale reacties, motiveer onderhandeling

  • X en Y ruimtelijk verankeren;

    • Papiertje, stoel etc.

  • Positieve intenties opzoeken

    • Check nonverbale reacties, wie spreekt er

  • Wederzijdse waardering vaststellen

    • Alleen bereiken ze hun doel nooit!

  • Hoger gemeenschappelijk doel

    • Intentie achter de intenties, upchunk

  • Welk gedrag wil X dat Y doet, en vice versa

  • Welke hulpbron van X wil Y en vice versa

  • Integratie; visueel/kinesthetisch

    • Ziet ‘t goed, voelt ‘t goed

  • Future pace

    • Maak afspraken

  • Test ecologie

    • (Andere) delen met bezwaren?


Principes 1 vooronderstellingen overtuiging bepaalt gedrag en overtuiging is een keuze

Wat - wanneer

Kerntoestand

Klank (melodie)

Beeld (kleuren)

Gebaar

Houding

Naam (woord)

Kijk, met de kern-

toestand, nog eens

terug naar het

oorspronkelijke

probleem

Positieve intentie 5

Positieve intentie 4

Positieve intentie 3

Positieve intentie 2

Positieve intentie 1

Ongewenst gedrag

van een gedeelte

Ervaringsgericht werken

Doordringen tot de ervaringen achter de woorden

Probleem

Woorden

Die de ervaring aanduiden

Backtrack (woorden en expressie teruggeven)

Specificatie

Van de woorden

Metamodel (uitspraak specificeren)

Associatie

In de ervaring

Instructies voor associatie geven

Structuur van de ervaring

Elementen van de ervaring bewust maken

Structuur van de ervaring onderzoeken

Verfijning

Van de structuur

Submodaliteiten onderzoeken

NLP technieken

  • Flitskaart voor de NLP-er

  • Rapport:

    • stem af op houding en gebaren

    • stem af op stemtoon en –tempo

    • stem af op criteria (wat A belangrijker vindt)

    • verbreek rapport en herstel het weer

  • Vraag doel en toets op vormvoorwaarden

  • Associeer en dissocieer

  • Stel structuur van de (subjectieve) ervaring vast (VAKO/G)

  • Verwoord relevante vooronderstelling van NLP

  • Vertel relevante eigen ervaring met NLP

  • Help A associëren in relevante positieve ervaring

  • IJk acceptatie en weerstand en doe voorstel

  • Roep hulpbron op via associatie met oudere zelf

  • Roep een hulpbron op via contrasteren

  • Vestig kinesthetisch en auditief anker

  • Versterk eraring via submodaliteiten

  • Stel metamodelvragen

  • Leg ui hoe ‘het integreren van ankers’ werkt

  • Leg uit hoe ‘een hulpbron overbrengen’ werkt

  • Leg uit hoe de ‘circle of excellence’ werkt

  • Leg het ‘overbrengen van submodaliteiten’ uit

Metamodel

1)Ik moet X

Wat als je X niet doet

2)Ik kan niet X

Wat weerhoudt je X te doen

3)Vaag zelfstandig naamw. X

Welke X met name

4)Vaag werkwoord X

X-en, hoe precies

5)Weglating

Ontbrekende deel vragen

6)Halve vergelijking

Andere helft vragen

7)Nominalisatie (proces ding)

Hoe gaat dat proces precies

8)Alles-of-niets uitspraak

Geen enkele uitzondering

9)Oorzaak-gevolg stelling

Hoe veroorzaakt ‘t een ‘t ander

10)Gedachten lezen

Hoe weet je dat

11)Eeuwige waarheid

Wie beweert dat

  • Communiceren met gedeelte

  • (werkoverleg met een deel van jezelf)

  • Benoemen

  • Begroeten

  • Waarderen

  • Positieve intentie (vraag/benoem)

  • Bereidheid nieuw gedrag bespreken

  • Samenvatten

  • Afspraak voor toekomst

  • Techniek gedaanten

  • Vrije conversatie

  • Plaatsing op handpalm

  • Associatie bij toerbeurt (stoel)

  • Ja/Nee signalen

  • ….

Ik ben benieuwd HOE ...

  • Vragen naar de positieve intenties

  • Bereiken

  • Wat wil je met [gedrag X] bereiken?

  • Wat probeer je via [gedrag X] te krijgen?

  • Wat levert [gedrag X] je op?

  • Welke belangrijke doelstelling realiseer je met [gedrag X]?

  • Wat zijn de positieve effecten van [gedrag X]?

  • Wat voor positieve gevoelens levert [gedrag X] je op?

  • Wat maakt [gedrag X] mogelijk?

  • Vermijden

  • Wat wil je met [gedrag X] vermijden?

  • Wat probeer je via [gedrag X] te ontlopen?

  • Waaraan helpt [gedrag X] je te ontsnappen?

  • Welke problemen voorkom je met [gedrag X]?

  • Wat gaat er fout zonder [gedrag X]?

  • Welke gevoelens ga je met [gedrag X] uit de weg?

  • Wat houdt [gedrag X] tegen?

Blz 247-249 pract. 2003


  • Login