Revalidatie Prestatie-indicatoren
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 27

Revalidatie Prestatie-indicatoren verslagjaar 2005 PowerPoint PPT Presentation


  • 95 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Revalidatie Prestatie-indicatoren verslagjaar 2005. NAAR VOLGENDE DIA. BRON: REVALIDATIECENTRA. Inleiding. De revalidatie werkt aan continue verbetering van de kwaliteit van zorg. Verantwoording van de prestaties door middel van prestatie-indicatoren

Download Presentation

Revalidatie Prestatie-indicatoren verslagjaar 2005

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Revalidatie Prestatie-indicatoren

verslagjaar 2005

NAAR VOLGENDE DIA

BRON: REVALIDATIECENTRA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Inleiding

De revalidatie werkt aan continue verbetering van de kwaliteit van zorg.

Verantwoording van de prestaties door middel van prestatie-indicatoren

draagt hieraan bij. Bij dezen bieden we u de Revalidatie prestatie-

indicatoren 2005 aan. Voor het eerst is vergelijking met een vorig jaar

mogelijk.

De uitkomsten over 2005 worden op brancheniveau gebruikt om de

prestatie-indicatoren voor 2007 verder te verbeteren en geleidelijk toe te

werken naar een set van ongeveer twintig indicatoren, waarvan tenminste

50% uitkomstgericht. In 2007 wordt een beperkte set voor patiënten

interessante prestatie-indicatoren op www.kiesbeter.nl gepubliceerd.

Met dank aan allen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de

Revalidatie prestatie-indicatoren 2005 .

MEER INFORMATIE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Toelichting

N=24

24

aantal revalidatiecentra = 24

groen = 2005

rood = 2004

wit = nee, niet van toepassing of niet ingevuld

De rode balk is zichtbaar als de prestatie-indicator ook in 2004 is gemeten.

Gebruik de Escape-toets op uw toetsenbord om tussentijds de presentatie te verlaten.

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Inhoudsopgave

Tevredenheid

Veiligheid

Effectiviteit

Tijdigheid

Doelmatigheid

Transparantie

Samenwerking

Deskundigheid & deskundigheidsontwikkeling

Onderwijs, Opleiding en Onderzoek

Meer informatie prestatie-indicatoren

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Pati ntentevredenheid

1. Tevredenheid

N=24

22

Uitvoering onderzoek patiëntentevredenheid

Beschrijving wijze van onderzoek

22

groen = 2005

rood = 2004

Patiëntentevredenheid

90% van de centra voert een patiënten-tevredenheidsonderzoek uit in 2005. Er worden diverse soorten vragenlijsten gebruikt in de sector. In 2006 wordt een landelijke standaard ingevoerd.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Pati ntentevredenheid1

1. Tevredenheid

N=24

22

Respons en resultaten

Bekendmaking resultaten

Verbeteracties door resultaten

22

22

Patiëntentevredenheid

Er blijkt geen relatie tussen een hoge respons en een hoge tevredenheidsscore. Resultaten worden vooral via jaarverslag, directie, leidinggevenden en cliëntenraad bekendgemaakt en leiden tot verbeteracties.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

1. Tevredenheid

Cliëntenraad

N=24

23

Aanwezigheid van een Cliëntenraad

Verhouding gegeven en opgevolgde adviezen

Proactieve betrokkenheid cliëntenraad

bij beleidsvorming

bij verbeteractiviteiten

20

21

18

Het aantal centra met een cliëntenraad conform de WMCZ is in 2005 met 1 toegenomen. De meeste adviezen van cliëntenraden worden opgevolgd. De cliëntenraden worden het meest betrokken bij beleidsvorming.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Basismedische zorg

2. Veiligheid

N=24

15

Aanwezigheid actueel (<3 jaar) reglement basis medische zorg

Aanwezigheid beleid infectiepreventie

21

Basismedische zorg

Ruim de helft van de centra heeft een reglement basismedische zorg dat niet ouder is dan drie jaar. Zes centra geven aan dat zij in de loop van 2006 wel over het reglement gaan beschikken. Het aantal centra met beleid voor infectiepreventie is met 50% toegenomen.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Decubitusprevalentie en incidentie

2. Veiligheid

N=24

6

Structurele registratie decubitusprevalentie

Structurele registratie decubitusprevalentie dwarslaesiepatiënten

7

Decubitusprevalentie en -incidentie

Eind 2006 wordt een landelijke prevalentie- meting uitgevoerd bij de revalidatiecentra. Het aantal centra dat in 2005 decubitusprevalentie registreerde is gestegen naar een kwart. Het aantal centra dat decubitusincidentie registreerde bij dwarslaesiepatiënten is met twee gestegen. Op basis van de aangeleverde gegevens zijn nog geen conclusies te trekken over het succes van antidecubitusbeleid.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Complicaties

2. Veiligheid

De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen gaat deze indicator uitwerken

Medicatieveiligheid, intern formularium

Structurele registratie medicatievoorschiften

N=24

16

Complicaties

Het aantal centra dat registreert is gelijk gebleven. De toelichting op deze vraag is verbeterd, waardoor centra zich mogelijk beter hebben gerealiseerd wat de vraag inhield.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Medicatieveiligheid overzicht door revalidatiecentrum voorgeschreven medicatie

2. Veiligheid

N=24

10

Aanwezigheid op spreekkamers

Aanwezigheid op verpleegafdelingen

N=21

17

Medicatieveiligheid, overzicht

door revalidatiecentrum

voorgeschreven medicatie

Het aantal centra met overzichten in spreekkamers is gedaald. Het aantal centra met overzichten op de verpleegafdeling is gestegen. De toelichting op deze vraag is verbeterd, waardoor centra zich mogelijk beter hebben gerealiseerd wat de vraag inhield.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Medicatieveiligheid overzicht elders voorgeschreven medicatie

2. Veiligheid

N=24

12

Aanwezigheid op spreekkamers

Aanwezigheid op verpleegafdelingen

N=21

16

Medicatieveiligheid, overzicht

elders voorgeschreven medicatie

Het aantal centra met overzichten van elders voorgeschreven medicatie in de spreekkamers nam toe van 33% naar 50%. En van 50% naar 66% op de afdelingen. De aanwezige overzichten zijn een hulpmiddel om ongewenste medicatie-interacties te voorkomen.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Behandelovereenkomst

3. Effectiviteit

N=24

20

Percentage individuele schriftelijke overeenkomst met patiënten

Behandelovereenkomst

NAAR INHOUDSOPGAVE

Eén centrum sluit schriftelijke behandelovereenkomsten met alle patiënten. Ruim 80% sluit overeenkomsten met een deel van de patiënten.

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Realisatie behandeldoelen op individueel niveau

3. Effectiviteit

N=24

12

Structurele registratie van de realisatie van behandeldoelen

Weergave percentage ontslagen patiënten, dat zelfstandig gaat wonen

Registratie van de behandeling op zelfstandigheid

19

10

Realisatie behandeldoelen op

individueel niveau

De registratie van de behandelingen gebeurt in 50% van de centra. De toelichting op deze vraag is verbeterd, waardoor centra zich mogelijk beter hebben gerealiseerd wat de vraag inhield. Het percentage patiënten dat zelfstandig gaat wonen is ongeveer gelijk gebleven (rond 90%). Bijna de helft van alle centra registreert nu behandeleffecten.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Wachttijden volgens treek normen

4. Tijdigheid

N=24

21

Tijdig eerste onderzoek

< 4 weken

Tijdige poliklinische revalidatiebehandeling

< 6 weken

Tijdige klinische revalidatiebehandeling

< 7 weken (N=21)

Publicatie op internet

22

19

14

Wachttijden volgens Treek-normen

NAAR INHOUDSOPGAVE

Het aantal centra dat binnen de normwachttijden zorg verleent is toegenomen, evenals het aantal centra dat wachtlijstgegevens op internet publiceert.

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Elektronische gegevens en kennisbestanden

4. Tijdigheid

N=24

19

Elektronische inzage patiëntgegevens

Elektronische gegevens en

kennisbestanden

NAAR INHOUDSOPGAVE

De elektronische inzage van patiëntgegevens bij centra is over het algemeen goed geregeld. De inzagemogelijkheden zijn gelijk gebleven.

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Behandelduur zorgtraject klinische revalidatiebehandeling

5. Doelmatigheid

Hiervan zijn nog geen betrouwbare gegevens verkregen.

Behandelduur zorgtraject

klinische revalidatiebehandeling

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Externe toetsing revalidatiezorg

6. Transparantie

N=24

22

Weergave laatste scores externe toetsing

Weergave voorlaatste scores externe toetsing

Weergave laatste visitatie door VIOP of VINOP

17

22

Externe toetsing revalidatiezorg

De cijfers van de externe toetsingen in 2005 variëren tussen 6,1 en 7,9. Het gemiddelde cijfer bedraagt 7,3. Een vergelijking van de laatste en voorlaatste toetsing laat zien dat er een positieve ontwikkeling heeft plaatsgevonden. De visitaties van artsen in opleidingscentra en niet-opleidingscentra vinden eens per vijf jaar plaats. Dit blijkt ook uit de opgegeven data.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Ketenzorg en netwerken

7. Samenwerking

N=24

24

Geformaliseerde afspraken ketenpartners

Participatie regionaal revalidatiegenees-kundig netwerk

22

Ketenzorg en netwerken

Uitgangspunt is dat afstemming tussen de zorgaanbieders de kwaliteit van zorg ten goede komt. Alle centra zijn actief in de zorgketen. Ziekenhuizen en verpleeghuizen zijn de belangrijkste ketenpartners. Alle centra maken ketenafspraken over CVA-patiënten. 90% van de centra is actief in een regionaal revalidatiegeneeskundig netwerk, vooral samen met ziekenhuizen, soms met verpleeghuizen.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Samenwerking met pati nten

7. Samenwerking

N=24

20

Systematisch overleg met patiënten-verenigingen

Samenwerking met patiënten

Het aantal centra dat systematisch overlegt met patiëntenvertegenwoordigers is met 13% toegenomen. 79% van de centra heeft nu overleg met patiëntenverenigingen zoals Samen Verder, VSN en Cerebraal.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Participatie in landelijke werk groepen van de nederlandse vereniging van revalidatieartsen

8. Deskundigheid en

deskundigheidsontwikkeling

N=24

22

Participatie in geaccrediteerde werkgroepen VRA

Participatie in landelijke werk-

groepen van de Nederlandse

Vereniging van Revalidatieartsen

In de meeste centra zijn revalidatieartsen actief in deskundigheidsontwikkeling. Het aantal centra met participerende artsen in werkgroepen is gelijk gebleven ten opzichte van 2004. Per centrum wordt gemiddeld wel aan meer werkgroepen deelgenomen dan in 2004.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Onderwijs

9. Onderwijs, Opleiding

en Onderzoek

N=24

20

Participatie klinisch onderwijs geneeskunde

Participatie andere activiteiten onderwijs geneeskunde

Participatie klinisch onderwijs verpleegkunde (N=21)

Participatie klinisch onderwijs andere studierichting

14

19

Onderwijs

22

In de meerderheid van de centra is sprake van actieve betrokkenheid in het onderwijs. De participatie in klinisch onderwijs geneeskunde en in andere studierichtingen is toegenomen. Ook het aantal centra met co-assistenten is gestegen van 16 naar 19.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Opleiding tot specialist

9. Onderwijs, Opleiding

en Onderzoek

N=24

19

Participatie in opleiding tot revalidatiearts

Participatie in opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog

14

Opleiding tot specialist

Een ruime meerderheid van de centra participeert in een opleidingscircuit voor de opleiding tot revalidatiegeneeskundig specialist. In 2005 hadden achttien centra 111 AIOS in dienst, waarvan twaalf de opleiding tot klinisch wetenschappelijk onderzoeker volgen.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Wetenschappelijk onderzoek

9. Onderwijs, Opleiding

en Onderzoek

N=24

19

Actief eigen geïnitieerd wetenschappelijk onderzoek

Participatie onderzoek andere instituten

Aanwezigheid academiseringsovereenkomst

24

14

Wetenschappelijk onderzoek

80% van de centra is actief in wetenschappelijk onderzoek. Het actief eigen geïnitieerd onderzoek is in 2005 nagenoeg gelijk gebleven. De centra hebben zich mogelijk beter gerealiseerd wat de vraag inhield. Participatie bij andere instituten is gestegen.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Meer informatie

  • Revalidatie Prestatie-indicatoren, verslagjaar 2005

  • Nadere stap richting verantwoording van prestaties

  • Met de prestatie-indicatoren 2004 werd een eerste stap gezet naar verantwoording van prestaties van revalidatiecentra. Het tweede jaar heeft veel aanvullende inzichten verschaft over de prestaties, omdat voor het eerst een vergelijking mogelijk was. Er is een aantal belangrijke verbeteringen gesignaleerd:

  • Het aantal centra met beleid voor infectiepreventie is met 30% toegenomen.

  • Het aantal centra dat decubitusprevalentie registreert is verdubbeld.

  • Het aantal centra met overzichten van patiëntgegevens in de spreekkamers nam toe

    van 33% naar 50%. Op de verpleegafdelingen steeg het van 50% naar 66%.

  • De registratie van behandeleffecten is met 25% gestegen.

  • De registratie van wachttijden is toegenomen, evenals de publicatie op internet.

  • Een vergelijking van de laatste en voorlaatste toetsing laat zien dat een positieve

    ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

  • Het aantal centra dat systematisch overlegt met patiëntenvertegenwoordigers is met

    16% toegenomen.

  • De participatie in klinisch onderwijs geneeskunde en in andere studierichtingen is

    toegenomen. Ook het aantal centra met co-assistenten is gestegen.

    Bij enkele indicatoren is de toelichting op de vraag verbeterd of de definitie van de vraag aangescherpt. Hierdoor zijn meer betrouwbare antwoorden gegeven.

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Revalidatie prestatie indicatoren verslagjaar 2005

Meer informatie

Verder toewerken naar beperkte uitkomstgerichte set

De prestatie-indicatoren betreffen structuren, processen en uitkomsten op negen terreinen van het werk in revalidatiecentra, zoals tevredenheid, veiligheid, tijdigheid, transparantie en deskundigheid. Alle 24 revalidatiecentra hebben gegevens aangeleverd. De data van revalidatieafdelingen in ziekenhuizen maken onderdeel uit van de prestatie-indicatoren van de betreffende ziekenhuizen.

De uitkomsten over 2005 worden op brancheniveau gebruikt om de prestatie-indicatorenset voor verslagjaar 2007 verder te verbeteren en geleidelijk toe te werken naar een set van ongeveer twintig indicatoren, waarvan tenminste 50% uitkomstgericht. In overleg met de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen wordt gewerkt aan doelgroepspecifieke uitkomstindicatoren. Een aantal structuurindicatoren zal worden opgenomen in de HKZ-certificeringssystematiek, die de revalidatiesector in 2006 en 2007 ontwikkelt.

De revalidatie werkt verder aan continue verbetering van de kwaliteit van de zorg voor de patiënt. Een beperkte set voor patiënten interessante prestatie-indicatoren op de website www.kiesbeter.nl worden gepubliceerd. De volledige rapportage is vanaf heden beschikbaar op www.revalidatie.nl.

Ir. G.R. (Kick) VisserDrs. M.E. (Marien) van der Meer

VoorzitterDirecteur

NAAR INHOUDSOPGAVE

NAAR VORIGE DIA

NAAR VOLGENDE DIA


Voor meer informatie www revalidatie nl

Samenvatting

Prestatie-indicatoren

revalidatiecentra

verslagjaar 2005

Voor meer informatie: www.revalidatie.nl

e i n d e


  • Login