1 / 47

Taal en cognitie: Optimaliteitstheorie

Taal en cognitie: Optimaliteitstheorie. Henri ëtte de Swart. Taal en cognitie. Taalkunde theorie: representatie van impliciete kennis van de moedertaalspreker (competence) Morfologie, Syntaxis: gericht op ‘harde’ symbolische regels, generatie Algoritme bepaalt welgevormdheid.

eadoin
Download Presentation

Taal en cognitie: Optimaliteitstheorie

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Taal en cognitie: Optimaliteitstheorie Henriëtte de Swart

  2. Taal en cognitie • Taalkunde theorie: representatie van impliciete kennis van de moedertaalspreker (competence) • Morfologie, Syntaxis: gericht op ‘harde’ symbolische regels, generatie • Algoritme bepaalt welgevormdheid. • Creativiteit, oneindige recursie.

  3. Taalvariatie • Taalvariatie: parameters. • Taalverwerving: universele grammatica is aangeboren, kind leert parameter setting van de moedertaal.

  4. Problemen • Parametersetting soms onvoldoende voor taalvariatie: interactie meerdere regels. • Harde regels hebben (vaak) uitzonderingen. • Stricte scheiding systeem (competence) en gebruik (performance): weinig inzicht in processing, pragmatiek, taalgebruik, rol van input in taalverwerving.

  5. Taal en hersenen • Generatieve grammatica (Chomsky): modulaire structuur: syntaxis, morfologie, fonologie zijn aparte modules van de grammatica. • Hersenen: parallel processing. • Kunnen we een taalkunde theorie bouwen die in principe te implementeren valt in hersenen?

  6. Een alternatief • Optimaliteitstheorie: optimale oplossingen van strijdige regels in natuurlijke taal • Uitspraak van woorden (fonologie) • Zinsbouw: optimale uitdrukking van bepaalde betekenis (syntaxis) • Optimale interpretatie in contekst (semantiek)

  7. ‘Liever lui dan moe’ • Least Effort: Praten kost minder moeite als je een normale, makkelijke uitspraak van een klank kiest in een bepaalde positie. • Van belang voor spreker

  8. Ontstemd • stemloos: t k f s ch p stemhebbend: d g v z g b • Stemhebbend is ‘speciaal’, ‘moeilijker’, eist actie van de stembanden • Stemloos is ‘normaal’, ‘makkelijker’, vereist geen actie van de stembanden • Ontstemd: Klanken zijn stemloos aan het einde van een woord.

  9. Getrouwheid • Getrouwheid: Een klankonderscheid moet behouden blijven in de uitspraak. • Bijvoorbeeld: Stemhebbende klanken behouden hun stem in de uitspraak. (Stemvast) • Belang voor hoorder

  10. Taalvariatie • Verschillen tussen talen ontstaan door verschillend ‘belang’ toegekend aan bepaalde regels. • Nederlands: Ontstemd >> Stemvast • Engels: Stemvast >> Ontstemd • Nederlands kiest op een onderdeel voor een makkelijke uitspraak. Engels kiest op dat punt voor een duidelijke uitspraak.

  11. Nederlands

  12. Engels

  13. Taalvariatie in syntaxis • Het regent. [Nederlands] • Piove. [Italiaans] • Wat regent er? • Waarom hebben alle Nederlandse zinnen een onderwerp?

  14. Onderwerpregel: Alle zinnen hebben een onderwerp. • Betekenisregel: alle elementen uit de zin hebben betekenis. • Onderwerpregel >> Betekenisregel (Nl) • Betekenisregel >> Onderwerpregel (It).

  15. Nederlands

  16. Italiaans

  17. Basisprincipes • OT beschouwt grammatica als relatie tussen input en output ( neuraal netwerk). • GEN: genereert mogelijke kandidaten voor gegeven input ( activatiepatronen). • Output: optimale kandidaat wint, alle andere kandidaten suboptimaal ( harmonische situatie netwerk). • Gelijktijdige evaluatie van alle regels.

  18. Patroonherkenning • Gezichtsherkenning • Muziek • Herkenning van handgeschreven letters

  19. Handgeschreven letters • Is dit een A of een H? • Vraag niet te beantwoorden zonder contekst

  20. Letters in contekst • Letters in contekst zijn niet ambigu

  21. Patroonherkenning = optimalisatieproces • Een waargenomen patroon wordt opgedeeld in samenstellende kenmerken • Kenmerken wijzen in de richting van bepaalde letters • Kenmerken blokkeren keuze voor een bepaalde letter • Neurale netwerken modelleren optimizatie proces.

  22. Regelgestuurde processen • (Logisch) redeneren • Taal (?)

  23. Patronen versus regels • Optimalisatie in contekst versus Symbolische regels • Is er sprake van volledig gescheiden cognitieve processen? • OT: het verschil is niet zo groot als het lijkt!

  24. Prince en Smolensky (1993) • Taal wordt gestuurd door proces van optimalisatie • Er zijn wel regels, maar die zijn niet hard • Schending van taalregels mag om te voldoen aan een sterkere regel • Grammatica: verzameling potentieel strijdige taalregels. • Taalvariatie: talen verschillen in ordening van regels

  25. Parallel met neurale netwerken • OT is geen directe modellering van taal in een neuraal netwerk: combinatie van symbolische en subsymbolische noties. • Symbolische regels. • ‘harmonisch’ patroon van activatie van netwerk • gespiegeld in ‘harmonische’ uitkomst van combinatie van conflicterende regels.

  26. Optimalisatie van interpretatie • Zes sollicitanten werden uitgenodigd voor een gesprek. Drie werden afgewezen. • Drie welke? • Zes sollicitanten werden aangenomen Drie werden afgewezen. • Drie welke?

  27. Liever anaforisch • DOAP: Do not overlook anaphoric possibilities Mogelijkheden voor een anaforische interpretatie moet je gebruiken • Drie = sollicitanten, niet ‘anderen’

  28. Conflicterende regels • ANTECEDENTREGEL Kies als het antecedent van een incomplete NP de verzameling AB van de voorgaande zin • Zes sollicitanten werden uitgenodigd voor een gesprek. Drie werden afgewezen. • Drie = drie van de sollicitanten die werden uitgenodigd voor een gesprek

  29. Gezond verstandregel • Zes sollicitanten werden aangenomen. Drie werden afgewezen. • Drie  drie van de sollicitanten die werden aangenomen. • GEZOND VERSTANDREGEL Vermijd tegenstrijdigheden • Drie = drie andere sollicitanten

  30. Ordening

  31. Anafora resolutie • Als ik met een dokter praat, is de dokter het vaak met hem oneens. • Wie is hem? • Als ik met een dokter praat, is de dokter het vaak met zichzelf oneens. • Wie is zichzelf?

  32. hem versus zichzelf • Reflexieve en niet-reflexieve pronomina • PRINCIPE B Als twee argumenten van dezelfde semantische relatie niet zijn gemarkeerd als identiek, interpreteer ze dan als verschillend.

  33. Ordening

  34. Consekwenties Taalverwerving • Twee klassen constraints: • Markedness: vermijd structuur (‘liever lui dan moe’). b.v. ONTSTEMD • Faithfulness: respecteer input (‘getrouwheid) b.v. STEMVAST

  35. Verschil begrip/productie /trein/  trein /tijn/  tijn • Volwassenentaal faithfulness > markedness • Kindertaal markedness > faithfulness /trein/  tein /tijn/  tijn

  36. Reflexieven en pronomina • Productie: 100% goed (v.a.  3 jaar) • Begrip: reflexieven 100% goed (v.a.  3 jaar), pronomina coreferentie OK tot  6,6 jaar. Waarom? • Berti zag zichzelfi/*k. • Berti zag hem*i/k. (volwassentaal) • Berti zag hemi/k. (kindertaal)

  37. Semantische variatie • Tot nu toe hebben we variatie gezien in fonologische ordeningsregels. Er is ook variatie in syntactische ordening. • Is er ook sprake van semantische variatie die we kunnen beschrijven in OT?

  38. DN and NC • Nobody said nothing. (Eng) xy • Niemand zei niets. (Dutch) xy • Nadie miraba a nadie. (Spa) xy • Nessuno ha parlato con nessuno. (Ital) xy • Personne n’a rien dit. (Fr) ambiguous

  39. Negatie in OT semantiek • FaithNeg: reflecteer non-affirmativiteit van de input in de output. • *Neg: vermijd negatie in de output. • Universele ordening: FaithNeg >> *Neg. • InterpretNeg (IntNeg): Elke neg uitdrukkingen in de input levert een negatieve betekenis in de output.

  40. DN (Interpretatie) Niemand zei niets

  41. NC (Interpretatie)  Nadie miraba a nadie

  42. Bi-directionaliteit • Grammatica beschrijft relatie tussen vorm en betekenis. • Spreker rol: kies de beste vorm om de gewenste betekenis over te dragen. • Hoorder rol: kies de beste betekenis voor de door spreker geproduceerde vorm. • Bi-directionele OT: optimizatie over vorm-betekenis paren.

  43. Negatie in OT syntaxis • FaithNeg: reflecteer non-affirmativiteit van de input in de output. • *Neg: vermijd negatie in de output. • Universele ordening: FaithNeg >> *Neg. • MaxNeg: Elk indefiniet argument in het bereik van negatie wordt gemarkeerd als negatief.

  44. DN (productie) Nederlands: Niemand zei iets

  45. NC (productie) Spaans: Nadie ha dicho nada.

  46. Negatie in bi OT • FNeg >> MaxNeg >> *Neg >> IntNeg. (NC talen: markering van negatie betekent dat je negatie absorbeert in de semantiek) • FNeg >> IntNeg >> *Neg >> MaxNeg. (DN talen: iteratie van negatie in de semantiek betekent dat je negatie niet op alle argumenten markeert).

  47. Taal en Cognitie (slot) • Theoriën over taal moeten taalkennis inbedden in cognitie. • Theoriën over taal moeten taalkennis inbedden in het brein. • Verwevenheid van taaltheorie met ontwikkelingen in neurocognitie • Belang van experimentele evidentie (taalproductie, processing, taalverwerving).

More Related