1 / 74

Drs. Theo Bögels Managing director PEN Psychodiagnostics 2004

Drs. Theo Bögels Managing director PEN Psychodiagnostics 2004. Schaal 1 Hypochondrie (Hs). Klachten; somatische klachten, pijn, vermoeidheid, zwakte Cognities; Rigide, egocentrisch, geen inzicht, cynisch, kritisch Emoties;

ephraim
Download Presentation

Drs. Theo Bögels Managing director PEN Psychodiagnostics 2004

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Drs. Theo BögelsManaging director PEN Psychodiagnostics 2004 PEN Psychodiagnostics

  2. Schaal 1Hypochondrie (Hs) • Klachten; • somatische klachten, pijn, vermoeidheid, zwakte • Cognities; • Rigide, egocentrisch, geen inzicht, cynisch, kritisch • Emoties; • Ongelukkig, pessimistisch, ziek gevoel, gebrek aan angst/drive/inzet, bozig, kwaadaardig • Gedrag; • Egocentrisch, eisend, koppig, klagerig, manipulatief, afhankelijk, maar ook zorgzaam, eerlijk

  3. Schaal 2Depressie (D) • Klachten; • gering zelfvertrouwen, angst, somber, somatische klachten, concentratiemoeite • Cognities; • Zorgelijk, besluiteloos, zelfkritisch, traag, schuld, eng • Emoties; • Droevig, ongelukkig, geirriteerd, germd, ontevreden, huilerig, intrapunitief, moedeloos • Gedrag; • Verlegen, kritisch, angstig, traag, maar ook; objectief, realistisch, aangepast

  4. Schaal 3Hysterie (Hy) • Klachten; • Spanningshoofdpijn, somatische klachten, duizeligheid, flauwte, aandachtvragend, moeilijke thuissituatie, problemen met vader • Cognities; • denkt positief, gebrek aan inzicht, ondernemend, enthousiast • Emoties; • Hartelijk, emotioneel, schrikachtig, moeite met voelen en uiten van boosheid, conversie • Gedrag; • Infantiel, onrijp, eisend, egocentrisch, naief, suggestibel, afhankelijk, maar ook vriendelijk, optimistisch

  5. Schaal 4Psychopathie (Pd) • Klachten; • Stoort zich aan regels, aanpassingsproblemen, asociaal/antisociaal gedrag, middelenmisbruik, relatieproblemen • Cognities; • Ondernemend, zelfvertrouwen, onvoorspelbaar, vijandig, rebels, snel verveeld • Emoties; • Ongevoelig, oppervlakkig, rationaliserend, impulsief woedend • Gedrag; • Onrijp, manipulatief, egocentrisch, impulsief, onbetrouwbaar, antisociaal, maar ook; assertief, energiek

  6. Schaal 5 • correleert enigszins met opleiding • rolvastheid • laag kan rigide zijn, macho • (sexuele) identiteit, preoccupaties, problemen • artistiek, nieuwsgierig, creatief • empathisch, tolerant PEN Psychodiagnostics

  7. Schaal 5Gender (Mf)

  8. Schaal 6Paranoidie (Pa) • Klachten; • Voelen zich niet begrepen, angst voor agressie van buitenaf • Cognities; • Achterdocht, rigide, gebrek aan inzicht, betrekkingsideeen, wanen • Emoties; • Woede, gauw beledigd, overgevoelig, angst • Gedrag; • Koppig, sociaal onhandig, ontwijkend, achterdochtig, paranoide gedrag, externaliseren

  9. Schaal 7Psychastenie (Pt) • Klachten; • Piekeren, concentratiemoeite, gebrek aan zelfvertrouwen, sociale problemen, vermoeidheid • Cognities; • Moralistisch, zelfkritisch, twijfel, minderwaardig, magisch denken • Emoties; • Inferieur gevoel, onzeker, schuldgevoel, sentimenteel • Gedrag; • Angstig, obsessief, rituelen, perfectionistisch, compulsief, rigide, formeel, georganiseerd

  10. Schaal 8Schizofrenie (Sc) • Klachten; • Angst, paniek, verwardheid, alienatie, sexuele problemen, hallucinaties, impulsiviteit • Cognities; • Vreemd, ontoegankelijk, gebrek aan realiteitzin • Emoties; • Angst, eenzaamheid, verstoten gevoel, depersonalisatie, impulsief woedend • Gedrag; • Vreemd, excentriek, koppig, onrijp, bizar, schizoide

  11. Schaal 9Manie (Ma) • Klachten; • Overwaardig gevoel, angst voor verveling, prikkelhonger, middelenmisbruik, verwardheid • Cognities; • Ondernemend, creatief, grootheidideeen, religieuze wanen, hallucinaties, versneld denken • Emoties; • Gespannen, angstig, energiek, impulsief, ontremd, snel geirriteerd, eufoor, depressief • Gedrag; • Extravert, energiek, rusteloos, ongeduldig, hyperactief, narcistisch, geagiteerd

  12. later ontwikkeld tendens tot afgrenzen en zich terugtrekken, ook van verantwoordelijkheden sociale introversie weinig zelfvertrouwen overgecontroleerd submissief gevoelens indirect uiten voorzichtig en conventioneel besluiteloos bezorgd Schaal 0 PEN Psychodiagnostics

  13. Hoge T-score Sociaal onhandig, piekergedrag, rigide, angstig, gauw overstuur, verlegen, introvert, submissief, serieus, afhankelijk, zoekt alleen zijn Lage T-score Vriendelijk, sociaal, actief, energiek, extravert, agressief, manipulatief, onrijp, prikkelhonger, zoekt gezelschap Schaal 0Sociale introversie (Si)

  14. 12/21 13/31 14/41 18/81 19/91 23/32 24/42 27/72 somatiek, pijn somatoform, conversie somatiek, indirect onuitgedrukt vijandig onrust, afhankelijk moe, geen inzicht justitie, problemen bezorgd, kl depressie Code types PEN Psychodiagnostics

  15. ANX; angst FRS; object-angst OBS; obessiviteit DEP; depressie HEA; somatisatie BIZ; bizarre gedachten ANG; woede CYN; cynisme ASP; antisociaal gedrag TPA; type A gedrag LSE; lage zelfwaardering SOD; sociaal discomfort WRK; problemen op werk TRT; negatieve houding naar behandeling MMPI-2Inhoudschalen

  16. MMPI-2Inhoudschalen • Angst (ANX) • Hoge scores...... • Diffuse angstklachten • Somatische klachten, concentratiemoeite, slaapklachten • Angst voor verwarring, leven is een last • Problemen met beslissingen

  17. MMPI-2Inhoudschalen • Specifieke angst (FRS) • Frs 1;Gegeneraliseerde angst/stress • Frs 2; Multipele fobieen • Hoge scores • Kan een veelheid van angstvormen betreffen • Angst voor bloed, hoogte (hoogtevrees), dieren, verlating, brand, natuurgeweld, donker • Een of andere fobie

  18. MMPI-2Inhoudschalen • Obsessiviteit (OBS) • Hoge scores • Problemen met besluiten nemen • Rumineren over problemen • Veroorzaken ongeduld bij anderen • Verandering geeft stress • Compulsief gedrag • Dwanggedrag • dwangdenken

  19. MMPI-2Inhoudschalen • Depressie (DEP) • Dep 1; gebrek aan drive • Dep 2; dysforie • Dep 3; zelfdepreciatie • Dep 4; suicidale ideatie • Hoge scores • Depressieve gedachten, sombere stemming • Onzeker, negatief over de toekomst • Suicidale gedachten, schuldgevoelens

  20. MMPI-2Inhoudschalen • Lichamelijke klachten (HEA) • Hea 1; buikklachten • Hea 2; neurologische symtomen • Hoge scores • Buikklachten, neurologische klachten (duizelingen, fauwvallen, verlamming) • Sensorische klachten (visus, gehoor) • Hartklachten • Huidklachten • Hoofdpijn, ademhaling • Zorgelijk over de gezondheid

  21. MMPI-2Inhoudschalen • Vreemde gedachten (BIZ) • Biz 1; Psychotische symptomen • Biz 2; Schizotypische kenmerken • Hoge scores • Psychotische denkprocessen • Auditieve, visuele en reukhallucinaties • Paranoïde ideatie • Het gevoel een speciale missie te hebben • Idee speciale kracht of macht te hebben

  22. MMPI-2Inhoudschalen • Woede (ANG) • Ang 1; explosief gedrag • Ang 2; geirriteerd gevoel • Hoge scores… • Moeite agressie te beheersen • Snel geirriteerd, ongeduldig, koppig • Overt agressief gedrag • Voorwerpen • mensen • Gebrekkige zelfcontrole

  23. MMPI-2Inhoudschalen • Cynisme (CYN) • Cyn 1; negatief denken over anderen • Cyn 2; achterdochtig • Hoge score… • Misantrope gedachten • Veronderstellen kwade bedoeling bij anderen • Wantrouwen in mensen • Negatieve attitude naar • Collega’s • Familie • Vrienden

  24. MMPI-2Inhoudschalen • Antisociaal gedrag (ASP) • Asp 1; antisociale attitude • Asp 2; antisociaal gedrag • Hoge score… • Feitelijk probleemgedrag al langer bestaand • Problemen met de wet • Diefstal • Geweld • Plezier in oppositioneel gedrag

  25. MMPI-2Inhoudschalen • Hoge aspiratie (TPA) • Tpa 1; ongeduldig • Tpa 2; competitief gedrag, gedreven • Hoge score… • hard-driving, fast-moving • Workaholic • Ongeduldig, snel verveeld • Dulden geen onderbreking • Direct naar anderen maar veeleisend

  26. MMPI-2Inhoudschalen • Lage zelfwaardering (LSE) • Lse 1; twijfel aan zichzelf • Lse 2; submissief • Hoge scores… • Denken negatief over zichzelf • Geloven dat anderen hen niet mogen • Gebrek aan zelfvertrouwen • Moeite met complimenten • Zorgelijk piekergedrag over zichzelf

  27. MMPI-2Inhoudschalen • Sociaal ongemak (SOD) • Sod 1; introvert • Sod 2; verlegen • Hoge score… • Voelen zich ongemakkelijk bij mensen • Trekken zich vaak terug • Verlegen • Vermijden situaties als feesten e.d.

  28. MMPI-2Inhoudschalen • Familiale problemen (FAM) • Fam 1; onenigheid met familie • Fam 2; vervreemd van familie • Hoge scores… • Hebben een hekel aan familieleden • Klagen over gebrek aan liefde, ruzie e.d • Schetsen een nare jeugd • Huwelijksproblemen

  29. MMPI-2Inhoudschalen • Werkproblemen (WRK) • Hoge scores… • Moeite met functioneren op het werk • Gering zelfvertrouwen, concentratieproblemen • Gevoelig voor spanning en druk • Onzeker en twijfelend • Klagen over gebrek aan support door anderen

  30. MMPI-2Inhoudschalen • Negatief t.o.v. behandeling (TRT) • Trt 1; geringe motivatie • Trt 2; onvermogen zich te uiten • Hoge scores… • Negatieve houding naar doctoren en GGZ-hulp • Geloven dat een ander niet begrijpen kan • Moeite om over problemen te praten • Niet gemotiveerd iets te veranderen • Geneigd op te geven • Lopen weg voor confrontatie

  31. Supplementaire schalen

  32. Supplementaire schalen • Middelenmisbruik • MAC-R • Hoge scores suggereren middelenmisbruik • Ruwe score > 27 zeer waarschijnlijk • Ruwe score tussen 24-27 waarschijnlijk • Ruwe score < 24; extravert, zelfvertrouwen, riskant gedrag • AAS • T score > 60 waarschijnlijk middelenmisbruik (-gebruik) • APS • T score > 60 tendens

  33. Supplementaire schalen • Es • Ontwikkeld t.b.v indicatie psychotherapie • Maat voor adaptatie • Goede copingmogelijkheden • Maat voor defensiviteit • A • Maat voor desadaptatie • R • Introvert, voorzichtig, internaliserend

  34. Supplementaire schalen • MDS • Huwelijksproblemen of interpersoonlijke problemen • Ho • Ervaren woede en kwaadaardig gedrag • In de kliniek; depressief, desadaptatie • Risico voor hartkwaal • O-H • Onderliggend kwaad; uitlokbaar • Lage scores; chronisch agressief

  35. Supplementaire schalen • Do • Ziet zichzelf als sterk in omgang met anderen • Re • Neemt verantwoordelijkheid • Afhankelijk • Betrouwbaar • Mt • Alleen wanneer men schoolgaand is • Hoge scores; psychologisch onaangepast

  36. Supplementaire schalen • GM • Masculine gender • Weinig valide • GF • Feminine gender • Weinig valide • PK • Veteranen • Alleen nuttig na oorlogservaring • Algemene desadaptatie

  37. InterpretatiestrategieMMPI-2in 8 stappen PEN Psychodiagnostics

  38. 1. Validiteit van het profiel: ? schaal, L, F, F(b), K, VRIN, TRIN, TRT, S, context van het testen, klinische gegevens patiënt. PEN Psychodiagnostics

  39. 2. Indien valide, met welke attitude is de test ingevuld? Betekenis voor: klinische hoofdschalen, inhoudsschalen, supplementaire schalen. Wat zegt dit mogelijk over de persoon van de pat.? PEN Psychodiagnostics

  40. 3. Eerste verkenning klin hoofdschalen. Wijzen verhogingen vooral op individuele, eventueel intrapsychische problemen, of is er vooral sprake van een desadaptatie met betrekking tot de sociale omgeving (schalen: 1,2,3,7,0 vs 4,6,8,9).CI index PEN Psychodiagnostics

  41. 4. Wat deelt pat. ons bewust mede middels de inhoudsschalen? Zien we verhogingen op een van de 4 clusters: intrapsychische symptomen (ANX,FRS,OBS,DEP,HEA,BIZ), naar buiten gerichte agressie (ANG,CYN,ASP,TPA), negatief zelfbeeld (LSE), algemene probleemgebieden (SOD,FAM,WRK,TRT). Schrijf dit uit. PEN Psychodiagnostics

  42. 5. Is er sprake van geen, of van een 1,2 of 3 toppig codetype op de hoofdschalen? Ga aan de hand van de Harris-Lingoes subschalen en de inhoudsschalen na of en zo ja, welke subset van de schalen eventueel vooral een rol speelt in de verhoging. Beschrijf deze codetypes aan de hand van de literatuur en klinische ervaring. PEN Psychodiagnostics

  43. 6. Welke schalen zijn opvallend laag, wat ontbreekt er eventueel? Probeer tot een interpretatie van het gehele profiel te komen en betrek hierbij ook de inhoudsschalen. Schrijf dit uit. PEN Psychodiagnostics

  44. 7. Onderzoek de verhogingen op de supplementaire schalen en beschrijf deze. PEN Psychodiagnostics

  45. 8. Breng de gegevens met elkaar in verband en benoem, liefst ondersteund door een of meer theorieën, de volgende aspecten: symptomatologie, interpersoonlijke relaties, persoonlijkheidstrekken, gedragskarakteristieken, overwegingen met betrekking tot classificatie en psychodiagnostiek, indicaties en contra-indicaties voor behandeling in de meest ruime zin. PEN Psychodiagnostics

  46. CI index NRI’s Bögels Van Balen et al. Interpretatiehulp door o.a. werkboek in voorbereiding ! PEN Psychodiagnostics

  47. Psychodiagnostiek als proces Stap 1: data verzamelen via observatie, gesprek en test • Zo neutraal en objectief mogelijk (kunde) Stap 2: interpretatieproces, sprong van data naar theorie (rode draad), hypotheses • Zo creatief mogelijk (kunst)

  48. MMPI-2Code typen Aanpak van Jack Graham Gebaseerd op empirie Algemene richtlijnen bij de interpretatie • Er zijn 8 schalen die klinisch van belang zijn • Laat schaal 5 en schaal 0 buiten beschouwing Het hoogteverschil binnen het codetype doet er in veel gevallen niet toe; dus 1-3 is qua interpretatie gelijk aan 3-1.

  49. MMPI-2Code typen • Definitie • Minstens 5 T-score punten tussen de laagste schaal in het code type en de volgende klinische schaal • Als er geen code type is richt de interpretatie zich op de individuele schalen • Verhoging • T>65; symptomen en persoonlijkheidstrekken • T<65; alleen persoonlijkheidstrekken

  50. CODETYPE 1-4/4-1(komt zelden voor) • Klachten/problemen; Somatische klachten, angstig, onzekerheidgevoelens, middelenmisbruik. Cognities Negativistisch, ontevreden, pessimistisch. • Emoties Angst, boosheid, extrapunitief. • Gedrag Eisend naar anderen, conflict zoekend, rebels (thuis), verantwoordelijkheid ontlopend. • Etiologie Vroege verwaarlozing met hechting, later rebellie.

More Related