1 / 15

De hedendaagse relevantie van het begrip Aretè Robbert Baruch

De hedendaagse relevantie van het begrip Aretè Robbert Baruch Cultuurfilosofische tafel, 24 oktober 2002. Robbert Baruch. Iets over achtergrond Studeerde politieke theorieen, bestuurskunde en theologie in Leiden en Jeruzalem

bandele
Download Presentation

De hedendaagse relevantie van het begrip Aretè Robbert Baruch

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. De hedendaagse relevantie van het begrip Aretè Robbert Baruch Cultuurfilosofische tafel, 24 oktober 2002

  2. Robbert Baruch • Iets over achtergrond • Studeerde politieke theorieen, bestuurskunde en theologie in Leiden en Jeruzalem • Student-assistent van Michel Korzec, afgestudeerd bij Andreas Kinneging en huidige promotor Bart Tromp. • Afgestudeerd op Vondels Palamedes en de Nederlandse Politieke Filosofie in de 17e eeuw. • Maatschappelijk aktief als voorzitter Joodse Studentenvereniging, Lid van Presidium EUJS, Bestuur Novib, Bestuur PvdA • Werkzaam als communicatiestrateeg, eerst bij een reclamebureau en de ING, thans als zelfstandig ondernemer.

  3. Overwegingen vooraf: • 1) Politieke filosofie komt voort uit de wens om de wereld te veranderen. Het is een ambacht met een opdracht: namelijk orde (die geen onderdrukking is) te verzoenen met vrijheid (die geen losbandigheid is). (Strauss, 37) • 2) Literatuur bestaat uit 2 verhalen: een verhaal over de figuren, en een filosofisch verhaal, dat alleen door tussen de regels door te lezen, te lezen is (Strauss, 36) • 3) Voorbeeld: Apuleius Gouden Ezel zegt “Nee” (“Oe”): Bruno Snell: ‘Es stellt sich also heraus daß das einzige wirkliche Wort, das ein griechischer Esel sprechen konnte, das Wort für “nein” war, während kurioserweise die deutschen Esel gerade umgekehrt immer nur “ja” sagen. En dat terwijl Berlijn vol hangt met posters “ein ganses volk sagt “ja”. • 4) Ander voorbeeld: “de sitiuatie” in Israel, “Vrijheid”, twee weken geleden bij lezing Bart R. “vernieuwing in de politiek” • 5) De cult.fil.tafel gaat over het uitwisselen van kennis en ervaring, die ik relatief ontbeer.

  4. Paideia - Arete • Paideia betekent opvoeding of cultuuroverdracht. Wie de cultuur van het oude Griekenland wil onderzoeken moet een studie kunnen maken naar dát begrip. Volgens Jäger is dat geen goed idee omdat het begrip Paideia pas vanaf de vijfde eeuw, vanaf de tirannenheerschappij, voorkomt. Een betere manier om te onderzoeken hoe de Griekse cultuur zich ontwikkeld heeft is, volgens hem, door na te gaan hoe de betekenis van het begrip areté veranderde. • De opvoeders van het oude Griekenland waren de dichters. Hun werken werden overgedragen en geleerd, en uit hun werk werden de waarden voor die tijd gehaald. De dominante norm was in eerste instantie die van de aristocratie. Die norm, areté-deugd, werd overgedragen door de dichters.

  5. Arete bij Homerus • De oudste betekenis van areté is die van trotse, “hoofse” moraliteit en dapperheid. Het is het kenmerk dat helden van gewone mensen onderscheidt. In de Iliad en de Odyssee wordt areté in een wat ruimere zin gebruikt: hier kan het ook van toepassing zijn op goden en paarden. Areté is een eigenschap van nobelheid, volgens Homerus ingegeven door goden. Het is het goddelijke in de mens, alleen aanwezig bij helden en edelen. Areté diende als voorbeeld voor het volk. De toehoorders zouden moeten streven naar dezelfde moraliteit als de helden, hoewel ze normaal gesproken nooit areté zouden kunnen bereiken.

  6. Hesiodus • Hesiodus, de grootste dichter na Homerus, heeft een andere thematiek dan Homerus. Terwijl Homerus schrijft over helden met goddelijke eigenschappen, schrijft Hesiodos over de gewone Griekse boer en handwerksman. Hij zegt dat ook dezen areté kunnen bereiken, en wel door hard te werken. Dit is een ander soort areté dan bij Homerus; bij Hesiodus kan areté aangeleerd of verkregen worden, terwijl het bij Homerus alleen door goddelijk ingrijpen verkregen kon worden of aangeboren was.

  7. Arete bij de Polis • Met de opkomst van de polis verandert de notie van areté opnieuw. De opvoeding in het Sparta van de zevende eeuw wordt niet door de dichters verzorgd, maar gaat van de staat uit. Tyrtaeus neemt deze taak op zich en verandert areté van individuele deugd in collectieve. Door zich te richten tot de jonge Spartanen of de jeugd in het algemeen probeert hij hen tot bezitters van areté te maken. De inhoud van de deugd verandert ook: nu is areté dat wat goed is voor de polis.

  8. Spartaanse Arete • In het latere Sparta verandert de betekenis opnieuw. Doordat de staat belangrijker en groter was geworden, was er een systeem van wetten ontstaan. • Gerechtigheid en rechtvaardigheid waren nu van absolute begrippen geworden tot een relatief begrip: dat wat niet tegen de wet in ging was arete. Dikaiosyné (gerechtigheid, rechtvaardigheid) werd het nieuwe areté. Toch zijn daarmee niet alle verschijningsvormen van areté opgehouden te bestaan. Areté is immers ook het volgen van de polis in oorlog en in andere verplichtingen die de polis oplegt.

  9. Arete als persoonlijke eigenschap • Het opkomende individualisme heeft ook gevolgen voor areté. Archilochus beschrijft niet de deugden van de held, zoals Homerus deed, of de deugden van de eenvoudige handwerksman zoals Hesiod, of de deugden van Sparta of de Spartanen zoals Tyrtaeus, maar schrijft over zichzelf als ware hij een Homerische held. Ook andere dichters en schrijvers beschouwen zichzelf in dit tijdperk: Alcaeus en Sappho zijn de bekendste

  10. Pindarus • Areté is iets van de gewone mens geworden. Wat onderscheidt nu nog de edelen van de gewone mensen? Niet het geld, want ook een eenvoudige middenstander kan rijk worden. Pindarus ziet areté in het opvoeden van de jeugd in de trant van de oude aristocratische waarden. Hij probeert de laatste resten areté opnieuw aan te leren. Hij is hiermee in zijn tijd een uitzondering: tegelijkertijd probeerden de schilders en denkers zoveel mogelijk in de buurt van de machtigen van het moment te verkeren. Haast ongemerkt werd het kunstzinnige werk daardoor steeds verfijnder, maar tegelijkertijd daarmee maar voor een beperkte groep te bevatten.

  11. Het einde van Arete • Arete was van absoluut begrip een relatief begrip geworden. Bovendien is het van een goddelijk, een menselijk concept geworden. Ten slotte was het geworden van iets wat je moet bereiken, iets wat je altijd al hebt. • De tirannen onderdrukten de aristocraten en namen afstand van hun manier van het onderhouden van cultuur. Cultuur was nu verworden van opvoedingsmethode voor een staat tot iets wat niet verbonden was met de rest van het leven. Hierdoor verdween de cultuur bij het volk, en verwerd het tot een elitaire bezigheid. Hier ontstond het woord Paideia.

  12. Samenvatting - en discussie: wie is rechtvaardig? • Homerus: Arete is Goddelijk, persoonlijk, onbereikbaar, nastrevenswaardig en absoluut. De Held • Hesiodus: Arete is menselijk, bereikbaar en nastrevenswaardig. De Boer. • Tyrtaeus: Arete is menselijk, bereikbaar en relatief (nl aan de polis). De Politicus. • Sparta: Arete is rechtvaardigheid, maar zelfs die is relatief. De Debater. • Archilochus: Arete is persoonlijk en ongerelateerd. ”Ieder zijn eigen deugd” Iedereen. • Ondertussen Pindarus: Arete is persoonlijk en voor de elite. De (“Elitaire”)Onderwijzer (maar iedereen zegt: De Kunstenaar). • De tirannenheerschappij: De Leider.

  13. Discussie: de hedendaagse relevantie van het begrip Arete • Welke politieke partijen hangen welke vorm van Arete aan? Maw: Wat zeggen de partijen wat “goed” of “waar” is: (bijv: referendum: het beste is wat 1/2+1 van alle mensen zegt, politieke representatie: het beste is wat de 1/2+1 zegt van de politieke elite) • Wat is de dominante verschijningsvorm van Arete in Nederland? • Hoe uit zich deze verschijningsvorm in termen van • rechtvaardigheid? • kunst? • deugd? • In welke staten en welke periodes waren deze verschijningsvormen eerder te zien? • Wat is er van die staten terechtgekomen?

  14. Plato • Jaeger schrijft deel 1 in ‘39, deel 2 in ‘43, deel 3 in ‘44. Neigt steeds meer naar Plato, onder invloed van WO II, want ziet waar cultuurrelativisme toe leidt; gebrek aan goede manieren buffer zijn tegen kwade krachten. • Plato: • Areté is kennis en aan te leren. • Er bestáát er een objectief recht • Rechtvaardigheid is niet iedereen gelijk te behandelen, maar aan ieder te geven wat hem toekomt. • Op kennis van de ideeën gebaseerde normen en waarden moeten de basis zijn van een maatschappij. • Om een rechtvaardige maatschappij te creëren moet veel werk verricht worden, en aan voorwaarden voldaan.

  15. Plato • De essentie van iedere maatschappij is een morele en spirituele associatie van mensen. • In een gezonde maatschappij gaan ze in vriendschappelijk verband met elkaar om. Een zieke maatschappij is • geen sprake is van een morele of spirituele associatie • geen sprake is van een vriendschappelijk verband • kan veranderd worden door een kleine groep mensen die de nucleus van een nieuwe maatschappij gaan vormen. • Deze groep moet gezond zijn, en streven naar het goede • er moet sprake zijn van “filo-sofen” ofwel liefhebbers van kennis; • ze moeten in vriendschappelijk verband met elkaar leven, en • ze moeten kennis hebben van de ideeën. • Zij zijn het medicijn voor de zieke, normloze geest en voor de zieke, normloze samenleving die daar het gevolg van is. • Kortom, de Cult.Phil.tafel vervult een belangrijke rol.

More Related