Thema 5:  Kracht, arbeid, vermogen en energie
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 12

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie PowerPoint PPT Presentation


  • 178 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie. 6 Energie. 5.1 Definitie van vermogen. Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie. 5 Vermogen. 5.1 Definitie van vermogen. Bouwvakker A. Bouwvakker B. Ze dragen elk 10 zakje cement van 15 kg naar het derde verdiep (10 m). 10 min.

Download Presentation

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

6 Energie

5.1 Definitie van vermogen


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

5.1 Definitie van vermogen

Bouwvakker A

Bouwvakker B

Ze dragen elk 10 zakje cement van 15 kg naar het derde verdiep (10 m)

10 min

Tijd nodig voor klus

15 min

Tijd nodig voor klus

Bereken de arbeid die beide personen leveren

WA = F .  s = m . g .  s

WB = F .  s = m . g .  s

WA = 15 kg . 9,81 N / kg . 10 m

WB = 15 kg . 9,81 N / kg . 10 m

WA = 1471,5 J = 1,5 . 103 J

WB = 1471,5 J = 1,5 . 103 J

Besluit: Beide personen leveren dezelfde arbeid


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

5.1 Definitie van vermogen

Bouwvakker A

Bouwvakker B

Bereken de gemiddelde prestatie per minuut

Prestatie A = 1,5 . 103 J / 10 min

Prestatie B = 1,5 . 103 J / 15 min

= 1,5 . 102 J / min

= 1,0 . 102 J / min

Welke bouwvakker zou je kiezen?

De ploegbaas zou bouwvakker A kiezen

Prestatie hangt af van de geleverde arbeid en de tijdsduur

= vermogen


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

5.2 Definitie

Het vermogen is de geleverde arbeid per tijdseenheid

P = W .  t

arbeid

joule

J

vermogen

watt

W

tijdsduur

meter

m


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

5.3 Eenheid

Wat betekent een vermogen van 1 Watt?

We leveren een vermogen van 1 Watt als we in 1 seconde een arbeid

een arbeid van 1 Joule verrichten.

Afgeleide eenheden van vermogen

kW

kilowatt

1 kW = 103 W

MW

megawatt

1 MW = 106 W


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

5.3 Eenheid

De kilowattuur = kWh

1 kWh is de arbeid (energie) geleverd gedurende één uur door een vermogen van

1 kW (of 1000 W)

1 kWh

W=1000 .W.3600 s

= 3 6000 000 W s

= 3, 6 . 106 J


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

Opdrachten

1. Het vermogen van een bepaalde personenwagen bedraagt 55 kW. Hoeveel arbeid wordt door de motor verricht in 1 h 30 min.

gegeven

P = 55 kW

= 55 . 103 W

 t = 5400 s

gevraagd

W

oplossing

P = W /  t

W = P .  t

W = 55 . 103 . 5400 = 3,0 . 108 J

antwoord

De motor verricht een arbeid van 3,0 . 108 J


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

Opdrachten

2. Om de Eurostar vanuit rust een snelheid te bezorgen van 300 km / h moeten de motoren 2,78 . 109 J arbeid verrichten. Dit duurt 23 seconden. Bereken het onwikkelde vermogen.

gegeven

W = 2,78 . 109 J

 t = 23 s

gevraagd

P

oplossing

P = W /  t

P = 2,78 . 109 J / 23 s

P = 1,2 . 108 W

antwoord

Het ontwikkelde vermogen van de motor bedraagt 1,2 . 108 W


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

Opdrachten

  • Een lamp van 100 W bleef gedurende 8,0 h nodeloos branden. Bereken de arbeid die verricht werd. Druk uit in J en in kWh

gegeven

P = 100 W

 t = 8,0 h

gevraagd

W

oplossing

P = W /  t

W = P .  t

W = 100 W . 8,0 h

W = 0,100 kW . 8,0 h = 0,80 kWh

antwoord

De arbeid verricht door de lamp is 0,80 kWh


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

Opdrachten

Hoeveel kost je dit bij een tarief van 14,70 eurocent / kWh

gegeven

W = 0,80 kWh

Prijs = 14,70 € c / kWh

gevraagd

kostprijs

oplossing

kostprijs = 0,80 kWh . 14,70 € c / kWh

kostprijs = 11,76 € c

kostprijs = 12 € c

antwoord

De kostprijs om 50 min nodeloos een lamp te doen branden

bedraagt 12 € c.


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

5 Vermogen

Opdrachten

4. Bereken het vermogen dat een vlieg ontwikkelt, indien zij met een constante snelheid 75 cm omhoog vliegt in 0,10 s. De vlieg heeft een massa van 0,050 g

gegeven

m = 0,050 g

= 0,050 . 10-3 kg

 t = 0,10 s

 s = 75 cm

= 0,075 m

gevraagd

P

oplossing

P = W /  t

P = F .  s /  t

P = m . g .  s /  t

P = 0,050 . 10-3 kg . 9,81 N / kg . 0,075 m / 0,010 s

P = 3,7 . 10-3 W

antwoord

Het ontwikkelde vermogen van de vlieg bedraagt 3,7 . 10-3 W


Thema 5 kracht arbeid vermogen en energie

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie

6Vermogen

Opdrachten

5. Een ondernemer beschikt over 2 machines: een oude machine (1) en een nieuwe machine (2). Machine (2) heeft een dubbel vermogen in vergelijking met machine (1). Kruis alle juiste beweringen aan.

P2 = 2 P1

P1 = 100 J / 2 = 50 W

P1 = 100 J / 2 = 100 W

P1 = 200 J / 2 = 100 W

P1 = 50 J / 2 = 25 W

W2 /  t2 = 2 W1 /  t1

P2 = 100 J / 2 = 50 W

P2 = 100 J / 1 = 50 W

P2 = 100 J / 4 = 25 W

P2 = 100 J / 2 = 50 W

a) Machine 1 kan slechts half zoveel arbeid verrichten als machine 2 in dezelfde tijdsduur

b) Machine 2 kan evenveel arbeid verrichten als machine 1 in een 2 maal zo grote tijdsduur

c) Machine 2 kan evenveel arbeid verrichten als machine 1 in een half zo grote tijdsduur

d) Machine 1 kan dubbel zoveel arbeid verrichten als machine 2 in eenzelfde tijdsduur


  • Login