1 / 6

Verlichting (18e eeuw)

Verlichting (18e eeuw). Tegen Absolutisme en standenmaatschappij. Eeuw van de rede (verstand). Geloof in vooruitgang. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Volkssoevereiniteit (Rousseau). Scheiding der machten / Trias Politica (Montesquieu). Ieder mens heeft natuurlijke rechten (Locke).

andres
Download Presentation

Verlichting (18e eeuw)

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Verlichting (18e eeuw) • Tegen Absolutisme en standenmaatschappij. • Eeuw van de rede (verstand). • Geloof in vooruitgang. • Vrijheid, gelijkheid, broederschap. • Volkssoevereiniteit (Rousseau). • Scheiding der machten / Trias Politica (Montesquieu). • Ieder mens heeft natuurlijke rechten (Locke).

  2. Franse Revolutie (1789) • Bestorming van de Bastille (14 juli). • Invloed van de Verlichters. • Uit onvrede met de Franse samenleving: • Tegen absolute macht van de koning. • Tegen privileges adel en geestelijkheid. (De ongelijkheid). • Voor politieke macht van de burgerij. • Invloed op de manier van oorlog voeren.

  3. Oorlogsvoering in de 18e eeuw. • Huurlegers. (Armen, beroepssoldaten, ook veel buitenlanders). • Strijd om koninklijk prestige, bezit van land of rijkdom. • Officieren van adel (Promotie op basis van geboorte). • Bevolking merkt niet veel van oorlog. • Weinig nationalistische gevoelens en weinig binding van het volk met het leger. • Betrekkelijk kleine legers. • Korte veldslagen (Afstand 100 mtr/ vaak statisch.)

  4. Veranderingen in de wijze van oorlog voeren. • Legers van dienstplichtigen en vrijwilligers. • Strijd om ideologische redenen/ om een bepaalde levenswijze. • Officieren uit alle lagen van de bevolking (promotie op basis van verdiensten). • Oorlog begint een maatschappelijk verschijnsel te worden. (Invloed van de ‘totale oorlog’ op het volk). • Ontstaan nationalistische gevoelens en binding met het eigen leger. • Massale legers (‘levée en masse’/ volksleger). • Snelheid/beweging. Grote rol artillerie.

  5. Napoleontische oorlogen of Coalitieoorlogen (1792-1815). Oorzaken: • Émigrés pleitten voor een oorlog tegen de nieuwe machthebbers in Frankrijk. • Angst van andere vorsten voor verspreiding van de Franse revolutie. Revolutionairen moeten ten val worden gebracht. • Voedingsbodem in vele andere landen voor revolutie. • Franse revolutionairen die hun idealen wilden exporteren. • 7 Coalitieoorlogen (vanaf de tweede geleid door Napoleon).

  6. Voorbeeld nieuwe manier van oorlogvoeren. • Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (Slag bij Valmy in sept. 1792 in Noord-Frankrijk). • Nieuw en belangrijk: de motivatie van de Franse soldaten (fanatiek, voor volk en vaderland). • Nieuw en belangrijk: de rol van de artillerie (kanonnen). Afdeling artillerie wordt vergroot en geconcentreerd ,dicht bij elkaar geplaatst: meer slachtoffers bij de vijand. • Infanterie (voetsoldaten) vallen snel aan. Deze zg.overrompelingstactiek levert wel veel slachtoffers op.

More Related